Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 440
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal / Rapport van bevindingen

8 november 1941

Origineel

Proces-verbaal / Rapport van bevindingen 8 november 1941 [Handgeschreven aantekeningen in rood potlood bovenin:]
pub
14/11 [onleesbaar]
vrij dergel. gevallen...
ter info
kaart aanleggen
in archief – ...
aanvraag toelating

[Stempel/Typemachine bovenin:]
№ 77/75/1 M. 1941

[Handgeschreven links:]
Genoteerd
18/11-41
[Paraaf]

R A P P O R T

Op Zaterdag 8 November 1941, omstreeks 7.45 uur v.m., werd mij, ondergetekende, controleur Boon, door de gebroeders van der Meij, grossiers gevestigd op pier D.6, medegedeeld, dat van de achterzijde van hun pakhuis 30 ledige kisten, afkomstig van de veiling te Leiden, verdwenen waren. Deze kisten hadden daar de dag tevoren omstreeks 3.30 uur n.m nog gestaan. Aanvankelijk werd verondersteld, dat deze kisten zouden zijn weggenomen door de grossiers Kost en Blokker van pier D en heb ik tezamen met controleur Felthuis aldaar een onderzoek ingesteld. Hierbij bleek evenwel, dat deze veronderstelling niet juist was.

Vervolgens hebben wij ons naar Barend van Dijk begeven en hem verzocht om ons deirect in kennis te stellen wanneer iemand mocht komen met 30 Leidsche kisten. Omstreeks 9 uur v.m. bevond ik, Boon, mij op pier C en werd mij door Barend van Dijk medegedeeld, dat een hem onbekende jongen zoo juist 30 ledige Leidsche kisten had ingeleverd op naam van een zekeren Verkerk. Het statiegeld van deze kisten had hij echter niet aan dezen jongen uitbetaald. Naar aanleiding hiervan heb ik, rapporteur op pier C aangehouden den door van Dijk bedoelden jongen die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd:

CHRISTIAAN VAN PETTEN, 59
geboren te Amsterdam 27 Juli 1924, kruier en wonende Stolwijckstraat 59 alhier. Met betrekking tot de herkomst van de 30 kisten welke hij bij van Dijk had ingeleverd, verklaarde Petten mij als volgt:

"Ik ben als lossenknecht in dienst bij den expediteur P van Kerkwijk. Op vrijdag 7 November 1941, hebben wij met een paard en wagen een partij ledige kisten voor kooper H. Kluft vervoerd van diens winkel aan den Aalsmeerweg naar de Centrale markt. Bij aankomst aan de Centrale Markt is Kerkwijk met zijn paard en wagen in de rij gaan staan aan de aardappelenzijde, aangezien hij nog een vracht aardappelen moest vervoeren en heb ik inmiddels met een handkar de kisten van zijn paard en wagen afgeladen en overgebracht naar de achterzijde van pakhuis D.6. Nadat ik dit gedaan had, heb ik van een partij kisten welke reeds achter pakhuis D.6 stond een gedeelte (30 kisten) weggenomen en deze langs den spoorbaan tegenover pakhuis C.1 neergezet. Heden morgen heb ik getracht deze kisten in te leveren bij den grossier S. de Graaf op pier C, doch toen mij bleek dat deze op Zaterdag geen ledige kisten in ontvangst nam, heb ik even later ingeleverd bij Barend van Dijk op pier C, op naam van Verkerk. Van Dijk wilde mij evenwel het statiegeld niet uitbetalen doch deelde mij mede, dat Verkerk dan zelf het geld moest komen halen. Mijn bedoeling was evenwel het geld zelf te ontvangen en dit af te geven aan kooper H. Kluft, aangezien ik van dezen ook meerdere malen een goede behandeling heb ondervonden. Dat ik deze kisten op naam van Verkerk heb ingeleverd, was maar een verzinsel. Ik had van niemand toestemming gekregen de kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken te beschikken."

Bij onderzoek is mij, rapporteur, nog gebleken, dat kooper Kluft, noch expediteur Kerkwijk iets met dit geval te maken hebben gehad. De besproken kisten heb ik bij van Dijk in beslag genomen en later hiervan 29 stuks teruggegeven aan de Gebr: van der Meij, terwijl ik één kist ten behoeve van een strafrechtelijke vervolging in beslag heb gehouden. Door de gebr: van der Meij wordt aangifte gedaan en zal door mij tegen Petten proces-verbaal worden opgemaakt. Bij onderzoek bleek mij, rapporteur, nog, dat Petten niet in het bezit was van een toegangskaart voor de Centrale Markt.

[Links onder:]
Den Heer Bedrijfschef
V/h Marktwezen

[Rechts onder:]
Amsterdam 8 November 1941
Controleur,
[Signatuur: J. Boon] Dit document betreft een intern rapport van de controledienst van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de diefstal van 30 lege veilingkisten (zgn. "Leidsche kisten") door de 17-jarige lossenknecht Christiaan van Petten.

Van Petten stal de kisten van de achterzijde van pakhuis D.6 (eigendom van de gebroeders Van der Meij) en probeerde deze vervolgens in te leveren bij een andere grossier (Barend van Dijk) om het statiegeld te innen. Hij deed dit onder de valse naam "Verkerk". De verdachte bekende schuld en gaf aan dat hij het geld wilde schenken aan zijn andere werkgever, kooper Kluft, als dank voor een goede behandeling. De controleur stelt vast dat de werkgevers niet betrokken waren. Saillant detail is dat de jongen bovendien niet over een vereiste toegangskaart voor het marktterrein beschikte. Eén kist werd als bewijsstuk behouden voor de strafzaak. Het rapport dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. In deze periode van schaarste en distributie waren zaken als emballage (kisten) en statiegeld van groot economisch belang.

De administratieve afhandeling (zoals de rode aantekeningen "in archief" en "kaart aanleggen") duidt op de strikte controle en bureaucratie binnen het Marktwezen. De vermelding dat de verdachte geen toegangskaart had, wijst op de verscherpte beveiliging en regelgeving op het marktterrein tijdens de oorlogsjaren, deels ingegeven door de noodzaak om de zwarte handel te bestrijden.

Samenvatting

Dit document betreft een intern rapport van de controledienst van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de diefstal van 30 lege veilingkisten (zgn. "Leidsche kisten") door de 17-jarige lossenknecht Christiaan van Petten.

Van Petten stal de kisten van de achterzijde van pakhuis D.6 (eigendom van de gebroeders Van der Meij) en probeerde deze vervolgens in te leveren bij een andere grossier (Barend van Dijk) om het statiegeld te innen. Hij deed dit onder de valse naam "Verkerk". De verdachte bekende schuld en gaf aan dat hij het geld wilde schenken aan zijn andere werkgever, kooper Kluft, als dank voor een goede behandeling. De controleur stelt vast dat de werkgevers niet betrokken waren. Saillant detail is dat de jongen bovendien niet over een vereiste toegangskaart voor het marktterrein beschikte. Eén kist werd als bewijsstuk behouden voor de strafzaak.

Historische Context

Het rapport dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. In deze periode van schaarste en distributie waren zaken als emballage (kisten) en statiegeld van groot economisch belang.

De administratieve afhandeling (zoals de rode aantekeningen "in archief" en "kaart aanleggen") duidt op de strikte controle en bureaucratie binnen het Marktwezen. De vermelding dat de verdachte geen toegangskaart had, wijst op de verscherpte beveiliging en regelgeving op het marktterrein tijdens de oorlogsjaren, deels ingegeven door de noodzaak om de zwarte handel te bestrijden.

Locaties

Amsterdam Centrale Markt

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6