Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 268
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

13 augustus 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Amsterdam-Centrum

Origineel

13 augustus 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Amsterdam-Centrum [Rechtsboven handgeschreven:] ev fy
[Rechtsboven getypt:] D/G.

77/43/2 II

13 Augustus 1941.

Strafmaat voor diefstal
kisten Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Raadhuis,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 3.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 dezer no.53/16
1.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat in het algemeen by
myn voorstellen voor het opleggen van straffen aan personen,
die zich op de Centrale Markt aan kistendiefstal hebben schul-
dig gemaakt als norm wordt aangenomen: 6 maanden ontneming
van het recht van toegang tot de Centrale Markt, wanneer de
diefstal voor de eerste maal is geconstateerd; voor onbepaal-
den tyd, indien het zeer ernstige gevallen betreft en by re-
cidive. (Ik merk hierby op, dat de vroeger gebruikte term
"voor goed" deserzyds in de voorstellen is vervangen door
"voor onbepaalden tyd", hetgeen my juister voorkomt, in ver-
band met het feit, dat het zoo nu en dan voorkomt, dat de op-
gelegde straf na verloop van tyd wordt ingetrokken).

Ik meen echter nog het volgende te moeten opmerken.
By myn voorstellen wordt rekening gehouden met kansen op
recidive en mede in verband daarmede met de persoonlyke om-
standigheden van den delinquent. Ik noem als voorbeeld eener-
zyds den winkelier-huis~~houdster~~, die voor het instandhouden van
zyn bedryf geheel afhankelyk is van het recht van toegang,
dat hem voor de Centrale Markt is verleend en anderzyds den
ongehuwden zoogenaamden overkruier, die ook buiten de Cen-
trale Markt emplooi kan vinden met het doen van vrachten.
Toepassing van dezelfde strafmaat zou in het eerste geval be-
langryk zwaarder drukken dan in het tweede.

Hoewel ik my in het algemeen met de door U genoemde
maatstaven kan vereenigen, stel ik my op grond van het boven-
staande voor, indien U zich hiermede kunt vereenigen, in be-
paalde gevallen in myn voorstellen mededeeling te doen/feiten
welke eventueel voor den Regeeringscommissaris voor Amsterdam
aanleiding zouden kunnen zyn om by het bepalen van de straf-
maat van de hierbedoelde normen af te wyken.

De Directeur,

/van * Vorm: Een zakelijke, ambtelijke brief met specifieke archiefkenmerken en een formele aanhef.
* Inhoud: De directeur van de Centrale Markt reageert op een schrijven van de Wethouder over de standaardstraffen voor het stelen van kisten. De voorgestelde norm is een toegangsverbod van 6 maanden voor een eerste vergrijp en een verbod voor onbepaalde tijd bij herhaling of ernstige feiten.
* Kernbetoog: De directeur pleit voor nuance en proportionaliteit. Hij wijst erop dat een toegangsverbod voor een winkelier (die de markt nodig heeft voor zijn voorraad) veel ingrijpender is dan voor een "overkruier" (een losse sjouwer of transporteur), die ook elders werk kan vinden. Hij stelt voor om per geval feiten aan te dragen die een afwijking van de standaardnorm rechtvaardigen.
* Terminologie: De term "overkruier" is typerend voor de historische context van de Amsterdamse markt; het duidde op losse arbeiders die goederen vervoerden met handkarren of kruiwagens. * Historische periode: De brief dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Voedselvoorziening: De Centrale Markt in Amsterdam was in deze periode van vitaal belang voor de gecontroleerde distributie van levensmiddelen. Diefstal van verpakkingsmateriaal (kisten) werd hoog opgenomen vanwege de schaarste aan materialen.
* Bestuur tijdens de bezetting: De brief noemt de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit verwijst naar Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld om de stad te besturen nadat de gemeenteraad buitenspel was gezet. Het document illustreert hoe de ambtelijke molen doorwerkte onder dit nieuwe gezag, waarbij strikte strafmaten werden afgestemd tussen de marktdirectie en het stadhuis.

Samenvatting

  • Vorm: Een zakelijke, ambtelijke brief met specifieke archiefkenmerken en een formele aanhef.
  • Inhoud: De directeur van de Centrale Markt reageert op een schrijven van de Wethouder over de standaardstraffen voor het stelen van kisten. De voorgestelde norm is een toegangsverbod van 6 maanden voor een eerste vergrijp en een verbod voor onbepaalde tijd bij herhaling of ernstige feiten.
  • Kernbetoog: De directeur pleit voor nuance en proportionaliteit. Hij wijst erop dat een toegangsverbod voor een winkelier (die de markt nodig heeft voor zijn voorraad) veel ingrijpender is dan voor een "overkruier" (een losse sjouwer of transporteur), die ook elders werk kan vinden. Hij stelt voor om per geval feiten aan te dragen die een afwijking van de standaardnorm rechtvaardigen.
  • Terminologie: De term "overkruier" is typerend voor de historische context van de Amsterdamse markt; het duidde op losse arbeiders die goederen vervoerden met handkarren of kruiwagens.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Voedselvoorziening: De Centrale Markt in Amsterdam was in deze periode van vitaal belang voor de gecontroleerde distributie van levensmiddelen. Diefstal van verpakkingsmateriaal (kisten) werd hoog opgenomen vanwege de schaarste aan materialen.
  • Bestuur tijdens de bezetting: De brief noemt de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit verwijst naar Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld om de stad te besturen nadat de gemeenteraad buitenspel was gezet. Het document illustreert hoe de ambtelijke molen doorwerkte onder dit nieuwe gezag, waarbij strikte strafmaten werden afgestemd tussen de marktdirectie en het stadhuis.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6