Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 530
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

31 december 1941 (met latere archiefaantekening 8/1/42).

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 31 december 1941 (met latere archiefaantekening 8/1/42). Straffen C.M.
A’dam, 31/12 1941
W.K.M. 8/1/42 186 77/96/517

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de Inspecteur voor de Prijsbeheersching in het ressort Amsterdam mij heeft medegedeeld, dat de op de in bijlage dezes voorkomende groentenhandelaren [o.a.] zijn veroordeeld tot sluiting van hun zaken voor de periode, zooals achter ieders naam is vermeld, wegens overschrijding der maximumprijzen van groenten op de C.M. Wegens het verstoren van de orde op de C.M. heb ik deze handelaren, op grond van de bepalingen van artikel 35 van het Reglement v/h C.M. gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, zulks met ingang van den datum van ingang van het vonnis.
Ik acht het gewenscht, dat genoemde handelaren voor de periode, dat zij geen zaken mogen doen, van de C.M. worden uitgesloten en geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burg. [Burgemeester] zulks ingevolge het bepaalde in het tweede lid van artikel 35 van het R v/h C.M. den genoemden handelaren de toegang tot de C.M. wordt ontnomen voor de periode, vermeld op de als bijlage dezes opgenomen lijst.

Marnixstr. 216 [Handtekening/Initialen] Het document is een formeel schrijven waarin wordt gerapporteerd over de strafmaatregelen tegen handelaren op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam. De kern van de zaak is tweeledig:
1. Economisch: De handelaren hebben de maximumprijzen voor groenten overschreden, wat geconstateerd is door de "Inspecteur voor de Prijsbeheersching".
2. Disciplinair: De auteur van de brief (vermoedelijk de marktmeester of een politiefunctionaris belast met markttoezicht) ziet deze prijsoverschrijding als een "verstoring van de orde" op de markt.

Op basis van het Marktreglement (Artikel 35) heeft de auteur de handelaren reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd. De schrijver verzoekt de Burgemeester echter om een officieel Besluit te nemen om deze uitsluiting te bekrachtigen voor de gehele duur van hun bedrijfssluiting, om juridische sluitendheid te garanderen. Het adres Marnixstraat 216 was in die tijd verbonden aan de Amsterdamse politie (Bureau Marktzaken). De datum, 31 december 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter (via de Nederlandse administratie) strikte maximumprijzen vast. De "Prijsbeheersching" was de instantie die hierop controleerde.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren de spil in de voedselvoorziening van Amsterdam. Handhaving van de regels was voor de autoriteiten cruciaal om de distributie beheersbaar te houden. De straffen waren streng: naast boetes betekende een sluiting van de zaak vaak een directe bedreiging voor het voortbestaan van de onderneming en de voedselvoorziening van de klantenkring van die handelaar. De verwijzing naar de "Burgemeester" betreft in dit tijdsbestek de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte.

Samenvatting

Het document is een formeel schrijven waarin wordt gerapporteerd over de strafmaatregelen tegen handelaren op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam. De kern van de zaak is tweeledig:
1. Economisch: De handelaren hebben de maximumprijzen voor groenten overschreden, wat geconstateerd is door de "Inspecteur voor de Prijsbeheersching".
2. Disciplinair: De auteur van de brief (vermoedelijk de marktmeester of een politiefunctionaris belast met markttoezicht) ziet deze prijsoverschrijding als een "verstoring van de orde" op de markt.

Op basis van het Marktreglement (Artikel 35) heeft de auteur de handelaren reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd. De schrijver verzoekt de Burgemeester echter om een officieel Besluit te nemen om deze uitsluiting te bekrachtigen voor de gehele duur van hun bedrijfssluiting, om juridische sluitendheid te garanderen. Het adres Marnixstraat 216 was in die tijd verbonden aan de Amsterdamse politie (Bureau Marktzaken).

Historische Context

De datum, 31 december 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter (via de Nederlandse administratie) strikte maximumprijzen vast. De "Prijsbeheersching" was de instantie die hierop controleerde.

De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren de spil in de voedselvoorziening van Amsterdam. Handhaving van de regels was voor de autoriteiten cruciaal om de distributie beheersbaar te houden. De straffen waren streng: naast boetes betekende een sluiting van de zaak vaak een directe bedreiging voor het voortbestaan van de onderneming en de voedselvoorziening van de klantenkring van die handelaar. De verwijzing naar de "Burgemeester" betreft in dit tijdsbestek de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 6