Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 412
Jaar 1941
Stadsarchief

Politierapport / Proces-verbaal van bevindingen.

Dossier: 77

Origineel

Politierapport / Proces-verbaal van bevindingen. [Stempel/Handschrift bovenaan:] Nº 77 / 67 / 1 M. 1941 27/10

R A P P O R T

Op Zaterdag 27 September 1941, omstreeks 9.20 uur v.m., werd mij, ondergetekende, controleur B.Felthuis, door Barend van Dijk medegedeeld, dat een hem van aanzien bekend persoon bij hem een partij ledige kisten ter waarde van f 21.56 had ingeleverd op naam van kooper Tuin. Het statiegeld heeft hij toen niet aan dezen persoon uitbetaald, doch hem gezegd, dat Tuin het geld zelf moest komen halen, hetgeen deze ook heeft gedaan. Waar het van Dijk, zooals hij mij verklaarde, was gebleken, dat het met de kisten niet geheel in orde was, stelde hij mij hiervan ik kennis en heb ik, rapporteur, een onderzoek ingesteld. Daartoe hoorde ik op Zaterdag 27 September op de Centrale Markt kooper Cobus Tuin, geboren te Amsterdam 17 December 1903, wonende le JanSteenstraat 51 alhier, die mij als volgt verklaarde: "Heden morgen omstreeks 9 uur, bevond ik mij in de Hal toen de mij bekende Herman Gijzen op mij toetrad en mij vroeg, of ik bij Barend van Dijk f 21.56 in ontvangst wilde nemen van ledige kisten, welke hij, Gijzen, aldaar op mijn naam had ingeleverd. Gijzen verklaarde mij, deze kisten te hebben ingeleverd voor een man wiens naam hij niet wist, reden waarom hij mijn naam had opgegeven aan van Dijk. Hierbij had van Dijk hem aangezegd, dat ik dan zelf maar om het geld moest komen. Waar Gijzen voor mij wel eens een vracht heeft vervoerd en ik nu meende dat het wel goed was, heb ik aan zijn verzoek gevolg gegeven en bij van Dijk f 21.56 in ontvangst genomen, welk bedrag ik heb afgegeven aan Gijzen. Even daarna vroeg van Dijk mij, waar zich mijn kar bevond, en deelde ik hem mede, dat deze in de Hal stond. Blijkbaar heeft dit bij van Dijk argwaan opgewekt, want hij deelde mij mede, dat de kar waar Gijzen de kisten had afgenomen nog op pier C stond. Hoe het dan ook zij, was het alleen maar mijn bedoeling om Gijzen te wille te zijn. Ik had hem geen opdracht gegeven voor mij of op mijn naam ledige kisten in te leveren."

Even nadat ik Tuin had gehoord, verscheen voor mij kooper C.J.Robbé, wonende Barth: Diazstraat 8 alhier, die mij aangifte deed en verklaarde, dat zijn handkar welke geladen was met ledige kisten en die enige tijd onbeheerd had gestaan in de Jan van Galenstraat voor het Hallentheater, was verdwenen. Deze kar aldus Robbé, was gemerkt met J.H.Z.96 en had hij in huur van A.v.d.Berg, karrenverhuurder, gevestigd Borgerstraat alhier. Waar Robbé inmiddels kennis had genomen van het geval van Tuin en Gijzen, achtte hij het niet onmogelijk, dat Gijze zijn kisten bij van Dijk had ingeleverd. Later vernam ik nog van Robbé, dat hij zijn kar zonder kisten had teruggevonden op het terrein van de Centrale Markt.

Op Maandag 29 September 1941, hoorde ik, rapporteur, een zekeren L.Blankenstijn, oud 17 jaar en wonende Baarsjesweg 138 huis alhier, die mij verklaarde, dat hij op Zaterdag 27 September omstreeks 9 uur v.m. op de Centrale Markt den hem bekenden Gijzen had ontmoet. Gijzen had hem toen verzocht om bij ~~Barend~~ van Dijk een emballage bon te gaan halen, welke stond op naam van Tuin om daarna dezen bon aan hem, Gijzen af te geven. Waar Blankenstijn, zooals hij mij verklaarde de zaak niet vertrouwde, heeft hij aan het verzoek van Gijzen geen gevolg gegeven.

Naar aanleiding van het vorenstaande, heb ik, rapporteur, op Woensdag 1 October, 1941 aangehouden een mij bekend persoon die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: HERMAN GIJZEN, geboren te Amsterdam 18 Mei 1916, zonder beroep, tijdelijk wonende Elizabeth Wolfstraat 69 II alhier, en hem overgebracht naar het Kaartenbureau van de Centrale Markt, alwaar hij door mij voorloopig is gehoord. Gijzen verklaarde mij als volgt: Op Zaterdag 27 September, omstreeks 8.30 uur v.m, bevond ik mij voor een der ingangspoorten van de Centrale Markt, toen aldaar een mij alleen van aanzien bekend persoon mij vroeg, of ik voor hem op de Centrale Markt bij Barend van Dijk een partij ledige kisten wilde inleveren. Ik stemde hierin toe, waarop, ik van mijn opdrachtgever een kar meekreeg met ledige kisten. Bedoelde persoon zou bij het hek op mij blijven wachten, om daar het statiegeld van mij in ontvangst tenemen. Van de partij kisten welke zich op de kar bevond, wilde van Dijk er slechts 22 aannemen. De overige zou hij zelf niet kwijt kunnen. Hoeveel kisten er op de kar bleven weet ik niet precies. ~~Xxxxx de 22 kisten werden door Barend van Dijk xxxxxxxxx statiegeld doch verklaarde hij xx xxxxxxxx~~ Waar ik deh naam van den persoon voor wien ik de kisten inleverde niet wist, heb ik dit gedaan op naam van den mij bekenden Cobus Tuin. Van Dijk weigerde evenwel het statiegeld aan mij uit te betalen en zeide mij, dat Tuin hiervoor zelf moest komen. Daar ik echter den bon, waarop uitbetaling plaats vindt, zelf in mijn bezit wilde hebben om deze aan mijn opdrachtgever te kunnen overhandigen, verzocht ik aan den mij bekenden Blankenstijn die op het terrein ontmoette, om voor mij de bon bij van Dijk te vragen. Blankenstijn ging hier niet op in, reden waarom ik ten slotte zelf aan Tuin vroeg het statiegeld bij van Dijk voor mij in ontvangst te willen nemen. Vooraf deelde ik Tuin nog mede hoe ik aan de kisten gekomen was gekomen en waarom ik bij het inleveren hiervan zijn naam had opgegeven. Tuin heeft toen wel aan mijn verzoek voldaan en het statiegeld bij van Dijk gehaald, dit aan mij ter hand gesteld, waarna ik het later aan mijn opdrachtgever heb afgedragen. Voor mijn moeite ontving ik van laatstgenoemden één gulden. De kar met het restant kisten heb ik op de Centrale Markt achtergelaten en zou ik U niet kunnen zeggen wat daarvan geworden is. Dit rapport beschrijft een geval van diefstal en verduistering van emballage (kisten) en een handkar op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. De Diefstal: Een handkar van C.J. Robbé, gevuld met lege kisten, wordt gestolen bij het Hallentheater aan de Jan van Galenstraat.
  2. De List: De verdachte, Herman Gijzen, probeert de kisten in te leveren bij Barend van Dijk voor statiegeld (f 21.56). Omdat hij geen legitieme eigenaar is, geeft hij de naam op van een bekende handelaar, Cobus Tuin.
  3. De Blokkade: Van Dijk vertrouwt het niet en weigert Gijzen rechtstreeks uit te betalen; alleen de persoon op wiens naam de kisten staan (Tuin) mag het geld ophalen.
  4. De Misleiding: Gijzen overtuigt Tuin ervan dat hij de kisten voor "iemand anders" heeft ingeleverd op Tuins naam. Tuin, te goeder trouw, haalt het geld op en geeft het aan Gijzen.
  5. Ontknoping: De argwaan van Van Dijk en de aangifte van Robbé leiden naar Gijzen. Gijzen claimt bij zijn aanhouding dat hij in opdracht van een onbekende handelde, maar zijn verhaal over de "onbekende man" en het achterlaten van de kar is een typisch verweer bij diefstal. Dit document stamt uit september/oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, geeft het rapport een uniek inkijkje in het dagelijks leven en de economie van die tijd:

  6. De Centrale Markt: Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De strikte controle op emballage en statiegeld laat zien dat materialen schaars en waardevol waren.

  7. Vervoer: Het gebruik van handkarren was essentieel voor de fijnmazige distributie in de stad. De karren werden vaak gehuurd (zoals in dit geval bij A.v.d. Berg).
  8. Bureaucratie: Het rapport toont de nauwgezette manier waarop de marktcontroleurs (zoals Felthuis) toezicht hielden. Het "Kaartenbureau" op de markt was een centraal punt voor administratie, mogelijk ook gerelateerd aan de distributiestamkaarten die tijdens de oorlog noodzakelijk waren.
  9. Sociaal-economisch: De waarde van de kisten (f 21.56) was aanzienlijk voor die tijd, aangezien de verdachte zelf verklaarde slechts één gulden voor zijn "moeite" te hebben ontvangen. Dit verklaart waarom de diefstal van dergelijke goederen serieus werd onderzocht. B. Felthuis C.J. Robb L. Blankenstijn

Samenvatting

Dit rapport beschrijft een geval van diefstal en verduistering van emballage (kisten) en een handkar op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. De Diefstal: Een handkar van C.J. Robbé, gevuld met lege kisten, wordt gestolen bij het Hallentheater aan de Jan van Galenstraat.
  2. De List: De verdachte, Herman Gijzen, probeert de kisten in te leveren bij Barend van Dijk voor statiegeld (f 21.56). Omdat hij geen legitieme eigenaar is, geeft hij de naam op van een bekende handelaar, Cobus Tuin.
  3. De Blokkade: Van Dijk vertrouwt het niet en weigert Gijzen rechtstreeks uit te betalen; alleen de persoon op wiens naam de kisten staan (Tuin) mag het geld ophalen.
  4. De Misleiding: Gijzen overtuigt Tuin ervan dat hij de kisten voor "iemand anders" heeft ingeleverd op Tuins naam. Tuin, te goeder trouw, haalt het geld op en geeft het aan Gijzen.
  5. Ontknoping: De argwaan van Van Dijk en de aangifte van Robbé leiden naar Gijzen. Gijzen claimt bij zijn aanhouding dat hij in opdracht van een onbekende handelde, maar zijn verhaal over de "onbekende man" en het achterlaten van de kar is een typisch verweer bij diefstal.

Historische Context

Dit document stamt uit september/oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, geeft het rapport een uniek inkijkje in het dagelijks leven en de economie van die tijd:

  • De Centrale Markt: Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De strikte controle op emballage en statiegeld laat zien dat materialen schaars en waardevol waren.
  • Vervoer: Het gebruik van handkarren was essentieel voor de fijnmazige distributie in de stad. De karren werden vaak gehuurd (zoals in dit geval bij A.v.d. Berg).
  • Bureaucratie: Het rapport toont de nauwgezette manier waarop de marktcontroleurs (zoals Felthuis) toezicht hielden. Het "Kaartenbureau" op de markt was een centraal punt voor administratie, mogelijk ook gerelateerd aan de distributiestamkaarten die tijdens de oorlog noodzakelijk waren.
  • Sociaal-economisch: De waarde van de kisten (f 21.56) was aanzienlijk voor die tijd, aangezien de verdachte zelf verklaarde slechts één gulden voor zijn "moeite" te hebben ontvangen. Dit verklaart waarom de diefstal van dergelijke goederen serieus werd onderzocht.

Genoemde Personen 3

Locaties

Centrale Markt

Producten

Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6