Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven aantekening. 17 maart 1942. De Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. [Handgeschreven in paars potlood/inkt, bovenaan midden]: Verzonden 17/3
[Rechtsboven, adresgegevens]:
de Nederlandsche Groenten-
en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburg 62,
's-Gravenhage.
[Links]: 2B/11/2 M.
[Rechts]: 17 Maart 1942.
[Hoofdtekst]:
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een aanvrage tot toelating als georganiseerde bij de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale om ingedeeld te worden in de groep handelaren in gewassen van den tuinbouw (Groep E) ten name van H.J.K. Dinkgreve, benevens een afschrift van een op deze aanvrage betrekking hebbend rapport van den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst.
Ik voeg hieraan nog toe, dat als gevolg van de nauwe relaties, welke Dinkgreve met den tuinbouw heeft, naar mijn meening de kans op overtreding van het veilinggebod wordt vergroot.
[Rechtsonder]:
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven van de directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC). De kern van de brief is het doorsturen van een toelatingsaanvraag van een zekere H.J.K. Dinkgreve om erkend te worden als handelaar in de tuinbouwsector (Groep E).
Opvallend is de kritische noot van de directeur aan het slot. Hij voegt een rapport van controleur B. Felthuis bij, maar geeft zelf ook een expliciete waarschuwing: omdat Dinkgreve "nauwe relaties" heeft met de tuinbouw (mogelijk is hij zelf ook teler of heeft hij familie in de sector), is er een verhoogd risico dat hij zich niet aan het "veilinggebod" zal houden. Dit wijst op een wantrouwen jegens personen die zowel in de productie als in de handel actief willen zijn, vanwege de vrees voor belangenverstrengeling of illegale handel. Het document dateert van maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een zogenaamde 'centrale' die door de bezetter was ingesteld (onderdeel van de landbouworganisatie) om de productie, prijsvorming en distributie van voedsel strak te reguleren.
Het veilinggebod was in deze periode een cruciaal instrument van de bezettingseconomie. Het verplichtte producenten om al hun producten via de officiële veilingen te verkopen. Dit stelde de autoriteiten in staat om de voedselstroom te controleren, de prijzen vast te stellen en de distributie voor de voedselvoorziening (en de leveringen aan Duitsland) te garanderen.
Overtreding van dit gebod betekende 'zwarte handel': het direct verkopen van groenten en fruit aan handelaren of consumenten buiten het officiële circuit om. De vrees van de directeur in deze brief is dat Dinkgreve zijn connecties zou gebruiken om producten 'buitenom' de veiling te verhandelen, wat in die tijd streng werd bestraft. B. Felthuis H.J.K. Dinkgreve