Proces-verbaal / Getuigenverklaring (kopie of doorslag).
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (kopie of doorslag). bij het Marktwezen, overgeleverd een persoon, die mij later desgevraagd opgaf
te zijn genaamd:
JAN VERSCHUREN,
geboren te Amsterdam, 23 Maart 1925, koopman, wonende Schippersstraat 8 III te
Amsterdam-Centrum, welke Verschuren door Groot op aanwijzing van Sijmonsbergen
was aangehouden. Ik, verbalisant, vertoonde aan Sijmonsbergen genoemden Verschu-
ren en werd hij door Sijmonsbergen herkend als den persoon, die op pier 0 bezig
was geweest met het lossen van de besproken handkar met kisten. Zooals mij door
Groot werd medegedeeld, zou Verschuren zich blijkbaar opzettelijk tegen zijn
aanhouding verzet hebben en zal door Groot van dit geval bij afzonderlijk proces-
verbaal melding worden gemaakt. Met betrekking tot het in de aangifte genoemde
geval, hoorde ik, verbalisant, Verschuren en verklaarde hij als volgt: "Sedert
eenige dagen ben ik uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans alhier ont-
slagen, alwaar ik, ongeveer een jaar heb vertoefd als gevolg van een politiek
delict. Waar ik nu zonder werk ben, had ik mij hedenmorgen naar de Centrale Markt
begeven om te zien, of ik daar werk zou kunnen krijgen. Op het terrein van de
Centrale Markt sprak ik een mij onbekend persoon aan en vroeg hem of hij expe-
diteur J. Prins ook gezien had. (Ik wilde aan bedoelden expediteur vragen of hij
iets voor mij te doen had). De man, aan wien ik naar Prins gevraagd had, vroeg
mij of ik voor hem een karweitje wilde doen. Ik zou hiervoor dan een paar kwart-
tjes krijgen. Ik stemde hierin toe, waarop deze man mij verzocht zijn handkar
van het parkeerterrein weg te halen en de kisten, die zich daarop bevonden in te
leveren bij Barend van Dijk op pier 0 van de Centrale Markt. Daar wij op eenigen
afstand van het bedoelde parkeerterrein stonden wees de mij onbekende persoon
vanaf de plaats waar wij ons bevonden zijn handkar aan. Naar ik meende, bedoelde
hij hiermede de groenen handkar, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon
aan Verschuren de door mij inbeslaggenomen handkar met kisten). Toen ik echter
deze kar van het parkeerterrein wilde wegnemen, trad de bewaker op mij toe en
vroeg mij of ik de kar soms weg kwam halen voor "de rooie", waarop ik hem ten
antwoord gaf, dat het in orde was en de bewaker mij ongemoeid liet vertrekken.
Vervolgens heb ik mij toen naar de kistencentrale van Barend van Dijk op pier 0
begeven met de bedoeling om daar de kisten, welke zich op de handkar bevonden in
te leveren. Het statiegeld, dat ik voor de kisten moest ontvangen, zou ik dan aan
mijn opdrachtgever, die mij op pier 0 zou komen opzoeken, ter hand stellen, waar-
na ik van dezen mijn belooning zou ontvangen. Juist toen ik begonnen was de kis-
ten van de kar af te zetten, trad Sijmonsbergen op mij toe en vertelde mij, dat
hij de eigenaar van de handkar met kisten was. Nadat ik hem had uitgelegd hoe
ik aan deze kar gekomen was, verzocht hij mij met hem mee te gaan om den onbeken-
den opdrachtgever te zoeken. Vooraf brachten wij, na de afgeladen kisten weer op
de handkar te hebben gezet, deze naar het toegangshek van de Centrale Markt,
waarna wij ons tezamen weer op het terrein begaven. De fiets waarmede ik naar de
Centrale Markt was gekomen, nam ik hierbij mede. Terwijl wij dan samen op het
marktterrein liepen om mijn onbekenden opdrachtgever te zoeken, uitte Sijmons-
bergen tegen mij zeer heftige bedreigingen, temeer daar wij den door ons ge-
zochten persoon niet konden vinden. Ten laatste werd ik zoo bevreesd, dat Sij-
monsbergen mij te lijf zou gaan, dat ik op een gegeven moment op mijn fiets
sprong en mij met snelheid van de Centrale Markt trachtte te verwijderen. Bij
het uitgangshek van de Centrale Markt werd ik echter aangehouden door een con-
trôleur, die mij hierna aan U heeft overgeleverd. Hoewel ik den naam van mijn
onbekenden opdrachtgever niet weet, zal het mij toch wel mogelijk zijn, hem bij
wederzien te herkennen. Dat Sijmonsbergen de eigenaar van de handkar met kisten
was, wist ik niet. Ik had van hem geen toestemming gekregen de handkar van het
parkeerterrein weg te halen, noch om de ledige kisten bij Barend van Dijk in te
leveren, of daar op andere wijze over te beschikken."
Hierna hoorde ik, verbalisant, een mij bekend persoon, die mij later desge-
vraagd opgaf te zijn genaamd: Bouke Cornelis Koevoets, oud 48 jaar, particulier
karrenbewaker op de Centrale Markt, wonende Charlotte de Bourbonstraat 22 I te
Amsterdam-West, aan wien ik Verschuren en de door mij inbeslaggenomen handkar
met ledige kisten vertoonde, waarna hij mij desgevraagd als volgt verklaarde:
"De handkar, welke U mij vertoont, herken ik als het eigendom van kooper Sij-
monsbergen, die deze handkar bij mij in bewaring had gegeven op het parkeerter-
rein van de Centrale Markt. Toen ik mij hedenmorgen op het bedoelde parkeerter-
rein bevond, zag ik, dat de persoon, welke U mij vertoont, deze handkar wilde
wegrijden. Ik vroeg hem of hij deze handkar mocht weghalen van "den rooie", waar-
mede ik Sijmonsbergen bedoelde. Hij verklaarde mij toen, dat het wel in orde * Inhoud: Het document bevat de getuigenis van Jan Verschuren, die wordt verdacht van de diefstal (of onrechtmatige toe-eigening) van een handkar met kisten op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Verdedigingslijn: Verschuren stelt dat hij te goeder trouw handelde in opdracht van een onbekende man die hij op de markt ontmoette. Hij had geld nodig omdat hij net was vrijgelaten uit de gevangenis.
* Escalatie: De situatie escaleerde toen de werkelijke eigenaar, Sijmonsbergen, Verschuren confronteerde. Verschuren vluchtte uit angst voor fysiek geweld ("te lijf gaan"), maar werd bij de uitgang door een controleur gegrepen.
* Bevestiging: De getuigenis van Koevoets (de karrenbewaker) bevestigt dat de kar van Sijmonsbergen ("den rooie") is en dat hij Verschuren heeft aangesproken, die op dat moment beweerde dat alles "in orde" was. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van een "politiek delict" en detentie in de Weteringschans wijst sterk op de periode van de Bijzondere Rechtspleging, waarin duizenden Nederlanders werden vastgezet op verdenking van collaboratie of NSB-lidmaatschap. De armoede en de noodzaak om direct na vrijlating weer aan het werk te komen (zelfs voor "een paar kwartjes") zijn kenmerkend voor de naoorlogse wederopbouwperiode. J. Prins Marktwezen NSB