Archiefdocument
Origineel
27 augustus 1941. A. Vuisje, Ben Viljoenstraat 15 III, Amsterdam. Den HoogEd. Achtbare Heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam. No. 77/41/5 M. 1941 3/9 AFSCHRIFT.
No. 53/18 L.M. 1941.
A. Vuisje,
Ben Viljoenstraat 15 III. Amsterdam, 27 Aug. 1941.
Den HoogEd. Achtbare Heer Regeerings-
commissaris voor
Amsterdam.
HoogEd. Achtbare Heer,
Uw brief van 25 dezer heb ik ontvangen en tot mijn groote
verwondering daaruit vernomen, dat U mij het recht van toegang
tot de Centrale Markt van heden tot 27 October a.s. hebt ont-
nomen.
In antwoord hierop bied ik allereerst mijn verontschuldigingen
aan voor de door mij gepleegde verstoring.
Zooals U zult begrijpen verwonderd mij Uw uitsluiting ten
zeerste, te meer daar mij reeds door den Directeur van het Markt-
wezen van 13 tot en met 26 dezer de toegang tot de Centrale Markt
was verboden. In deze twee weken was het voor mijn gezin, waar-
onder drie kinderen van 1, 6 en 10 jaar, uitermate moeilijk om
het hoog nodige (levensmiddelen) te verschaffen, daar een straat-
venter niet dergelijke inkomsten heeft om, plotseling zonder
verdiensten komend, het twee weken daarbuiten te kunnen stellen.
Thans komt Uw mededeeling, dat ik gedurende nog twee maanden ben
uitgesloten en dus zonder eenige inkomsten zal blijven, zoodat
mijn gezin, juist in dezen tijd, nog minder zal krijgen dan zij
noodig heeft. Verder is het thans juist mogelijk iets te ver-
dienen, daar er nu veel fruit is, waartoe U mij nu niet in
staat stelt.
In verband met het bovenstaande hoop ik, dat U Uw strafmaatregel
zult willen intrekken.
U bij voorbaat dankend.
Hoogachtend,
w.g. A. Vuisje. In deze brief protesteert A. Vuisje tegen een zware disciplinaire maatregel. Hij is door de Regeringscommissaris voor twee maanden (tot 27 oktober 1941) verbannen van de Centrale Markt in Amsterdam. Dit komt bovenop een eerdere schorsing van twee weken door de Directeur van het Marktwezen.
Vuisje voert een emotioneel en economisch pleidooi:
1. Schuldbekentenis: Hij verontschuldigt zich voor een "verstoring", wat suggereert dat er een incident heeft plaatsgevonden op de werkvloer.
2. Economische nood: Als straatventer leeft hij van dag tot dag. De eerdere veertien dagen zonder inkomsten waren al een zware wissel op zijn gezin met drie jonge kinderen (1, 6 en 10 jaar).
3. Seizoensgebondenheid: Hij benadrukt dat de straf valt in de drukste periode (het fruitseizoen), de enige tijd waarin hij voldoende zou kunnen verdienen om zijn gezin te onderhouden.
De toon is formeel-onderdanig, passend bij de hiërarchische verhoudingen van die tijd, maar de wanhoop over de overleving van zijn gezin is duidelijk voelbaar. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In maart 1941 werd de democratisch gekozen burgemeester en wethouders van Amsterdam vervangen door een regeringscommissaris, Edward Voûte, die direct onder gezag van de bezetter stond.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was het vitale logistieke knooppunt voor de voedselvoorziening in de stad. Voor kleine zelfstandigen, zoals straatventers, was toegang tot deze markt een absolute voorwaarde om hun beroep te kunnen uitoefenen.
Extra tragisch is de achtergrond van de afzender: Salomon (Sam) Vuisje was een Joodse Amsterdammer. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter en de meewerkende gemeente-instanties steeds strenger. Joodse marktkooplieden en straatventers werden systematisch gedwarsboomd, uitgesloten en hun vergunningen werden ingetrokken. Hoewel de brief spreekt over een "verstoring", past de buitenproportionele zwaarte van de straf (twee maanden uitsluiting voor een straatventer) in het patroon van de actieve uitsluiting van Joden uit het economische leven in Amsterdam tijdens de bezetting.