Doorslag van een officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Doorslag van een officiële kennisgeving/brief. 2 januari 1942. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] W. Brouw
[Handgeschreven, midden boven:] Verzonden 2/1
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Geadresseerde:]
den Heer F.Ph.Serno,
Orteliusstraat 354 II,
Amsterdam-West.
Wijk 26A.
[Kenmerk en datum:]
77/97/2 M. 2 Januari 1942.
[Inhoud:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 30 December jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal van een partijtje ledige kisten. Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Maandag 5 tot en met Zondag 18 Januari a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
[Afsluiting:]
De Directeur,
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
modelbrief aan W.b.M. personeel kooper
[onleesbare krabbel]
In verband met den ernst
van onbepaalden tijd.
[In rood krijt, linksonder:] 3/1 '42
[In potlood, rechtsonder:] Snd 3/1 '42 * Juridische grondslag: De uitsluiting is gebaseerd op artikel 35, lid 1 van het Marktreglement. Dit duidt op een strakke handhaving van de orde op het marktterrein.
* Strafmaat: In eerste instantie wordt een schorsing van twee weken opgelegd. Er vindt echter direct een escalatie plaats naar de Burgemeester van Amsterdam om te bepalen of een langdurige of permanente uitsluiting noodzakelijk is.
* Administratieve verwerking: De handgeschreven noten onderaan wijzen op de interne afhandeling. De term "modelbrief" suggereert dat dit een standaardprocedure was voor dergelijke vergrijpen. De opmerking "in verband met den ernst van onbepaalden tijd" suggereert dat de uiteindelijke straf verzwaard zou kunnen worden naar een uitsluiting voor onbepaalde tijd.
* Identificatie: De ontvanger, F.Ph. Serno, woonde in de Orteliusstraat in de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden. De vermelding "Wijk 26A" was indertijd gebruikelijk voor de administratieve indeling van de stad. Dit document stamt uit januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het kloppende hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. In een tijd van toenemende schaarste en distributiemaatregelen werd diefstal op de markt, hoe klein ook (in dit geval "ledige kisten"), zeer hoog opgenomen. De controle op de handel en de integriteit van de personen die op de markt werkten of kochten was rigoureus. Een ontzegging van de toegang betekende voor een handelaar of werknemer vaak een direct verlies van inkomen en levensonderhoud.