Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 370
Jaar 1941
Stadsarchief

Politierapport / Proces-verbaal.

15 en 16 september 1941.

Origineel

Politierapport / Proces-verbaal. 15 en 16 september 1941. (Handgeschreven in linkerbovenhoek:)
pvb
in stamboek vermeld
Verschuren mag geen
... ... ...

(Marginale aantekeningen links:)
D.v.
f 41
3.40
1 1/2

RAPPORT. No 77/59/1. 11. 1941 23/9

Op Maandag, 15 September 1941 omstreeks 8 uur v.m. werd mij door J.F. Sijmonsbergen medegedeeld, dat zijn handkar, welke hij op het bewaakte parkeerterrein gestald had, was verdwenen. Deze kar, aldus Sijmonsbergen, was geladen met kisten ter waarde van ƒ 37,20. voorts verklaarde Sijmonsbergen, dat hij bij de schuit van Barend van Dijk op pier C een hem onbekend persoon had aangetroffen, die aldaar juist bezig was de besproken kar met kisten af te laden om deze kisten blijkbaar in te leveren bij Barend van Dijk. Waar hij hiervoor aan dezen persoon geen toestemming had gegeven, verzocht Sijmonsbergen mij een onderzoek in te stellen. Naar aanleiding hiervan hoorde ik, rapporteur, Jan Verschuren, geboren te Amsterdam, 23 Maart 1923, koopman en wonende Schipperstraat 8 III alhier, welke op verzoek van Sijmonsbergen reeds door den contrôleur Groot bij het uitgangshek van de Centrale Markt was aangehouden, juist toen hij zich per rijwiel van de Centrale Markt had willen verwijderen. Verschuren verklaarde mij desgevraagd als volgt: "Sinds eenige dagen ben ik uit het Huis van Bewaring ontslagen, alwaar ik, in verband met een politiek delict, ongeveer een jaar heb vertoefd. Hedenmorgen had ik mij naar de Centrale Markt begeven om te zien of ik daar mogelijk werk kon vinden. Aan een mij onbekend persoon vroeg ik of hij soms den expediteur J. Prins had gezien. Aan dezen expediteur wilde ik namelijk vragen of hij iets voor mij te doen had. De man, dien ik had aangesproken, vroeg mij echter of ik bij hem een paar kwartjes wilde verdienen, waarin ik terstond toestemde. Ik moest dan voor hem zijn kar weghalen, welke op het parkeerterrein stond van de Centrale Markt en de kisten, welke zich daarop bevonden inleveren bij Barend van Dijk op pier C. Mijn opdrachtgever liep met mij mede tot bij het parkeerterrein en wees mij een groene handkar aan, welke op eenigen afstand van ons stond, als zijnde zijn kar, Toen ik deze kar wilde wegnemen, trad de karrenbewaker op mij toe en vroeg of ik de kar moest weghalen voor "de rooie", waarop ik hem ten antwoord gaf, dat het wel goed was, waarna hij mij ongemoeid met de handkar liet gaan. Nadat ik mij naar pier C had begeven en aldaar bij Barend van Dijk reeds eenige kisten van de kar had afgezet, trad Sijmonsbergen op mij toe en verklaarde mij, dat de kar van hem was en niet van den man, die mij de hiervoor genoemde opdracht had gegeven. Tezamen met Sijmonsbergen heb ik toen de Centrale Markt afgezocht om den onbekenden man te zoeken, evenwel zonder resultaat. Waarschijnlijk hierdoor werd Sijmonsbergen steeds kwader en uitte hij de heftigste bedreigingen tegen mij. De handkar hadden wij bij de poort laten staan, terwijl ik mijn fiets had medegenomen bij het zoeken naar den onbekenden man. Bevreesd zijnde, dat Sijmonsbergen mij te lijf zou gaan, ben ik toen op mijn fiets gesprongen en heb getracht de Centrale Markt te verlaten, hierbij nagezet door Sijmonsbergen. Bij het toegangshek van de Centrale Markt werd ik echter vastgegrepen door een contrôleur, die mij later aan U heeft overgeleverd. Ik kan U met nadruk verklaren, dat ik volkomen te goeder trouw ben geweest en niet heb geweten, dat de kar met kisten van Sijmonsbergen was. Het statiegeld, dat ik voor de kisten moest ontvangen, zou ik aan mijn opdrachtgever uitbetalen".

Hierna hoorde ik, rapporteur, B.C. Koevoets, particulier bewaker van handkarren, aan wien ik Verschuren heb vertoond en verklaarde hij, aan Verschuren toestemming te hebben gegeven om de kar van Sijmonsbergen weg te nemen. Naar Koevoets mij verklaarde, gebeurde het wel meer, dat Sijmonsbergen zijn kar door een ander liet weghalen en meende hij, dat het ook nu goed was.

De kar, welke aan de poort stond, heb ik, rapporteur, aan Koevoets, Verschuren en aan Sijmonsbergen vertoond en door hen herkend als de besproken kar. De kar heb ik voorloopig in beslag genomen.

Met betrekking tot Verschuren is mij, rapporteur, bij informatie aan het Hoofdbureau van Politie alhier nog het volgende gebleken. Op 20 Augustus 1940 is hij door den kinderrechter veroordeeld tot 5 maanden voorwaardelijke tuchthuisstraf met een proeftijd van 2 jaren en onder bijzondere voorwaarden.
Op 30 April 1941 door de Rechtbank alhier veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf. Beide gevallen ter zake diefstal.

Gezien het verleden van Verschuren, benevens het feit, dat hij getracht heeft de Centrale Markt te verlaten, zij het dan ook onder het voorwendsel, dat Sijmonsbergen hem misschien te lijf had willen gaan, ben ik van meening, dat Verschuren zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten. Sijmonsbergen doet aangifte en door mij, rapporteur, zal proces-verbaal opgemaakt worden. De kar met kisten heb ik, rapporteur, aan Sijmonsbergen teruggegeven. Toegangskaart voor de Centrale Markt van Verschuren gaat hierbij.

16 September 1941
(Handgeschreven paraaf/handtekening) * Incident: De 18-jarige Jan Verschuren wordt beschuldigd van het stelen van een handkar met lege kisten (waarde ƒ 37,20) op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Verdediging: Verschuren voert aan dat hij in opdracht van een "onbekende man" handelde voor een paar kwartjes. Hij claimt dat hij te goeder trouw handelde en pas vluchtte omdat de eigenaar hem fysiek bedreigde.
* Bewijslast: De bewaker (Koevoets) bevestigt dat hij de kar heeft meegegeven, denkende dat het in opdracht van Sijmonsbergen was. De rapporteur (politieagent) acht de verklaring van Verschuren echter ongeloofwaardig vanwege zijn vluchtpoging en zijn criminele verleden.
* Strafblad: De verdachte is een recidive-pleger met eerdere veroordelingen voor diefstal in 1940 en 1941.
* Conclusie rapporteur: De verdachte wordt schuldig bevonden aan diefstal; een proces-verbaal wordt opgemaakt en de kar is geretourneerd aan de eigenaar. Dit document stamt uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er zijn enkele historisch interessante elementen zichtbaar:
1. Sociaal-economisch: De waarde van de kisten (ƒ 37,20) was in die tijd aanzienlijk. Op de Centrale Markt heerste strikte controle met toegangskaarten, wat de diefstal extra riskant maakte.
2. Rechtspraak: De verdachte noemt een "politiek delict" waarvoor hij een jaar in het Huis van Bewaring heeft gezeten. In 1941 duidde dit vaak op verzet of overtredingen tegen de bezettingsmacht. De rapporteur negeert dit echter en focust op zijn eerdere veroordelingen voor diefstal.
3. Tijdgeest: De snelle opeenvolging van straffen (augustus 1940, april 1941 en nu september 1941) schetst een beeld van een jonge man die in een neerwaartse spiraal van criminaliteit en detentie zat tijdens de oorlogsjaren. B.C. Koevoets C. Mijn J. Prins J.F. Sijmonsbergen Hoofdbureau Politie

Samenvatting

  • Incident: De 18-jarige Jan Verschuren wordt beschuldigd van het stelen van een handkar met lege kisten (waarde ƒ 37,20) op de Centrale Markt in Amsterdam.
  • Verdediging: Verschuren voert aan dat hij in opdracht van een "onbekende man" handelde voor een paar kwartjes. Hij claimt dat hij te goeder trouw handelde en pas vluchtte omdat de eigenaar hem fysiek bedreigde.
  • Bewijslast: De bewaker (Koevoets) bevestigt dat hij de kar heeft meegegeven, denkende dat het in opdracht van Sijmonsbergen was. De rapporteur (politieagent) acht de verklaring van Verschuren echter ongeloofwaardig vanwege zijn vluchtpoging en zijn criminele verleden.
  • Strafblad: De verdachte is een recidive-pleger met eerdere veroordelingen voor diefstal in 1940 en 1941.
  • Conclusie rapporteur: De verdachte wordt schuldig bevonden aan diefstal; een proces-verbaal wordt opgemaakt en de kar is geretourneerd aan de eigenaar.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er zijn enkele historisch interessante elementen zichtbaar:
1. Sociaal-economisch: De waarde van de kisten (ƒ 37,20) was in die tijd aanzienlijk. Op de Centrale Markt heerste strikte controle met toegangskaarten, wat de diefstal extra riskant maakte.
2. Rechtspraak: De verdachte noemt een "politiek delict" waarvoor hij een jaar in het Huis van Bewaring heeft gezeten. In 1941 duidde dit vaak op verzet of overtredingen tegen de bezettingsmacht. De rapporteur negeert dit echter en focust op zijn eerdere veroordelingen voor diefstal.
3. Tijdgeest: De snelle opeenvolging van straffen (augustus 1940, april 1941 en nu september 1941) schetst een beeld van een jonge man die in een neerwaartse spiraal van criminaliteit en detentie zat tijdens de oorlogsjaren.

Genoemde Personen 4

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Peen A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Hoofdbureau Politie

Gerelateerde Documenten 6