Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie). 25 maart 1941. De Directeur (van een onbekende gemeentelijke dienst). Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.). [Handgeschreven rechtsboven:] W. Jonkers [?]
[Handgeschreven diagonaal door de kop:] verzonden 25/3
[Getypt rechtsboven:] HG.
[Adresblok getypt:]
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
[Kenmerk links:] 100/1/6 M.
[Datum rechts:] 25 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Maart jl. No.13a/12
G.M.B. bericht ik U, dat de voorraad zachte zeep bij mijn dienst
op 31 Maart 1941 zal zijn: 31 kg.
De Directeur, Dit korte schrijven is een administratieve melding betreffende de voorraadpositie van een specifiek verbruiksartikel: zachte zeep. De directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst reageert op een informatieverzoek van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.). De voorspelde voorraad per het einde van de maand (31 maart 1941) bedraagt slechts 31 kilogram. De handgeschreven notitie "verzonden 25/3" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en dagelijkse benodigdheden snel toe. Zeep was een van de producten die al vroeg op de bon gingen en waarvan de kwaliteit (door het gebrek aan vetten) hard achteruitging.
Het feit dat een gemeentelijke dienst een minieme voorraad van 31 kg zachte zeep formeel moet rapporteren aan een centraal Materialenbureau, illustreert de verregaande bureaucratisering en centrale regie over schaarse goederen tijdens de oorlogsjaren. Elke kilo was essentieel voor de bedrijfsvoering en hygiëne binnen de gemeentelijke apparaten. Het adres van het G.M.B., Oudezijds Achterburgwal 213, was een bekend punt voor de Amsterdamse gemeentelijke logistiek. O.Z. Achterburgwal W. Jonkers
Samenvatting
Dit korte schrijven is een administratieve melding betreffende de voorraadpositie van een specifiek verbruiksartikel: zachte zeep. De directeur van een niet nader genoemde Amsterdamse gemeentelijke dienst reageert op een informatieverzoek van het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.). De voorspelde voorraad per het einde van de maand (31 maart 1941) bedraagt slechts 31 kilogram. De handgeschreven notitie "verzonden 25/3" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan.
Historische Context
Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en dagelijkse benodigdheden snel toe. Zeep was een van de producten die al vroeg op de bon gingen en waarvan de kwaliteit (door het gebrek aan vetten) hard achteruitging.
Het feit dat een gemeentelijke dienst een minieme voorraad van 31 kg zachte zeep formeel moet rapporteren aan een centraal Materialenbureau, illustreert de verregaande bureaucratisering en centrale regie over schaarse goederen tijdens de oorlogsjaren. Elke kilo was essentieel voor de bedrijfsvoering en hygiëne binnen de gemeentelijke apparaten. Het adres van het G.M.B., Oudezijds Achterburgwal 213, was een bekend punt voor de Amsterdamse gemeentelijke logistiek.