Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 45
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven memo of kladnotitie op briefkaartformaat.

31 maart 1942 (gezien de datum 31/3/42 boven de rode markering).

Origineel

Handgeschreven memo of kladnotitie op briefkaartformaat. 31 maart 1942 (gezien de datum 31/3/42 boven de rode markering). modelbr. aan N.G.C.
niet afschrift rapport
Velthuis en verklaring
Dinkgreve. 31/3/42 18
2B/4/217

Ik moge hierbij de
principiële vraag stellen of
het onder de huidige om-
standigheden wenschelijk is
om een groothandelserkenning
uit te reiken aan personen,
die zoo nauw aan het
tuinbouwbedrijf verbonden
zijn; zulks met het oog op
de dan wel zeer moeilijke
contrôle op het verkoopen
van tuindersproducten
buiten de veilingen om.

W.v.D. [initialen] De schrijver van dit document stelt een beleidsmatige vraag ("principiële vraag") over de verstrekking van vergunningen voor de groothandel in de tuinbouwsector. De kern van het probleem is belangenverstrengeling: als iemand die zelf een tuinbouwbedrijf heeft (of daar nauw bij betrokken is) ook een groothandelsvergunning krijgt, wordt het voor de autoriteiten nagenoeg onmogelijk om toezicht te houden op de goederenstroom.

De angst is dat producten dan direct worden doorverkocht ("buiten de veilingen om"), wat in de context van de tijd (1942) duidt op illegale handel of prijsopdrijving buiten de officiële distributiekanalen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (maart 1942). De afkorting N.G.C. staat hoogstwaarschijnlijk voor de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, het orgaan dat tijdens de oorlog de regie voerde over de distributie en prijsvorming van tuinbouwproducten.

Tijdens de bezetting was de "veilingplicht" strikt: alle tuinbouwproducten moesten via de officiële veilingen worden verhandeld om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te controleren en de zwarte markt tegen te gaan. De notitie weerspiegelt de bureaucratische inspanningen om mazen in de wet te dichten die illegale handel (de "zwarte handel") zouden kunnen faciliteren. De genoemde namen (Velthuis, Dinkgreve) refereren waarschijnlijk aan specifieke dossiers of ambtenaren die bij deze kwestie betrokken waren.

Samenvatting

De schrijver van dit document stelt een beleidsmatige vraag ("principiële vraag") over de verstrekking van vergunningen voor de groothandel in de tuinbouwsector. De kern van het probleem is belangenverstrengeling: als iemand die zelf een tuinbouwbedrijf heeft (of daar nauw bij betrokken is) ook een groothandelsvergunning krijgt, wordt het voor de autoriteiten nagenoeg onmogelijk om toezicht te houden op de goederenstroom.

De angst is dat producten dan direct worden doorverkocht ("buiten de veilingen om"), wat in de context van de tijd (1942) duidt op illegale handel of prijsopdrijving buiten de officiële distributiekanalen.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (maart 1942). De afkorting N.G.C. staat hoogstwaarschijnlijk voor de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, het orgaan dat tijdens de oorlog de regie voerde over de distributie en prijsvorming van tuinbouwproducten.

Tijdens de bezetting was de "veilingplicht" strikt: alle tuinbouwproducten moesten via de officiële veilingen worden verhandeld om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te controleren en de zwarte markt tegen te gaan. De notitie weerspiegelt de bureaucratische inspanningen om mazen in de wet te dichten die illegale handel (de "zwarte handel") zouden kunnen faciliteren. De genoemde namen (Velthuis, Dinkgreve) refereren waarschijnlijk aan specifieke dossiers of ambtenaren die bij deze kwestie betrokken waren.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6