Archiefdocument
Origineel
24 juli 1941 Jules Bromet, Accountant JULES BROMET
ACCOUNTANT
AMSTERDAM
-4-
Tenslotte wijs ik U er nog op, dat in mijn rapport van 15 Maart 1941 een netto winst genoemd werd van Fl. 938,15. Daar inmiddels bekend is geworden, dat er over 1940 nog Fl. 200.-- monopolierecht aan de Gemeente Amsterdam betaald moest worden, dient de winst derhalve met Fl. 200.-- verminderd te worden en wordt dus F. 738,15.
Vertrouwende U voldoende te hebben ingelicht en tot nadere toelichting gaarne bereid, teeken ik,
Hoogachtend,
w.g. [Handtekening: Jules Bromet]
accountant.
Amsterdam, 24 Juli 1941. Dit document is een aanvullende verklaring van accountant Jules Bromet, gedateerd op 24 juli 1941. Het betreft een correctie op een eerder financieel rapport van 15 maart van dat jaar. De kern van de boodschap is een administratieve aanpassing: de eerder gerapporteerde nettowinst over het jaar 1940 moet met 200 gulden worden verlaagd. De reden hiervoor is een nagekomen verplichting voor het betalen van "monopolierecht" aan de Gemeente Amsterdam. Hierdoor daalt de winst van Fl. 938,15 naar Fl. 738,15. Het document is formeel van toon en draagt de kenmerken van professionele correspondentie uit die periode. De datum van het document, juli 1941, plaatst de brief midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stonden Amsterdamse bedrijven en hun administratie onder zware druk door veranderende regelgeving en de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Jules Bromet was een Joodse accountant in Amsterdam. Het feit dat dit pagina 4 van een document is, suggereert dat het een afsluitend deel is van een uitgebreider jaarverslag of accountantsrapport. De term "monopolierecht" verwijst naar een specifieke gemeentelijke belasting of vergoeding die in die tijd gebruikelijk was voor bepaalde bedrijfsactiviteiten in Amsterdam. Bromet zelf werd in 1943 weggevoerd naar Sobibor, wat een tragische historische lading geeft aan deze ogenschijnlijk alledaagse zakelijke correspondentie.
Samenvatting
Dit document is een aanvullende verklaring van accountant Jules Bromet, gedateerd op 24 juli 1941. Het betreft een correctie op een eerder financieel rapport van 15 maart van dat jaar. De kern van de boodschap is een administratieve aanpassing: de eerder gerapporteerde nettowinst over het jaar 1940 moet met 200 gulden worden verlaagd. De reden hiervoor is een nagekomen verplichting voor het betalen van "monopolierecht" aan de Gemeente Amsterdam. Hierdoor daalt de winst van Fl. 938,15 naar Fl. 738,15. Het document is formeel van toon en draagt de kenmerken van professionele correspondentie uit die periode.
Historische Context
De datum van het document, juli 1941, plaatst de brief midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stonden Amsterdamse bedrijven en hun administratie onder zware druk door veranderende regelgeving en de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Jules Bromet was een Joodse accountant in Amsterdam. Het feit dat dit pagina 4 van een document is, suggereert dat het een afsluitend deel is van een uitgebreider jaarverslag of accountantsrapport. De term "monopolierecht" verwijst naar een specifieke gemeentelijke belasting of vergoeding die in die tijd gebruikelijk was voor bepaalde bedrijfsactiviteiten in Amsterdam. Bromet zelf werd in 1943 weggevoerd naar Sobibor, wat een tragische historische lading geeft aan deze ogenschijnlijk alledaagse zakelijke correspondentie.