Archiefdocument
Origineel
26 april 1941 (linksboven genoteerd). Vermoedelijk de marktmeester of een toezichthoudende instantie van de Centrale Markt. 26/4/41
77/160/3
Den Heer v. d. Star.
Mij is gerapporteerd dat U op 22
Maart j.l. groenten heeft gekocht
buiten een veiling om, welke goederen
U, eveneens buiten de Centrale Markt
om, heeft geleverd aan hier ter stede
gevestigde winkeliers. In verband hier-
mede heb ik U, wegens het verstoren van
den goeden gang van zaken op de Centrale Markt, ~~gestraft~~
ingevolge artikel 35 lid I van het Regle-
ment van die markt, gestraft met ontne-
ming van het recht van koopen op de Centrale Markt
(Opmerking: het woord "goeden" is in regel 11 boven de regel ingevoegd.) Dit document is een officiële kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel tegen een handelaar, de heer Van der Star. De kern van de overtreding is "wilde handel": de betrokkene heeft groenten ingekocht zonder tussenkomst van de verplichte veiling en deze vervolgens direct doorverkocht aan lokale winkeliers, buiten de officiële kanalen van de Centrale Markt om.
De autoriteiten beoordelen dit als een ernstige verstoring van de "goede gang van zaken". Als sanctie wordt gebruikgemaakt van de bevoegdheid uit het marktreglement (artikel 35, lid 1) om de handelaar het recht te ontnemen om nog langer op de Centrale Markt in te kopen. De tekst bevat een correctie waarbij het woord "gestraft" aanvankelijk te vroeg in de zin stond; dit is doorgehaald en lager in de tekst opnieuw geplaatst om de juridische formulering kloppend te maken. De brief is gedateerd op 26 april 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren werd de handel in levensmiddelen extreem streng gereguleerd om de distributie te beheersen en prijsopdrijving op de zwarte markt te voorkomen.
Centrale distributiepunten zoals de Centrale Markthallen (bijvoorbeeld die in Amsterdam) waren essentieel voor de gecontroleerde voedselvoorziening. Handel "buiten de veiling om" werd gezien als een economisch delict, omdat het de officiële prijscontroles en rantsoeneringssystemen ondermijnde. De opgelegde straf — de uitsluiting van de markt — was een zware sanctie die de beroepsuitoefening van de handelaar nagenoeg onmogelijk maakte.