Getypte brief (doorslag of kopie voor archief).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie voor archief). 3 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instelling). Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] v.d. Leer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 3/4
D/HG.
101/2/4 H.
3 April 1941.
den Heer Hoofdcommissaris van Politie,
Hoofdbureau van Politie,
O.Z. Achterburgwal 185,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Maart jl. Lt. S.No.3189/1941 Doss.K.2.Groep A heb ik de eer U het volgende te berichten.
P. Bakhuysen (niet: Bakhuizen) is in het bezit van ventvergunning serie 1 no.140, geldig voor het boekjaar 1940/1941 voor de wijk West; artikel: bloemen en planten; hij werd op 27 Februari jl. door een contrôleur van mijn dienst aangetroffen, terwijl hij met lompen ventte. Daar zijn vergunning was verleend voor het artikel bloemen en planten, werd hij door voornoemden contrôleur wegens overtreding van artikel 2 sub f der Ventverordening geverbaliseerd. Bakhuysen had dit proces-verbaal kunnen voorkomen, door tijdig zijn vergunning te laten overschrijven van bloemen en planten op lompen.
G. Dijkstra is in het bezit van ventvergunning serie 27 no.8, geldig voor het boekjaar 1940/1941 voor de wijken Noord en Centrum, artikel: lompen, metalen enz. Hij werd op 7 Maart jl. ventende aangetroffen, dus in de periode, dat het handeldrijven op den openbaren weg, behalve met levensmiddelen, van hoogerhand was verboden (het betreft hier de periode van 2 tot en met 8 Maart jl.). Hem werd derhalve aangezegd het opkoopen te staken.
Dijkstra heeft, tijdens een onderhoud, dat een der ambtenaren van mijn dienst ter zake van de onderhavige aangelegenheid met hem heeft gehad, verklaard, dat indien hij had geweten, dat de door de autoriteiten genomen, vorennoemde, maatregel reeds op 9 Maart jl. zou worden opgeheven, hij het schrijven van zijn brief had achterwege gelaten.
Ten slotte kan ik U nog mededeelen, dat Dijkstra zijn Rijksvergunning naar het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen heeft teruggezonden, omdat hij het opkoopen van lompen enz. heeft gestaakt.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst aan de Amsterdamse politie over twee specifieke gevallen van overtredingen van de Ventverordening.
- Geval Bakhuysen: Hij werd beboet omdat hij 'lompen' (oude kleding/textiel) verkocht terwijl zijn vergunning enkel geldig was voor bloemen en planten. De brief corrigeert ook de spelling van zijn naam en wijst op de administratieve mogelijkheid die de man had om zijn vergunning om te zetten, wat hij naliet.
- Geval Dijkstra: Deze handelaar in metalen en lompen werd gecontroleerd tijdens een specifieke verbodsperiode (2 t/m 8 maart 1941). In deze periode was alle straathandel, behalve die in levensmiddelen, verboden door de bezettingsautoriteiten. Dijkstra gaf aan dat hij achteraf spijt had van zijn officiële protestbrief, aangezien het verbod kort daarna toch werd opgeheven. Hij heeft uiteindelijk zijn rijksvergunning ingeleverd en zijn werkzaamheden gestaakt.
De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit april 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is als volgt van belang:
- De Februari-staking: De brief noemt een verbod op straathandel tussen 2 en 8 maart 1941. Dit verbod volgde direct op de onrust rond de Februari-staking (25-26 februari 1941). De bezetter stelde na de staking diverse strafmaatregelen en beperkingen van de openbare orde in om verdere samenscholingen en economische ontregeling te voorkomen.
- Schaarsheid en Recycling: De handel in "lompen en metalen" was tijdens de oorlog van groot belang. Het 'Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen' (genoemd in de tekst) zag toe op de inzameling van grondstoffen die essentieel waren voor de (Duitse) oorlogsindustrie.
- Handhaving: De politie en gemeentelijke controleurs hielden scherp toezicht op de Ventverordening. In een tijd van schaarste en distributie was illegale handel of handel buiten de vergunning om een groot punt van aandacht voor de autoriteiten. G. Dijkstra O.Z. Achterburgwal P. Bakhuysen Hoofdbureau Politie Rijksbureau