Ambtsbrief / Dienstbericht (doorslag).
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbericht (doorslag). 5 januari 1942. [Linksboven, getypt:]
VB/HG.
77/96/5 N. 1941 [1941 in rood]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
U. Broens [?]
Verzonden 5/1
[Rechtsmidden, getypt:]
5 Januari 1942.
Straffen Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de Inspecteur voor de Prijsbeheersching in het ressort Amsterdam mij heeft medegedeeld, dat de op de in bijlage dezes voorkomende groentenhandelaren onder andere zijn veroordeeld tot sluiting van hun zaken voor de periode, zooals achter ieders naam is vermeld, wegens overschrijding der maximumprijzen van groenten op de Centrale Markt. Wegens het verstoren van de orde op de Centrale Markt heb ik deze handelaren, op grond van de bepalingen van artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, zulks met ingang van den datum van ingang van het vonnis. Ik acht het gewenscht, dat genoemde handelaren voor de periode, dat zij geen zaken mogen doen, van de Centrale Markt worden uitgesloten en geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester, zulks ingevolge het bepaalde in het tweede lid van artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt den genoemden handelaren de toegang tot de Centrale Markt wordt ontnomen voor de periode, vermeld op de als bijlage dezes opgenomen lijst.
De Directeur, In dit document rapporteert de Directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over repressieve maatregelen tegen handelaren. De kern van de zaak is de handhaving van de distributiewetten tijdens de bezettingsjaren.
De Inspecteur voor de Prijsbeheersching heeft geconstateerd dat handelaren de maximumprijzen hebben overschreden (zwarte handel of prijsopdrijving). Als gevolg hiervan zijn hun zaken tijdelijk gesloten. De Directeur van de markt koppelt hier een eigen tuchtrechtelijke sanctie aan vast: hij ontzegt hen de toegang tot het marktterrein voor 14 dagen op basis van "verstoring van de orde".
Het schrijven is een verzoek aan de Wethouder om de Burgemeester een formeel besluit te laten nemen. Dit besluit moet ervoor zorgen dat de marktontzegging exact samenvalt met de duur van de sluiting van hun winkels, zodat de handelaren niet via de groothandelsmarkt elders hun activiteiten kunnen voortzetten. Het document toont de nauwe samenwerking aan tussen marktautoriteiten, prijscontrole-instanties en het gemeentebestuur om de economische orde tijdens de oorlog te bewaken. Dit document stamt uit het begin van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan levensmiddelen groot en was het distributiesysteem volledig operationeel. Om inflatie en woekerwinsten tegen te gaan, stelde de bezetter (via de Nederlandse administratie) strikte maximumprijzen vast. De "Prijsbeheersching" was de instantie die hierop toezag.
De Centrale Markt (Jan van Galenstraat, Amsterdam) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Overtredingen van de prijsvoorschriften werden zwaar gestraft, niet alleen met boetes of celstraffen, maar vooral met de uitsluiting van het economisch verkeer (sluiting van de zaak en ontzegging van toegang tot de groothandel). De term "verstoren van de orde" werd hierbij breed geïnterpreteerd om administratieve uitsluiting juridisch te onderbouwen. De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze jaren een cruciale en politiek gevoelige taak in de zorg voor de stedelijke voedselvoorraad.