Brief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie) 24 maart 1941 Een niet nader genoemde "Directeur" (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam) Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.), O.Z. Achterburgwal 213, Amsterdam [Rechtsboven:]
HG.
[Handgeschreven, schuin:]
Verzonden 25/3
[Getypt:]
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z.Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
[Links:] 100/1/5 M.
[Rechts:] Wijk 3. 24 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Maart jl. No.13a/13
G.M.B. bericht ik U, dat de bij mijn dienst per 31 Maart a.s. aan-
wezige voorraad zeep zal zijn:
toiletzeep 52 stuks = ± 3,5 kg.
huishoudzeep 10 stuks = ± 0,8 "
De Directeur,
[Handgeschreven in paarsblauw potlood/inkt:]
Machtiging ontvangen om het M.B. nog
12 stukjes te schenken.
Blijft dus 40 + 10 = 50 stukjes.
7 stukjes v. geblokkeerde voorraad
zijn door C.M. gebruikt.
[Parraaf met datum:] 26/4
--- * Administratieve nauwkeurigheid: Het document illustreert de extreme mate van administratieve controle tijdens de bezettingsjaren. Zelfs kleine hoeveelheden zeep (grammen en enkele stuks) moesten nauwkeurig worden gerapporteerd aan het centraal bureau.
* Mutaties: De handgeschreven notities onderaan tonen de dynamiek van de voorraad. Er is sprake van een "schenking" aan het Materialenbureau (M.B.) en het verbruik van een "geblokkeerde voorraad" door "C.M." (mogelijk Centraal Magazijn of een specifieke functionaris).
* Schaars goed: Dat er correspondentie plaatsvindt over slechts 52 stukjes toiletzeep en 10 stukken huishoudzeep onderstreept de nijpende schaarste van vetten en zeep in 1941.
--- Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Al vrij snel na de inval werd de distributie van goederen strikt gereguleerd. Zeep was een van de eerste producten die schaars werden omdat de grondstoffen (vetten en oliën) nodig waren voor de oorlogsindustrie of door de bezetter werden gevorderd.
Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam speelde een cruciale rol in het beheren van de resterende voorraden voor gemeentelijke diensten en instellingen. De locatie aan de O.Z. Achterburgwal 213 was indertijd een knooppunt voor diverse gemeentelijke administraties. De brief toont hoe overheidsinstellingen onderling verantwoording moesten afleggen over hun voorraden om verspilling of zwarte handel tegen te gaan.
Samenvatting
- Administratieve nauwkeurigheid: Het document illustreert de extreme mate van administratieve controle tijdens de bezettingsjaren. Zelfs kleine hoeveelheden zeep (grammen en enkele stuks) moesten nauwkeurig worden gerapporteerd aan het centraal bureau.
- Mutaties: De handgeschreven notities onderaan tonen de dynamiek van de voorraad. Er is sprake van een "schenking" aan het Materialenbureau (M.B.) en het verbruik van een "geblokkeerde voorraad" door "C.M." (mogelijk Centraal Magazijn of een specifieke functionaris).
- Schaars goed: Dat er correspondentie plaatsvindt over slechts 52 stukjes toiletzeep en 10 stukken huishoudzeep onderstreept de nijpende schaarste van vetten en zeep in 1941.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Al vrij snel na de inval werd de distributie van goederen strikt gereguleerd. Zeep was een van de eerste producten die schaars werden omdat de grondstoffen (vetten en oliën) nodig waren voor de oorlogsindustrie of door de bezetter werden gevorderd.
Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) in Amsterdam speelde een cruciale rol in het beheren van de resterende voorraden voor gemeentelijke diensten en instellingen. De locatie aan de O.Z. Achterburgwal 213 was indertijd een knooppunt voor diverse gemeentelijke administraties. De brief toont hoe overheidsinstellingen onderling verantwoording moesten afleggen over hun voorraden om verspilling of zwarte handel tegen te gaan.