Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 243
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage / voordracht tot strafoplegging.

13 augustus 1941 (ontvangen/verwerkt op 14 augustus 1941).

Origineel

Ambtelijke rapportage / voordracht tot strafoplegging. 13 augustus 1941 (ontvangen/verwerkt op 14 augustus 1941). [Linkerbovenhoek:]
Straf kooper
A. Vuisje
Centrale Markt

[Middenboven:]
77/41/3 W. h. M.

[Rechterbovenhoek:]
A’dam, 13/8 1941
14/8 - '41 [stempel/paraaf]

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift over te leggen van een rapport, opgemaakt door den controleur D. H. V. Schuurman van mijnen dienst, waaruit blijkt, dat A. Vuisje, Beukelsgoenstraat 15 III, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, op 9 Augustus jl. op de C. M. is opgetreden als grossier, doordat hij zonder dat hem dezerzijds daartoe een plaats was aangewezen, boonen heeft verkocht aan den kleinhandelaar H. Kluft. Bovendien heeft hij op ernstige wijze de ~~voorschriften~~ inzake maximum prijzen overtreden. Van een en ander is door ambtenaren van den C. C. C. D. proces-verbaal opgemaakt. In verband hiermede heb ik Vuisje voornoemd, wegens het verstoren van de orde op de C.M., ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het R. v/h C.M., gestraft met ontzegging van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen nl. van 13 tot en met 26 Augustus 1941.

Het komt mij gewenscht voor, dat Vuisje op krachtige wijze wordt duidelijk gemaakt, dat hij zich, vooral in de huidige tijdsomstandigheden, van practijken als bovenomschreven heeft te onthouden; ik geef U daarom beleefd in overweging, wel te willen bevorderen, dat Vuisje voornoemd, op grond van het bepaalde in het tweede lid van artikel 35 van het Reglement, door den Regeeringscommissaris voor A'dam wordt gestraft met ontzegging van het recht van toegang tot de C. M. voor den tijd van zes maanden, zulks m. i. v. 27 Augustus a. s.

Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat Vuisje zich tevoren niet aan een ~~strafbaar feit~~ op de C.M. schuldig ~~heeft~~ gemaakt.

[Marginale notitie links:]
Tevoren heeft Vuisje het bepaalde in artikel 12 van het R. v/h C.M. overtreden. * Taal en Toon: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands, kenmerkend voor de vroege jaren '40. De toon is streng en gezagsgetrouw, passend bij een tuchtrechtelijke procedure.
* Inhoudelijke kern: De koper A. Vuisje wordt beschuldigd van twee feiten:
1. Handelen als grossier (groothandelaar) zonder vergunning of toegewezen plek, door bonen direct aan een kleinhandelaar te verkopen.
2. Het overtreden van de maximumprijzen.
* Strafmaat: De directe chef heeft Vuisje reeds een lichte straf opgelegd (14 dagen ontzegging). Gezien de "huidige tijdsomstandigheden" (de oorlog/bezetting) wordt echter geadviseerd deze straf door de Regeringscommissaris te laten verzwaren naar een toegangsverbod van zes maanden.
* Opvallend detail: Er is een discrepantie tussen de hoofdtekst (die stelt dat hij geen eerdere strafbare feiten beging) en de kantlijnnotitie (die een eerdere overtreding van artikel 12 meldt). Dit suggereert dat tijdens het opstellen van de brief nieuwe informatie over het verleden van de verdachte aan het licht kwam. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en prijsvorming stonden onder strikte controle van de bezetter en de Nederlandse crisis-organen om zwarte handel tegen te gaan en de distributie te beheersen.

De genoemde C.C.C.D. (Centraal Crisis Controle Dienst) was de instantie die toezag op de naleving van deze economische crisiswetgeving. Overtredingen zoals het negeren van maximumprijzen werden in deze periode zeer zwaar opgenomen, omdat ze de stabiliteit van het distributiestelsel ondermijnden. De "Regeringscommissaris voor Amsterdam" (in die tijd de pro-Duitse burgemeester of een direct daaronder vallende functionaris) had de macht om dwingende administratieve straffen op te leggen zonder tussenkomst van een reguliere rechter.

Samenvatting

  • Taal en Toon: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands, kenmerkend voor de vroege jaren '40. De toon is streng en gezagsgetrouw, passend bij een tuchtrechtelijke procedure.
  • Inhoudelijke kern: De koper A. Vuisje wordt beschuldigd van twee feiten:
    1. Handelen als grossier (groothandelaar) zonder vergunning of toegewezen plek, door bonen direct aan een kleinhandelaar te verkopen.
    2. Het overtreden van de maximumprijzen.
  • Strafmaat: De directe chef heeft Vuisje reeds een lichte straf opgelegd (14 dagen ontzegging). Gezien de "huidige tijdsomstandigheden" (de oorlog/bezetting) wordt echter geadviseerd deze straf door de Regeringscommissaris te laten verzwaren naar een toegangsverbod van zes maanden.
  • Opvallend detail: Er is een discrepantie tussen de hoofdtekst (die stelt dat hij geen eerdere strafbare feiten beging) en de kantlijnnotitie (die een eerdere overtreding van artikel 12 meldt). Dit suggereert dat tijdens het opstellen van de brief nieuwe informatie over het verleden van de verdachte aan het licht kwam.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en prijsvorming stonden onder strikte controle van de bezetter en de Nederlandse crisis-organen om zwarte handel tegen te gaan en de distributie te beheersen.

De genoemde C.C.C.D. (Centraal Crisis Controle Dienst) was de instantie die toezag op de naleving van deze economische crisiswetgeving. Overtredingen zoals het negeren van maximumprijzen werden in deze periode zeer zwaar opgenomen, omdat ze de stabiliteit van het distributiestelsel ondermijnden. De "Regeringscommissaris voor Amsterdam" (in die tijd de pro-Duitse burgemeester of een direct daaronder vallende functionaris) had de macht om dwingende administratieve straffen op te leggen zonder tussenkomst van een reguliere rechter.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6