Officiële kennisgeving/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële kennisgeving/besluit van de Gemeente Amsterdam. 20 september 1941. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). Den heer C. Rem, Marnixstraat 71 I, Amsterdam. [Linksboven, paars stempel:] Nº 77/46/4 M 2041
[Rechtsboven, handgeschreven:] 22/9
[Uiterst rechtsboven, handgeschreven:] Markt
L.M.
53/25 - 1941.
[Rechtsmidden:] 20 September 1941.
[Rond stempel met paraaf, doorgehaald]
[Links, handgeschreven met paraaf:] vz.
[Rechts, handgeschreven aantekening met paraaf:] verz H. Buuren
Ik deel U mede te hebben besloten, U wegens het in gevaar brengen van de orde en den goeden gang van zaken op de Centrale Markt, door het vóór den bestenden tijd optreden als inkooper aldaar, met ingang van 8 September 1941 den toegang tot die markt te ontnemen voor den tijd van een maand, derhalve tot 8 October 1941.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) H. v. Buuren
Es.
den heer C. Rem,
Marnixstraat 71 I,
A_L_H_I_E_R(C). * Juridische grondslag: De brief is een administratieve sanctie opgelegd door het gemeentebestuur. De reden is het "vóór den bestenden tijd optreden als inkooper", wat in de volksmond bekend stond als 'voorkopen'. Dit hield in dat men goederen probeerde te bemachtigen voordat de officiële handelstijd was aangevangen, wat de marktordening verstoorde.
* Ondertekening: De brief is ondertekend door Edward Voûte. Hoewel er "(get.)" staat (wat duidt op een afschrift of doorslag waarbij de naam getypt is), was Voûte de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester. Ook de gemeentesecretaris H. van Buuren wordt vermeld.
* Termijn: De straf is met terugwerkende kracht opgelegd (ingang 8 september, terwijl de brief op 20 september is gedateerd) voor de duur van precies één maand.
* Locatie: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 was de schaarste aan goederen en voedsel al merkbaar en stond de handel onder strikt toezicht. De Amsterdamse Burgemeester Edward Voûte, die in maart 1941 na de Februaristaking was aangesteld, voerde een beleid dat nauw aansloot bij de instructies van de bezetter om de openbare orde en de economische distributie strak te handhaven.
Overtredingen op de markt, zoals 'voorkopen', werden zwaar aangerekend omdat ze de gecontroleerde distributie van schaarse middelen ondermijnden en vaak een opmaat waren naar zwarte handel. De Marnixstraat, waar de geadresseerde woonde, lag op loopafstand van de toenmalige Centrale Markt, wat suggereert dat de heer Rem een lokale handelaar of inkoper was wiens broodwinning direct geraakt werd door deze uitsluiting.