Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 29 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst). Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, O.Z. Achterburgwal 213, Amsterdam. [Handgeschreven:] Verzonden 29/3
D/HG.
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z.Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
100/10/3 M. 29 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 Maart jl. No.25/4 G.M.
B. deel ik U mede, dat bij mijn dienst geen verzoek om opgave van
de auto-/ motorbanden, als door U bedoeld, is binnengekomen. Overi-
gens bericht ik U, dat bij mijn dienst geen auto-/ motorbanden in
voorraad zijn.
De Directeur, In deze brief reageert een onbekende directeur van een gemeentelijke dienst op een eerdere correspondentie van het Gemeentelijk Materialenbureau. De kern van de boodschap is tweeledig:
1. De dienst heeft geen officieel verzoek ontvangen om een inventarisatie (opgave) te doen van de aanwezige auto- en motorbanden.
2. Belangrijker nog: de dienst verklaart dat er momenteel helemaal geen banden in voorraad zijn.
De toon is kort, zakelijk en formeel-ambtelijk, passend bij de bureaucratische communicatie van die tijd. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden' (vorige maand). Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en materialen snel toe. Rubber was een cruciaal oorlogsmateriaal.
De bezetter en het Nederlandse (lokale) bestuur probeerden daarom een strakke controle te houden op alle beschikbare voorraden. Het Gemeentelijk Materialenbureau in Amsterdam speelde een centrale rol in de registratie en distributie van dergelijke schaarse goederen. Deze brief illustreert de administratieve werkelijkheid van die tijd: het inventariseren van resterende voorraden om te bepalen wat nog gevorderd of herverdeeld kon worden voor essentieel gebruik. Het feit dat er "geen voorraad" is, wijst op de reeds beginnde tekorten. O.Z. Achterburgwal
Samenvatting
In deze brief reageert een onbekende directeur van een gemeentelijke dienst op een eerdere correspondentie van het Gemeentelijk Materialenbureau. De kern van de boodschap is tweeledig:
1. De dienst heeft geen officieel verzoek ontvangen om een inventarisatie (opgave) te doen van de aanwezige auto- en motorbanden.
2. Belangrijker nog: de dienst verklaart dat er momenteel helemaal geen banden in voorraad zijn.
De toon is kort, zakelijk en formeel-ambtelijk, passend bij de bureaucratische communicatie van die tijd. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden' (vorige maand).
Historische Context
Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en materialen snel toe. Rubber was een cruciaal oorlogsmateriaal.
De bezetter en het Nederlandse (lokale) bestuur probeerden daarom een strakke controle te houden op alle beschikbare voorraden. Het Gemeentelijk Materialenbureau in Amsterdam speelde een centrale rol in de registratie en distributie van dergelijke schaarse goederen. Deze brief illustreert de administratieve werkelijkheid van die tijd: het inventariseren van resterende voorraden om te bepalen wat nog gevorderd of herverdeeld kon worden voor essentieel gebruik. Het feit dat er "geen voorraad" is, wijst op de reeds beginnde tekorten.