Proces-verbaal / Rapport van bevindingen.
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van bevindingen. 18 augustus 1941 (betreft gebeurtenis op 16 augustus 1941). [Hoofdtekst in inkt]
18-8 '41
№ 77/44/1 M. 1941 19/8
Rapport.
Op Maandag 16 Augustus, verklaarde de grossier D. P. R. Lindeman, mij het navolgende:
Ik heb hedenmorgen een zak met 60 kg peren en een zak met ± 3 kg peren bij mij op zolder gevonden, welke waarschijnlijk door iemand van mijn personeel zijn gestolen. Rapporteur heeft daarna gehoord G. v. d. Pol, personeel van bovengenoemde grossier, hij erkende zonder toestemming van zijn baas bovengenoemde artikelen te hebben weggenomen. Nadat rapporteur Lindeman hiervan in kennis had gesteld en hem had gevraagd of hij er aangifte van wilde doen verklaarde hij:
Ik doe er geen aangifte van, maar personeel dat ik niet kan vertrouwen, kan ik niet bij mij in dienst houden.
Den Heer Bedrijfchef
Centrale Markt
De controleur,
[Handtekening: McGort(?)]
[Marginale aantekeningen en stempels]
- Links (blauw potlood): 77/44/2 m.f.v. Vrijdag 22-8-41
- Links (rood potlood): H. Bruin / Eerste pers. / vonnis: 14 dgn / 6 maanden / 19-11-41
- Onderaan (inkt/stempel): G 4/6 / Niet eerder gehad. Het document is een officieel rapport van een controleur op de Centrale Markt, opgesteld in augustus 1941. De kern van de zaak is de diefstal van een aanzienlijke hoeveelheid fruit (63 kg peren) door een werknemer, G. v. d. Pol, bij zijn werkgever, de grossier Lindeman.
Opvallend is de houding van de werkgever: Lindeman kiest ervoor om geen officiële aangifte te doen ("Ik doe er geen aangifte van"), maar ontslaat de werknemer wel direct op staande voet vanwege een vertrouwensbreuk. Ondanks het gebrek aan aangifte door de benadeelde, lijken de marginale aantekeningen in rood potlood te wijzen op een juridisch staartje of administratieve afhandeling (mogelijk een vonnis van 14 dagen of een proeftijd van 6 maanden). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 was de voedselschaarste in Nederland al merkbaar en was het distributiestelsel (bonnenkaarten) volledig in werking.
- Voedselschaarste en Zwarte Handel: Diefstal van grote hoeveelheden voedsel (zoals 63 kg peren) werd in deze tijd zeer hoog opgenomen. Producten die buiten de officiële kanalen om werden verhandeld, kwamen vaak op de zwarte markt terecht, waar prijzen vele malen hoger lagen dan de vastgestelde prijzen.
- De Centrale Markt: Dit was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening in de stad. De controleurs hadden hier een cruciale rol in het handhaven van de verordeningen (zoals de genoemde 'Ventverordening').
- Rechtspraak in Oorlogstijd: Hoewel de werkgever geen aangifte wilde doen, konden dergelijke vergrijpen onder de bezettingswetgeving (zoals het Besluit op de Economische Delicten) alsnog vervolgd worden door de autoriteiten, omdat diefstal van schaarse goederen de algemene voedselvoorziening in gevaar bracht. De rode aantekeningen suggereren dat de zaak mogelijk toch voor een (economische) rechter of tuchtraad is gekomen. G. v. d. Pol H. Bruin R. Lindeman