Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 510
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een politiedossier).

10 t/m 12 december 1941.

Origineel

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een politiedossier). 10 t/m 12 december 1941. By nader onderzoek hoorde ik, rapporteur , dat de kooper
Cornelys Scheltus, wonende Argonautenstraat 1, alhier, in het
bezit moest zyn van voornoemden paard en wagen. Ik hoorde
Scheltus omtrent deze mededeeling, doch hy verklaarde my wel
in het bezit te zyn van een paard en wagen, doch op dezen wagen
is geen bord, noch een naam aanwezig. Dit bleek my by onder-
zoek juist te zyn, maar ik constateerde wel, dat er aan de
achterzyde van den wagen twee yzeren lippen waren bevestigd
waarin voorheen hoogstwaarschynlyk wel een bord was beves-
tigd geweest.
Op Woensdag 10 December 1941 vernam ik, dat bovenom-
schreven wagen in het bezit was geweest van den kooper JUN,
wonende Jan van Galenstraat 301 alhier. Nadat ik Jun het een
en ander had medegedeeld verklaarde hy het navolgende :
'' Na hetgeen U my hebt mededeeld, kan ik U verklaren, dat de
'' wagen zooals die door U beschreven is, inderdaad in myn be-
'' zit is geweest. Het was niet myn eigendom, doch ik had hem ge-
'' gehuurd van eene WIT, die in de Spaarndammerbuurt moet wonen
'' Ik heb voornoemden wagen ongeveer vier weken in huur gehad
'' en dat is al lang geleden. Ik kan U mededeelen, dat ik voor-
'' noemde wagen verleden week nog op het terrein der Centrale
'' Markt heb gezien, doch ik weet niet, wie thans de eigenaar
'' is. Verder kan ik U niets mededeelen. ''
Op Donderdag 11 December 1941 omstreeks 1.30 uur m.m.
hoorde ik de echtgenoote van WIT. Deze verklaarde als volgt :
'' Ik kan my herinneren, dat myn man in het bezit is geweest van
'' een paard en wagen, zooals door U omschreven, doch ik kan U
'' geen nadere inlichtingen verstrekken, daar ik my nooit met
'' de handel van myn man bemoei. Myn man is de stad in en ik
'' kan U niet zeggen, wanneer hy thuis komt, doch wanneer hy
'' thuis komt, zal ik hem zeggen, dat U hem morgenochtend
'' Vrydag 12 December 1941, persoonlyk moet hooren ''
Op Vrydag 12 December 1941 hoorde ik een persoon, die
my desgevraagd opgaf te zyn genaamd WILLEM WIT, oud 46 jaar,
koopman, wonende Polanenstraat 20 Huis, alhier. Nadat ik hem
een en ander had medegedeeld, verklaarde hy als volgt :
'' U vraagt my of ik eenigen tyd geleden een vierwieligen
'' paard en wagen heb verkocht aan Scheltus, Argonautenstraat 1
'' te Amsterdam Z. Daarop antwoord ik bevestigend. Ik was op
'' regelmatige wyze aan dien wagen gekomen. Ik had hem in de
'' Gemeente Purmerend gekocht. Omstreeks November 1940 kwam
'' Scheltus aan myn woning en vroeg my een paard en wagen te
'' huur. Ik kende hem toen alleen van gezicht. Ik wist dat het
'' een groentehandelaar was. Hy zeide dat hy bieten moest ryden
'' van Amstelveen naar Amsterdam. Ik heb Scheltus toen den dxx*x
'' een hit en wagen verkocht voor den prys van, naar ik vermeen,
'' f. 330.-. Nadat Scheltus my had betaald, heeft hy zoowel de
'' hit als denwagen medegenomen. U toont my een foto, waaromtren
'' U verklaart, dat deze den persoon van genoemden Scheltus
'' voorstelt (Ik verbalisant vertoon een goed gelykende foto
'' van Scheltus voornoemd) Ik herken in hem den man als in
'' myn verklaring xoor bedoeld. De wagen, dien ik he, verkocht
'' omschryf ik als volgt : vierwielige wagen met metalen banden
'' ongeveer 2½ meter breed, ongeveer 1½ meter, donker groen ge-
'' schilderd, aan de achterzyde voorzien van een groen schot,
'' waarop met witte letters '' G.BEKKER ZAANDAM''. Ik kan dien
'' wagen by weerzien herkennen. Meer weet ik in deze niet te
'' verklaren. Nadat myn verklaring my is voorgelezen, volhard
'' ik er by en onderteeken haar w.g. W.Wit.
Op Vrydag 12 December 1941 des namiddags te ongeveer
3 uur hoorde ik, rapporteur, te zynen huize den my bekenden

--- Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek. De "rapporteur" (een politieagent of rechercheur) probeert de eigendomshistorie van een specifieke paardenwagen te reconstrueren. De wagen wordt gekenmerkt door de tekst "G. BEKKER ZAANDAM" op de achterzijde, hoewel de koper, Scheltus, probeert te verhullen dat er een naamplaat op zat door deze te verwijderen.

De getuigenverklaringen schetsen een keten van bezit:
1. Willem Wit kocht de wagen in Purmerend.
2. Hij verhuurde en verkocht deze later (nov. 1940) voor 330 gulden aan Scheltus, een groentehandelaar die bieten vervoerde tussen Amstelveen en Amsterdam.
3. Tussendoor is de wagen ook gehuurd door een zekere Jun.

Opvallend is het gebruik van een foto om de identiteit van de verdachte/betrokkene Scheltus te verifiëren, wat duidt op een serieus onderzoek naar mogelijk diefstal of illegale handel.

--- Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een groot tekort aan brandstof voor motorvoertuigen, waardoor paard-en-wagen transport essentieel werd voor de voedselvoorziening (zoals het genoemde vervoer van bieten).

De gedetailleerde wijze waarop de politie onderzoek deed naar dergelijke transportmiddelen kan te maken hebben met de strenge regulering van transport en handel door de bezetter, of met de toename van diefstal van schaarse goederen en transportmiddelen. De locaties (Argonautenstraat, Spaarndammerbuurt, Centrale Markt) plaatsen het verhaal midden in het dagelijkse Amsterdamse leven onder de bezetting. De term "hit" die in de tekst wordt gebruikt, is een verouderde term voor een klein paard of een pony. Cornelys Scheltus Jun Willem Wit (46 jaar) G. Bekker (Zaandam).

Samenvatting

Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek. De "rapporteur" (een politieagent of rechercheur) probeert de eigendomshistorie van een specifieke paardenwagen te reconstrueren. De wagen wordt gekenmerkt door de tekst "G. BEKKER ZAANDAM" op de achterzijde, hoewel de koper, Scheltus, probeert te verhullen dat er een naamplaat op zat door deze te verwijderen.

De getuigenverklaringen schetsen een keten van bezit:
1. Willem Wit kocht de wagen in Purmerend.
2. Hij verhuurde en verkocht deze later (nov. 1940) voor 330 gulden aan Scheltus, een groentehandelaar die bieten vervoerde tussen Amstelveen en Amsterdam.
3. Tussendoor is de wagen ook gehuurd door een zekere Jun.

Opvallend is het gebruik van een foto om de identiteit van de verdachte/betrokkene Scheltus te verifiëren, wat duidt op een serieus onderzoek naar mogelijk diefstal of illegale handel.


Historische Context

Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een groot tekort aan brandstof voor motorvoertuigen, waardoor paard-en-wagen transport essentieel werd voor de voedselvoorziening (zoals het genoemde vervoer van bieten).

De gedetailleerde wijze waarop de politie onderzoek deed naar dergelijke transportmiddelen kan te maken hebben met de strenge regulering van transport en handel door de bezetter, of met de toename van diefstal van schaarse goederen en transportmiddelen. De locaties (Argonautenstraat, Spaarndammerbuurt, Centrale Markt) plaatsen het verhaal midden in het dagelijkse Amsterdamse leven onder de bezetting. De term "hit" die in de tekst wordt gebruikt, is een verouderde term voor een klein paard of een pony.

Genoemde Personen 4

Locaties

Amsterdam (o.a. Argonautenstraat Jan van Galenstraat Polanenstraat).

Gerelateerde Documenten 6