Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen op grijs doorslagpapier.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen op grijs doorslagpapier. 5 maart 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Openbare Werken of de Reinigingsdienst). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Alhier (waarschijnlijk Amsterdam of een andere grote Nederlandse stad). [Bovenaan, handgeschreven in inkt:]
Verzonden 5/3
[Rechtsboven, getypt:]
HG.
[Adresblok, getypt:]
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r z.
[Kenmerk en datum, getypt:]
100/3/5 M. 5 Maart 1941.
[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Februari jl. (No.S.I. 1358/111 B II) bericht ik U, dat op 1 Maart 1941 bij mijn dienst 542 liter benzine in voorraad was, terwijl geen geblokkeerde voorraad aanwezig was.
[Handgeschreven toevoegingen in de tekst:]
incl, [na "aanwezig was", gevolgd door een paraaf]
[Onderstreping onder "geen geblokkeerde"]
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven in blauwe inkt:]
Terwijl geen benzine in voorraad was.
w. [paraaf] Het document is een korte, zakelijke rapportage over de voorraad brandstof binnen een specifieke gemeentelijke dienst.
- Kernboodschap: De directeur meldt dat er op 1 maart 1941 precies 542 liter benzine in voorraad was en dat er geen sprake was van een 'geblokkeerde voorraad'.
- Handgeschreven elementen: De aantekening "Verzonden 5/3" duidt op een administratieve handeling (het uitsturen van de brief). De handgeschreven regel onderaan lijkt een herhaling of een nadrukkelijke bevestiging van de laatste zin van de brief, mogelijk bedoeld als instructie voor een typiste of als samenvatting voor het dossier.
-
Bureaucratie: Het gebruik van specifieke referentienummers (No.S.I. 1358/111 B II) en de adressering aan de "Kleine Benzinecommissie" getuigen van een strikte administratieve controle op schaarse middelen. Dit document stamt uit maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
-
Schaarste en distributie: Vrijwel direct na de invasie in mei 1940 werden brandstoffen zoals benzine schaars. De Duitse bezetter vorderde grote hoeveelheden voor de Wehrmacht, waardoor voor civiel en gemeentelijk gebruik strikte distributie en rantsoenering noodzakelijk werden.
- Benzinecommissies: Gemeenten stelden speciale commissies in (zoals de hier genoemde 'Kleine Benzinecommissie') om de toewijzing van de schaarse brandstof aan essentiële diensten (politie, brandweer, vuilnisophaal) te beheren.
- Geblokkeerde voorraad: De term "geblokkeerde voorraad" verwijst naar brandstof die wel fysiek aanwezig was, maar waarover de dienst niet vrijelijk mocht beschikken omdat deze gereserveerd was voor noodgevallen of onder direct bevel van de bezetter of hogere autoriteiten stond. De melding dat er geen geblokkeerde voorraad was, betekende dat de volledige 542 liter direct inzetbaar was voor de dagelijkse werkzaamheden. Politie Wehrmacht