Proces-verbaal / Getuigenverklaring (Pagina 2)
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (Pagina 2) (2)
Verkerk van Dijk verklaarde mij, dat hij deze kisten wel had aangenomen en hiervoor een emballagebon, waarop uitbetaling van het statiegeld kon plaats vinden had uitgeschreven, doch aan dezen jongen het geld niet had afgedragen, doch hem gezegd, dat Verkerk zelf het geld moest komen halen. Ten behoeve van een nader onderzoek, heb ik, verbalisant, van Van Dijk voorloopig inbeslag genomen een emballagebon genummerd 9317, ten name van Verkerk en ter waarde van ~~22~~ f 29,40 zijnde het bedrag van de ledige kisten, verminderd met de vergoeding voor van Dijk. Tevens heb ik bij van Dijk inbeslag genomen 30 ledige kisten, welke blijkens het daarop aangebrachte merkteecken afkomstig waren van de groentenveiling te "Leiden en Omstreken". Voorts heb ik op Zaterdag 8 November 1941, omstreeks 9.30 uur v.m. op het terrein van de Centrale Markt, op aanwijzing van Van Dijk aangehouden een mij onbekenden jongen, die de 30 besproken kisten zou hebben ingeleverd. Met dezen jongen die mij later deag vraagde opgaf genaamd te zijn:
CHRISTIAAN VAN PETTEN,
geboren te Amsterdam 27 Juli 1924, kruiersknecht, wonende Stolwijkstraat 59 II te Amsterdam-West, heb ik mij naar de kistencentrale van Van Dijk begeven en hem aldaar de 30 door mij inbeslag genomen kisten vertoond. Van Petten verklaarde mij desgevraagd als volgt:
"Ik ben als losse knecht in dienst bij de kruier P van Kerkwijk Op Vrijdag 7 November 1941, omstreeks 1.45 uur n.m., bevonden wij ons met een paard en wagen beladen met ledige kisten, afkomstig van den koopman H. Kluft, aan de aardappelzijde van de Centrale Markt. Kerkwijk moest namelijk een partij aardappelen laden voor ~~xxxx~~ verschillende kooplieden. Terwijl Kerkwijk met zijn voertuig in de Rij moest wachten, moest ik in opdracht van Kerkwijk de ledige kisten welke zich op zijn voertuig bevonden aan de achterzijde van het pakhuis D.3 neerzetten en sorteeren. Op eenige afstand van de plaats waar ik de kisten nu had neergezet, stond reeds een partij ledige kisten. Hiervan heb ik er 30 stuks afgenomen en deze voorloopig neergezet op den hoofdweg van de Centrale Markt, ter hoogte van pakhuis C.1, met de bedoeling om ze den volgenden dag bij de grossier van het pakhuis C.1 in te leveren. Toen ik mij hiertoe dan ook op Zaterdag 8 November 1941 tijdens de markttijd bij bedoelden grossier vervoegde, vernam ik, dat men aldaar op Zaterdag geen ledige kisten in ontvangst wilde nemen. Hierop heb ik mij toen naar de kistencentrale van Van Dijk begeven en aan zijn personeel gevraagd of zij ook kisten afkomstig van de groentenveiling Leiden en Omstreken aannamen. Toen ik vernam, dat dit kon, heb ik een driewielige bakfiets aan iemand ter leen gevraagd en hiermede de kisten naar de centrale van Van Dijk overgebracht. Ik heb daar de kisten ingeleverd op naam van Verkerk. Ik deed dat op dien naam, omdat ik voor eenige dagen ook op dien naam 2 kisten had ingeleverd, en zij zonder meer van mij waren aangenomen. Het geld zijnde f 2,- heb ik toen voor mijzelf behouden. Deze kisten had ik toen gekregen van een jongen. Ook nu nam men bij van Dijk de 30 ledige kisten in ontvangst, doch wilde van Dijk mij het statiegeld niet uitbetalen. Hij verklaarde mij, dat Verkerk het geld moest komen halen. Ook den emballagebon waarop uitbetaling van het statiegeld plaats vindt wilde van Dijk mij niet geven. De kisten welke U mij ~~xxxx hebt~~ hebt vertoond, herken ik als denzelfden welke ik van de stapel aan de achterzijde van het pakhuis D.3 heb weggenomen. Ik heb deze kisten weggenomen met de bedoeling om het geld dat ik hiervoor zou ontvangen te schenken aan kooper H. Kluft, omdat deze zoo goed voor mij is. Ik had van niemand toestemming gekregen deze kisten weg te nemen of op andere wijze over te beschikken." Dit document is een getuigenverklaring van de 17-jarige kruiersknecht Christiaan van Petten, die wordt verdacht van het ontvreemden van dertig veilingkisten. De kern van de zaak draait om het onrechtmatig inleveren van emballage (lege kisten) bij de kistencentrale van Van Dijk op de Centrale Markt in Amsterdam.
Van Petten bekent dat hij de kisten van een bestaande stapel bij een pakhuis heeft weggenomen. Opvallend is zijn modus operandi: hij gebruikt de naam "Verkerk" om de kisten in te leveren, waarschijnlijk omdat deze naam bekend was bij de centrale en minder argwaan wekte. De kistencentrale (Van Dijk) vertrouwde de situatie echter niet en weigerde het statiegeld aan de jongen uit te betalen, wat leidde tot zijn aanhouding. De verklaring van de jongen dat hij het geld aan een koopman (Kluft) wilde schenken, lijkt een poging om zijn handelen in een gunstiger daglicht te stellen, hoewel hij aan het eind expliciet toegeeft dat hij geen toestemming had. Het document dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Emballage, zoals houten veilingkisten, vertegenwoordigde een concrete waarde (statiegeld). De "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam in de Markthal) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
De genoemde bedragen (f 2,00 voor twee kisten en f 29,40 op de emballagebon) waren voor die tijd aanzienlijk, zeker voor een jonge kruiersknecht. Het document geeft een inkijkje in de alledaagse criminaliteit en de strikte controle op goederenstromen tijdens de oorlogsjaren. De taal is formeel juridisch ("verbalisant", "n.m.", "v.m."), wat duidt op een officieel politie-onderzoek door de Amsterdamse politie. De veiling "Leiden en Omstreken" was destijds een belangrijke toeleverancier van groenten voor de hoofdstad.