Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 12 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). [Handgeschreven: extra]
VD/HG.
2B/3/3 M.
n 2
12 Februari 1942.
Aanvrage erkenningskaart
Nederlandsche Groenten- en
Fruitcentrale ten name van
J. Nijmeyer.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 12 Januari jl. om advies ontvangen stuk No. 1168 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat de door adressant bedoelde erkenningskaarten voor handelaren in groente en fruit worden uitgereikt door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te Den Haag. In overleg met deze Centrale verleent mijn dienst bij het indienen der desbetreffende aanvraagformulieren bemiddeling.
Uit een dezerzijds terzake ingesteld onderzoek is gebleken, dat adressant in Juli 1940 rechtstreeks bij de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale een aanvrage voor een erkenning als kleinhandelaar heeft ingediend, op welke aanvrage op 11 Juli 1940 afwijzend is beschikt, op grond van het feit, dat Nijmeyer niet heeft kunnen aantoonen, dat hij de laatste twee jaren, voorafgaande aan den datum van aanvraag, de vereischte opleiding heeft genoten in den kleinhandel van tuinbouwgewassen. De betreffende afwijzing leg ik in bijlage dezes over. Van deze beslissing had adressant binnen 10 dagen in beroep kunnen gaan bij de Commissie van Beroep inzake Tuinbouwaangelegenheden, hetgeen hij echter niet heeft gedaan.
Dezerzijds is thans Nijmeyer geadviseerd om opnieuw een aanvrage in te dienen via den Dienst Marktwezen (zooals gebruikelijk is). Of dan wel een erkenningskaart zal worden verstrekt, zal afhangen van de vraag of Nijmeyer nunwel [sic] aan de door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale gestelde eischen voldoet. Aan tot hem gerichte oproepingen, om ter zake nadere inlichtingen te verstrekken, heeft hij echter tot nu toe geen gevolg gegeven, zoodat ik U in overweging geef, de onderhavige aangelegenheid voorloopig als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, De brief behandelt een administratieve kwestie rondom de beroepsuitoefening in de groente- en fruithandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. J. Nijmeyer heeft een verzoek ingediend voor een "erkenningskaart", een noodzakelijk document om als handelaar te mogen opereren.
Uit het onderzoek van de directeur blijkt dat Nijmeyer in 1940 al eens was afgewezen omdat hij niet kon aantonen over de juiste papieren of ervaring (twee jaar opleiding in de kleinhandel van tuinbouwgewassen) te beschikken. Hij heeft destijds geen beroep aangetekend tegen deze afwijzing. Hoewel hem nu geadviseerd is de procedure opnieuw te starten via de juiste weg (de Dienst Marktwezen), reageert Nijmeyer niet op verzoeken om extra informatie. De directeur adviseert de wethouder daarom om het dossier te sluiten.
De toon is formeel en procedureel, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Er is sprake van een tikfout in de laatste alinea ("nunwel" in plaats van "nu wel"). Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezetting werd de economie strak gereguleerd via een systeem van distributie en vergunningen om de schaarse levensmiddelen te controleren. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een van de centrale organen die door de overheid (onder toezicht van de bezetter) waren ingesteld om de handel in specifieke sectoren te kanaliseren.
De strikte eisen aan "opleiding" en "erkenning" dienden niet alleen de kwaliteit van de handel, maar waren ook een instrument voor de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie om de toegang tot de markt te beperken en de economische activiteit volledig te registreren en te controleren. De "Dienst Marktwezen" in grote steden speelde hierbij een cruciale bemiddelende rol tussen de lokale ondernemer en de centrale Haagse instanties.