Ambtsbericht / Rapport van de Dienst der Marktwezen.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van de Dienst der Marktwezen. 5 mei 1942. [Stempel/Kenmerk rechtsboven:]
№ 2B/35/1 M. 1942 6/5
[Gecentreerd:]
R A P P O R T
J.G. Doets, oud 29 jaar en wonende van Boetzelaerstraat 78 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart sinds December 1933 tot heden in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn, hetgeen mij bij onderzoek juist is gebleken. Van Januari 1935 tot 31 december 1941 is Doets als personeel werkzaam geweest bij kooper I. Veldmans. Daar deze een jood is en zijn zaak moest sluiten, heeft Zuijderhoudt eveneens knecht bij Veldmans tezamen met Doets een gedeelte der zaak van Veldmans overgenomen. Het betrof hier hoofdzakelijk het bedienen van verschillende hotels en restaurants. Zuijderhoudt die sinds Januari 1942 in het bezit is gekomen van een erkenning als kleinhandelaar in gorenten [sic] en fruit, werd toen kooper en Doets zijn personeel. Als personeel bij Velmans en later bij Zuijderhoudt heeft Doets toegang tot de Centrale Markt sinds Januari 1935. Zooals uit het vorenstaande blijkt, doet Zuijderhoudt samen met Doets zaken sinds Januari 1942. Doets had dus vanaf dien tijd ook in het bezit moeten zijn van een kooperskaart en is derhalve gehouden het entreegeld voor de Centrale Markt over dien tijd nog te betalen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid ingevuld.
[Links onder de tekst, handgeschreven:]
h. Müller
f.b.
[Onderaan links:]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Onderaan rechts:]
Amsterdam 5 Mei 1942
Controleur,
[Handtekening: S. Felthuis]
[Handgeschreven aantekeningen door het document:]
- [In rood potlood/inkt:] 2B/35/217
- [Midden onder, handgeschreven:] Verklaring + rapport Felthuis doorgezonden den Mey. Accoord: [Paraaf] 10/5/42 78
- [Rechts onder, in rood:] Model I door onder overlegging rapport Felthuis 2B.
- [Links een grote paraaf/handtekening over de tekst heen.] Dit rapport documenteert de aanvraag van J.G. Doets voor een officiële erkenning als handelaar in groenten en fruit. De kern van het document ligt in de administratieve afwikkeling van de overgang van een bedrijfsvoering als gevolg van de anti-joodse maatregelen tijdens de bezetting.
De controleur stelt vast dat de voormalige werkgever, I. Veldmans, "een jood is" en gedwongen werd zijn zaak te sluiten. Twee van zijn niet-joodse personeelsleden, Zuijderhoudt en Doets, hebben vervolgens de exploitatie (met name de levering aan horeca) voortgezet. In feite betreft dit een vorm van "arisering" op kleine schaal, waarbij de economische activiteiten van joodse burgers werden overgenomen door niet-joden.
De ambtenaar concludeert dat Doets weliswaar recht heeft op de erkenning, maar dat hij met terugwerkende kracht (vanaf januari 1942) entreegelden voor de Centrale Markt moet betalen, omdat hij in de praktijk al als zelfstandig handelaar/compagnon opereerde onder de vlag van Zuijderhoudt. Het document dateert van mei 1942, een cruciale fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze periode werden de maatregelen tegen de joodse bevolking steeds drastischer. Joodse ondernemers werden systematisch uit het economische leven geweerd; hun zaken werden verzegeld, geliquideerd of overgenomen door 'ariërs'.
De vermelding "Daar deze een jood is en zijn zaak moest sluiten" is een directe verwijzing naar de verordeningen van de Duitse bezetter (zoals Verordening 189/1940 en 48/1941) die joods ondernemerschap verboden. Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie (de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) deze uitsluiting faciliteerde en de nieuwe eigendomsverhoudingen formeel vastlegde. De Boetzelaerstraat, waar de aanvrager woonde, ligt in de Staatsliedenbuurt, een wijk die indertijd veel kleine zelfstandigen in de handel huisvestte.