Proces-verbaal (slotpagina).
Origineel
Proces-verbaal (slotpagina). 4 oktober 1941. Nijland, die op eenigen afstand op mij had staan wachten, heb overgegeven, waarna ik van Nijland de f 5,- ontving. Op welke wijze Nijland aan de 19 zakken was gekomen, weet ik niet. Ik begrijp nu wel, dat het met deze zaken niet geheel in orde moet zijn geweest, maar op het moment, dat hij mij vroeg de zakken voor hem in te leveren heb ik daar niet aan gedacht."
Ik, verbalisant, heb hierna Nijland en Tolman aan aangever Erus vertoond en verklaarde deze, aan beiden geen toestemming te hebben gegeven de 22 zakken weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken.
Waar, zooals mij, verbalisant, bij onderzoek bleek, Erus de zakken, welke Nijland en Tolman bij mijn knecht Bruines hadden ingeleverd reeds met nog meerdere naar Noord-Scharwoude vervoerd had, kon door mij niets inbeslaggenomen worden. Na voorloopig door mij te zijn gehoord heb ik Nijland en Tolman weer heengezonden. Hoewel ik Nijland nog een week in de gelegenheid heb gesteld om op de Centrale Markt naar zijn onbekenden opdrachtgever te zoeken, heeft hij deze, zooals hij mij later verklaarde, niet meer op de Centrale Markt gezien.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal, op den door mij afgelegden ambtseed, opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, 4 October 1900 eenenveertig.
De Ambtenaar bij het Marktwezen,
(w.g. H. Velthuis)
(H. Velthuis)
Gezien:
De Commissaris van Politie, Dit document betreft het sluitstuk van een proces-verbaal betreffende een vermoedelijke verduistering of diefstal van "zakken" (waarschijnlijk verpakkingsmateriaal voor marktgoederen). De kern van de zaak is dat de verdachten Nijland en Tolman 22 zakken hebben ingeleverd die eigendom waren van een zekere Erus, zonder diens toestemming.
Opvallend is dat de verbalisant (Velthuis) zelf ook een rol lijkt te hebben gespeeld door in eerste instantie zakken aan te nemen voor Nijland tegen een betaling van 5 gulden, waarbij hij achteraf toegeeft dat dit "niet geheel in orde" was. Er kon uiteindelijk niets in beslag worden genomen omdat de bewuste zakken al doorgezonden waren naar Noord-Scharwoude. De verdachten zijn wegens gebrek aan direct bewijs of ter verdere opsporing van een "onbekende opdrachtgever" weer heengezonden. Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een strikte distributie van goederen. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening.
Diefstal of illegale handel in zaken als lege zakken was in die tijd een veelvoorkomend delict, aangezien verpakkingsmaterialen schaars waren en een waarde vertegenwoordigden op de zwarte markt. De bemoeienis van zowel de ambtenaar van het Marktwezen als de Commissaris van Politie onderstreept de ernst waarmee dergelijke economische vergrijpen in de oorlogsjaren werden behandeld. H. Velthuis Marktwezen Politie