Zakelijke brief (begeleidend schrijven).
Origineel
Zakelijke brief (begeleidend schrijven). 10 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van het Gemeentelijk Energiebedrijf Amsterdam). [Handgeschreven in paars potlood, linksboven:]
Verzonden 12/4
[Handgeschreven paraaf/naam rechtsboven:]
W. Jonker(?)
[Getypte tekst:]
de Commissie voor Smeeroliën,
Secretariaat: Gem. Energiebedrijf,
Papaverweg 55,
Amsterdam-Noord.
100/5/6 M. 2 10 April 1941.
Enquête smeeroliën.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Maart jl. heb ik de
eer U in bijlage dezes de gewenschte gegevens op bijgaande vra-
genlijsten no.'s 1 en 2 te doen toekomen.
De Directeur, Dit document is een formele begeleidende brief waarin de directeur van (waarschijnlijk) het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) Amsterdam reageert op een verzoek om informatie. De brief dient om ingevulde vragenlijsten (enquête) over het gebruik of de voorraad van smeeroliën op te sturen naar de 'Commissie voor Smeeroliën'. Het secretariaat van deze commissie was blijkbaar gevestigd op hetzelfde adres als het GEB in Amsterdam-Noord.
De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Opvallend is de handgeschreven aantekening "Verzonden 12/4", wat aangeeft dat de brief twee dagen na datering daadwerkelijk is verstuurd. De datum van het document, april 1941, plaatst dit schrijven midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een groeiende schaarste aan grondstoffen en brandstoffen. Smeerolie was essentieel voor het draaiende houden van machines in de industrie en voor transportmiddelen.
De instelling van een 'Commissie voor Smeeroliën' wijst op een centraal gestuurde regulering en inventarisatie van deze schaarse middelen. Bedrijven en overheidsinstanties werden verplicht om nauwkeurige opgave te doen van hun verbruik en voorraden (via enquêtes zoals hier vermeld), zodat de distributie strikt gecontroleerd kon worden door de bezetter of door Nederlandse instanties onder Duits toezicht. Het Gemeentelijk Energiebedrijf speelde als vitale infrastructuur een sleutelrol in dit proces.
Samenvatting
Dit document is een formele begeleidende brief waarin de directeur van (waarschijnlijk) het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) Amsterdam reageert op een verzoek om informatie. De brief dient om ingevulde vragenlijsten (enquête) over het gebruik of de voorraad van smeeroliën op te sturen naar de 'Commissie voor Smeeroliën'. Het secretariaat van deze commissie was blijkbaar gevestigd op hetzelfde adres als het GEB in Amsterdam-Noord.
De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Opvallend is de handgeschreven aantekening "Verzonden 12/4", wat aangeeft dat de brief twee dagen na datering daadwerkelijk is verstuurd.
Historische Context
De datum van het document, april 1941, plaatst dit schrijven midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een groeiende schaarste aan grondstoffen en brandstoffen. Smeerolie was essentieel voor het draaiende houden van machines in de industrie en voor transportmiddelen.
De instelling van een 'Commissie voor Smeeroliën' wijst op een centraal gestuurde regulering en inventarisatie van deze schaarse middelen. Bedrijven en overheidsinstanties werden verplicht om nauwkeurige opgave te doen van hun verbruik en voorraden (via enquêtes zoals hier vermeld), zodat de distributie strikt gecontroleerd kon worden door de bezetter of door Nederlandse instanties onder Duits toezicht. Het Gemeentelijk Energiebedrijf speelde als vitale infrastructuur een sleutelrol in dit proces.