Proces-verbaal (strafrechtelijk verslag)
Origineel
Proces-verbaal (strafrechtelijk verslag) 15 september 1941 PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/59/2 17.1941.
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e sectie 2e afdeeling
No.
PROCES-VERBAAL.
Proces-verbaal, contra Jan Verschuren, oud 18 jaar, koopman, wonende Schippersstraat 8 III te Amsterdam-Centrum, verdacht van diefstal van een handkar met ledige kisten, gepleegd op Maandag 15 September 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van Johannes Frederik Sijmonsbergen, oud 35 jaar, koopman en wonende Tuinstraat 165 te Amsterdam-Centrum.
Op Maandag 15 September 1941 omstreeks 9 uur v.m. werd mij, ondergeteekende, Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaaf te zijn genaamd: Johannes Frederik Sijmonsbergen, oud 35 jaar, koopman, wonende Tuinstraat 165 huis te Amsterdam-Centrum, aangifte gedaan en verklaarde hij als volgt: "Op Zaterdag 13 September 1941 heb ik des avonds mijn handkar, geladen met ledige kisten, welke kisten tezamen een waarde hadden van ƒ 37,20, op het bewaakte parkeerterrein van de Centrale Markt neergezet. Mijn kar wordt daar namelijk, evenals de wagens van andere kooplieden bewaakt door een zekeren Koevoets. Toen ik nu hedenmorgen omstreeks 8 uur mijn kar kwam halen, bleek mij, dat deze was verdwenen. Aan Koevoets vroeg ik toen of hij ook wist, waar mijn kar gebleven was en verklaarde deze mijn kar reeds te hebben meegegeven aan een hem onbekend persoon, die aan Koevoets zou hebben verteld, dat hij mijn kar moest weghalen. Koevoets veronderstelde, dat dit in orde was, heeft dien onbekenden persoon mijn kar afgegeven. Naar Koevoets vermoedde, zou die onbekende persoon met mijn handkar naar Barend van Dijk op pier C van de Centrale Markt zijn gegaan, om daar de ledige kisten, welke zich op mijn handkar bevonden bij hem, Barend van Dijk in te leveren. Zooals U bekend is heeft Barend van Dijk op pier C van de Centrale Markt een kistencentrale en neemt aldaar, tegen eenige vergoeding, gangbare ledige kisten in ontvangst van kooplieden. Terstond begaf ik mij dan naar genoemde kistencentrale en zag ik daar inderdaad mijn handkar staan. Tevens zag ik, dat een mij onbekend persoon bezig was de kisten van mijn handkar af te laden. Nadat ik mij aan dezen persoon had bekend gemaakt als den eigenaar van de besproken handkar met kisten, verklaarde hij mij, op zijn beurt van een hem onbekenden persoon opdracht te hebben gekregen mijn handkar met kisten van het bewaakte parkeerterrein weg te halen en de kisten in te leveren bij Barend van Dijk. Het statiegeld, dat hij hiervoor zou ontvangen mocht hij dan aan zijn opdrachtgever overbrengen, die hem op pier C wel zou opwachten en aan hem een geldelijke vergoeding voor zijn moeite zou geven. Waar deze onbekende opdrachtgever niet kwam opdagen, stelde ik den persoon, die bezig was mijn handkar te lossen, voor, om samen met hem de Centrale Markt af te zoeken naar dien opdrachtgever. Vooraf brachten wij eerst de kar met kisten naar het toegangshek van de Centrale Markt, waarna wij ons tezamen weer op het terrein begaven. De ander nam thans zijn rijwiel, hetwelk hij blijkbaar bij het toegangshek van de Centrale Markt had laten staan met zich mede. De onbekende opdrachtgever was blijkbaar niet meer op de Centrale Markt aanwezig, althans werd hij niet gezien, door den persoon, die mijn handkar van het parkeerterrein had weggehaald. Wat mij echter wel opviel was de zenuwachtige houding van laatstgenoemde. Op een gegeven moment sprong deze op zijn fiets en verwijderde hij zich met groote snelheid in de richting van het uitgangshek van de Centrale Markt. Terstond zette ik hem na, daarbij luid roepend: "Houd den dief". Door een controleur, welke zich bij het uitgangshek bevond, werd dit opgemerkt en gelukte het dezen, zij het dan met moeite, om hem staande te houden. Waar ik aan niemand toestemming had gegeven om mijn handkar met kisten van het bewaakte parkeerterrein weg te nemen, of te doen wegnemen, noch mijn ledige kisten in te leveren bij Barend van Dijk, verzoek ik U een onderzoek in te stellen en indien hiertoe termen aanwezig, tegen den betrokken persoon of personen een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met.U."
(w.g.) B. Felthuis
(w.g.) J.F. Sijmonsbergen
Naar aanleiding van het vorenstaande heb ik op 15 September 1941 omstreeks 9 uur v.m. op aanwijzing van Sijmonsbergen bij het toegangshek van de Centrale Markt inbeslaggenomen een groen geschilderde handkar, beladen met ledige kisten, welke goederen door Sijmonsbergen als zijn eigendommen werden herkend. Tevens werd aan mij, verbalisant, aldaar door Martinus Cornelis Groot, eveneens ambtenaar... [tekst breekt af] * Juridische Context: Dit is een proces-verbaal van aangifte van diefstal. De verdachte, de 18-jarige Jan Verschuren, wordt beschuldigd van het ontvreemden van een handkar met kisten.
* Modus Operandi: De dader maakte gebruik van een list door de bewaker (Koevoets) voor te liegen dat hij opdracht had de kar op te halen. Dit wijst op een zekere brutaliteit of kennis van de informele werkwijze op de markt.
* De Achtervolging: De verklaring schetst een levendig beeld van de ontmaskering. De verdachte probeert zich eruit te praten met een verhaal over een "onbekende opdrachtgever", maar vlucht uiteindelijk op de fiets wanneer de situatie te heet onder zijn voeten wordt. Hij wordt na een roep om hulp ("Houd den dief") door een controleur overmeesterd.
* Economische waarde: De kisten hadden een waarde van ƒ 37,20. In 1941 was dit een aanzienlijk bedrag (omgerekend naar koopkracht nu ongeveer € 250,- tot € 300,-), wat de ernst van de diefstal voor een kleine koopman onderstreept. * Tijdsgeest: Het document dateert uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting niet direct wordt genoemd, was de Centrale Markt in Amsterdam een cruciaal en streng gecontroleerd punt voor de voedselvoorziening. Schaarsheid maakte materialen zoals handkarren en houten kisten (voor hergebruik/statiegeld) zeer diefstalgevoelig.
* Locatie: De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het logistieke hart van de Amsterdamse handel. De vermelding van "pieren" (zoals Pier C) verwijst naar de specifieke indeling van de markthallen waar boten en karren losten.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("ondergeteekende", "ten nadeele van", "termen aanwezig"). Opvallend is de dubbele functie van de verbalisant Barend Felthuis: ambtenaar bij het Marktwezen én onbezoldigd veldwachter.