Proces-verbaal (politieverslag), pagina 3.
Origineel
Proces-verbaal (politieverslag), pagina 3. 3 oktober 1900. -3-
zegelmerk verklaarde Overweg mij, dat dit niet door hem verbroken
was. Deze wagon zou, aldus Overweg, niet van een zegelmerk voorzien
zijn geweest op het moment, dat hij de deur van den wagon had ge-
opend.
Ten slotte hoorde ik genoemden Van Alphen, die mij desgevraagd
als volgt verklaarde: "Ik ben als administrateur in dienst bij de
wachtsliedenvereeniging "Holland" en ondermeer belast met het toe-
zicht op het bewakend personeel. Toen ik hedenmorgen omstreeks 7 uur
op het achterterrein kwam, zag ik juist, dat Overweg een zak aard-
appelen wegnam uit wagon No. 9386. Ten einde te voorkomen, dat zijn
daad zou worden ontdekt, ik wilde hem in verband met zijn hoogen
leeftijd voor de gevolgen van zijn daad zien te sparen, heb ik de
wagendeur dicht getrokken en eenige aardappelen, welke blijkbaar bij
het wegnemen der zak op den grond waren gevallen, opgeraapt. Ik heb
Overweg ernstig vermaand om in het vervolg dergelijke daden achter-
wege te laten, terwijl ik thans ben besloten hem uit onzen dienst te
ontslaan. Ik kan U met nadruk verklaren, dat ik met het geval op
zichzelf niets had uit te staan, doch, zooals ik U reeds zeide, al-
leen heb getracht Overweg voor verdere gevolgen te vrijwaren. Dat
ik, zooals grossier Van Es verklaart, in den wagon zou zijn geweest,
terwijl Overweg de zak aardappelen wegdroeg, ontken ik beslist."
Desgevraagd werd mij, verbalisant, van de zijde der "Amster-
damsche Combinatie" medegedeeld, dat men van dit geval geen aangifte
wenschte te doen. De aardappelen heb ik aan de "Amsterdamsche Combi-
natie" terug gegeven, doch de zak inbeslaggehouden. Deze zal door
mij op wettige wijze worden gedeponeerd bij de Griffie van de Arron-
dissements-Rechtbank alhier. Na voorloopig verhoor heb ik Overweg
en Van Alphen heengezonden.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal op den door mij afgelegden
ambtseed opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam 3 October
1900 eenentwintig.
De Ambtenaar bij het Marktwezen,
(w.g.) B. Velthuis
(B. Velthuis)
Gezien:
De Commissaris van Politie, Dit document is de afsluitende pagina van een proces-verbaal betreffende de diefstal van een zak aardappelen uit een spoorwagon (No. 9386). De kern van deze pagina is de getuigenis van Van Alphen, een administrateur bij een bewakingsdienst. Van Alphen geeft toe dat hij de diefstal door zijn ondergeschikte, Overweg, zag gebeuren. Uit medelijden met de hoge leeftijd van Overweg probeerde hij de sporen te wissen door de wagondeur te sluiten en gevallen aardappelen op te rapen.
Hoewel Van Alphen probeerde de diefstal te verhullen, heeft hij uiteindelijk besloten Overweg te ontslaan. Opvallend is dat de bestolene, de "Amsterdamsche Combinatie", afziet van het doen van aangifte. De verbalisant, B. Velthuis, heeft de goederen geretourneerd maar de zak als bewijsstuk behouden voor de rechtbank. De verdachte en de getuige zijn na verhoor vrijgelaten. Het document dateert uit 1900, een tijd waarin Amsterdam een belangrijk knooppunt was voor de handel in levensmiddelen via het spoor en de markten. De genoemde "wachtsliedenvereeniging 'Holland'" was een van de vroege particuliere beveiligingsorganisaties die toezicht hielden op industriële terreinen en goederenvervoer.
De toon van het verslag weerspiegelt de toenmalige juridische praktijk waarin morele overwegingen (zoals de "hooge leeftijd" van de dader) expliciet werden meegewogen in de verklaringen van getuigen, ook al bleef de daad strafbaar. De functie van de verbalisant als "Ambtenaar bij het Marktwezen" duidt erop dat de diefstal plaatsvond op een terrein onder jurisdictie van de gemeentelijke marktdiensten, waarschijnlijk een rangeerterrein bij een markthal of haven.