Proces-verbaal (politierapport).
Origineel
Proces-verbaal (politierapport). 8 november 1941. (Handgeschreven rechtsboven:)
Haven 69.
Hoofdkantoor
(Linksboven:)
MARKTWEZEN.
Nº 77/75/2/17'41.
(Stempel/Handgeschreven links:)
2 2
Gezien
[Paraaf]
Proces-verbaal contra
Christiaan van Petten, oud
17 jaar, knecht, wonende Stol-
wijkstraat 59 II te Amster-
dam-West, verdacht van dief-
stal van 30 ledige kisten,
gepleegd op de Centrale
Markt te Amsterdam, op Vrijdag
7 November 1941, ten nadeele
van Jacobus van der Meij, oud
32 jaar, grossier in groenten
gevestigd Centrale Markt D 5
en wonende Smitstraat 44 te
Rijnsburg (Z-H.)
Op Zaterdag 8 November 1941, des voormiddags omstreeks 7.45 uur, werd mij, ondergetekende, Jacob Pieter Nicolaas Boon, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door een mij bekend persoon die mij later desgevraagd opgaf genaamd te zijn: Jacobus van der Meij, oud 32 jaar, grossier in groenten, gevestigd op de Centrale Markt in pakhuis D.5 en wonende Smitstraat 44 te Rijnsburg (Z-H), aangifte gedaan en verklaarde hij:
"Tezamen met mijn broer heb ik van het Marktwezen pakhuis D.5 van de Centrale Markt inhuur. Toen ik op Vrijdag 7 November 1941, omstreeks 3.30 uur n.m. ons naar huis begaven bevond zich aan de achterzijde van ons pakhuis een partij ledige kisten, waaronder een gedeelte afkomstig van de groentenveiling te Leiden. Deze kisten had ik ontvangen van verschillende kooplieden en heb aan hen hiervoor één gulden statiegeld per kist terugbetaald, welk bedrag ik op mijn beurt weer van de betrokken veiling terug ontvang. Toen ik hedenmorgen omstreeks 7.35 uur weer aan de achterzijde van mijn pakhuis kwam, bleek mij, dat van de besproken partij kisten afkomstig van de veiling te Leiden 30 kisten verdwenen waren. Ik heb aan niemand toestemming gegeven deze kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Ik verzoek U een onderzoek te willen doen en indien hiertoe termen aanwezig tegen de eventueelen dader een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Navoorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."
(Handgeschreven handtekeningen:)
J.P.N. Boon.
Jac v d Meij
Naar aanleiding van deze aangifte, heb ik, verbalisant mij naar pier G van de Centrale Markt begeven alwaar is gevestigd een kistencentrale, alwaar door den houder de mij bekende Barend van Dijk, oud 49 jaar, wonende Da Costakade 200 te Amsterdam-West, van de kooplieden, tegen eenige vergoeding, gangbaar ledige kisten worden aangenomen, welke kisten hij op zijn beurt weer doorzendt naar de betrokken veilingen. Bedoelde van Dijk verklaarde mij desgevraagd, dat op Vrijdag 7 November 1941 door niemand 30 ledige kisten waren ingeleverd en dat, mocht iemand hiermede komen, hij mij hiervan direct in kennis zou stellen.
Op Zaterdag 8 November 1941, omstreeks 9.30 uur v.m., werd mij door genoemden van Dijk medegedeeld, dat een hem onbekende jongen zoo juist bij hem 30 ledige kisten, afkomstig van de groentenveiling te Leiden, ter inlevering had aangeboden op naam van Dit document is een getypt proces-verbaal van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is de diefstal van 30 lege veilingkisten van de groenteveiling in Leiden. In 1941 was op deze kisten een statiegeld van één gulden per stuk van kracht. De totale waarde van de buit bedroeg dus 30 gulden, wat destijds een aanzienlijk bedrag was (vergelijkbaar met ongeveer een weekloon voor een ongeschoolde arbeider).
De recherchemethode is klassiek: de verbalisant (Boon) begeeft zich direct na de aangifte naar de "kistencentrale" op de markt (gerund door Barend van Dijk). Dit was de logische plek waar een dief de kisten te gelde zou proberen te maken. De strategie werpt snel vruchten af: minder dan twee uur na de aangifte meldt een "onbekende jongen" zich met exact 30 kisten bij de centrale, wat leidt naar de 17-jarige knecht Christiaan van Petten. Het document dateert van november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (het huidige Food Center Amsterdam) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
Tijdens de oorlogsjaren ontstond er door schaarste en distributiemaatregelen een levendige handel in alles wat waarde had, inclusief verpakkingsmaterialen zoals kisten. Het feit dat er "onbezoldigd veldwachters" specifiek voor het Marktwezen werden ingezet, onderstreept het belang van strikte handhaving op het marktterrein om diefstal en zwarte handel tegen te gaan. De verdachte is een 17-jarige jongen; jeugdcriminaliteit nam tijdens de oorlogsjaren fors toe, vaak gedreven door armoede of de kans op snel gewin in de ontregelde economie. De vermelding van "Amsterdam-West" en "Rijnsburg" laat de nauwe logistieke banden zien tussen de bollenstreek/tuinbouwgebieden en de Amsterdamse markt. J.P.N. Boon Marktwezen