Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 255
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Typoscript (doorslag van een ambtelijke brief).

10 april 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Typoscript (doorslag van een ambtelijke brief). 10 april 1942. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 20/12/1 M. d.d. 10 April 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Het instellen van een distributie van groenten is door de Overheidsinstanties te 's-Gravenhage meermalen overwogen, maar de onzekerheid, die ten aanzien van de aanvoeren der tuinbouwproducten bestaat (de aanvoer is dikwijls sterk afhankelijk van de weersomstandigheden) en de gevarieerdheid der aan te voeren producten zijn oorzaak, dat van een officieele distributie tot nu toe steeds wordt afgezien.

Doch met dat al treft de huidige situatie ten aanzien van de sluiting van zaken niet alleen de betrokken winkeliers, maar vooral - en niet in geringe mate - de clientèle van een dergelijke zaak, welke zich een anderen leverancier moet zoeken, hetgeen, gezien het bovenstaande, niet zonder bezwaren gaat. Een eventueele sluiting van een groot aantal winkels zou zelfs in de voorziening der bevolking met aardappelen en groenten een ontwrichting kunnen teweegbrengen. De vraag mag dan ook worden opgeworpen of niet op andere wijze door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching tegen winkeliers, die de prijsvoorschriften hebben overtreden, kan worden opgetreden.

De prijsrechters straffen momenteel onder andere met het opleggen van boeten, met sluiting der zaak, met publicatie van het vonnis en met verbeurdverklaring van den voorraad goederen.

De aan de sluiting voor het publiek verbonden bezwaren zouden worden ondervangen, indien door den Prijsrechter hiertoe slechts in uiterste noodzaak zou worden overgegaan. Daarentegen zouden dan de op te leggen boeten aanzienlijk zwaarder kunnen zijn dan thans veelal het geval is.

In zeer ernstige gevallen zou in plaats van sluiting van de zaak de mogelijkheid moeten worden geschapen om in de betreffende zaak ten laste van de exploitatie een beheerder aan te stellen, waardoor de zaakvoerende eenigen tijd als het ware onder curateele zou komen te staan. Mijns inziens zou deze maatregel ten opzichte van den kleinhandelaar zeker niet minder effectief zijn dan een algeheele sluiting van de zaak, terwijl de bezwaren voor het publiek zouden worden ondervangen.

Voor de uitvoering van de door mij hierboven aangegeven maatregelen is slechts voor wat betreft het aanstellen van beheerders wijziging van het Besluit Prijsbeheersching noodzakelijk; de overige maatregelen betreffen slechts de uitvoering van het bestaande Besluit hier zou dus met een instructie van hoogerhand aan de Prijsrechters kunnen worden volstaan.

Ik geef U beleefd in overweging te willen bevorderen, dat de Burgemeester de bovenomschreven aangelegenheid onder den aandacht brengt van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij.

De Directeur, * Taal en spelling: Het document is opgesteld in het Nederlands met de destijds gangbare spelling (bijv. "officieele", "Prijsbeheersching", "Visscherij").
* Kernbetoog: De Directeur van het Marktwezen maakt zich zorgen over de gevolgen van het sluiten van winkels die prijsvoorschriften overtreden. Hoewel distributie van groenten gewenst is, is dit door logistieke onzekerheid niet haalbaar. Het sluiten van winkels als strafmaatregel treft echter de burger (de klant) te hard, omdat zij in tijden van schaarste elders geen producten kunnen vinden.
* Voorgestelde oplossingen:
1. Minder vaak overgaan tot winkelsluiting.
2. Verhogen van de geldboetes.
3. In ernstige gevallen: het aanstellen van een externe beheerder ("onder curateele stellen") in plaats van sluiting, zodat de voedselvoorziening voor de wijk niet in gevaar komt.
* Juridisch aspect: De directeur merkt op dat voor het aanstellen van beheerders een wetswijziging (Besluit Prijsbeheersching) nodig is, terwijl de andere maatregelen via directe instructies aan prijsrechters geregeld kunnen worden. Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan levensmiddelen. De overheid probeerde via "Prijsbeheersching" de zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan.

De brief illustreert een specifiek bestuurlijk dilemma: de noodzaak om fraudeurs te straffen versus de noodzaak om de bevolking te blijven voeden. Het feit dat groenten en aardappelen op dat moment nog niet volledig via een strak distributiesysteem (met bonnen) verliepen zoals andere goederen, maakte de afhankelijkheid van de lokale winkelier groter en het sluiten van een zaak problematischer voor de volksgezondheid en de openbare orde. De genoemde "Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij" was in die tijd de hoogste Nederlandse ambtenaar op dat departement, die onder direct toezicht stond van de Duitse bezetter.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is opgesteld in het Nederlands met de destijds gangbare spelling (bijv. "officieele", "Prijsbeheersching", "Visscherij").
  • Kernbetoog: De Directeur van het Marktwezen maakt zich zorgen over de gevolgen van het sluiten van winkels die prijsvoorschriften overtreden. Hoewel distributie van groenten gewenst is, is dit door logistieke onzekerheid niet haalbaar. Het sluiten van winkels als strafmaatregel treft echter de burger (de klant) te hard, omdat zij in tijden van schaarste elders geen producten kunnen vinden.
  • Voorgestelde oplossingen:
    1. Minder vaak overgaan tot winkelsluiting.
    2. Verhogen van de geldboetes.
    3. In ernstige gevallen: het aanstellen van een externe beheerder ("onder curateele stellen") in plaats van sluiting, zodat de voedselvoorziening voor de wijk niet in gevaar komt.
  • Juridisch aspect: De directeur merkt op dat voor het aanstellen van beheerders een wetswijziging (Besluit Prijsbeheersching) nodig is, terwijl de andere maatregelen via directe instructies aan prijsrechters geregeld kunnen worden.

Historische Context

Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan levensmiddelen. De overheid probeerde via "Prijsbeheersching" de zwarte handel en prijsopdrijving tegen te gaan.

De brief illustreert een specifiek bestuurlijk dilemma: de noodzaak om fraudeurs te straffen versus de noodzaak om de bevolking te blijven voeden. Het feit dat groenten en aardappelen op dat moment nog niet volledig via een strak distributiesysteem (met bonnen) verliepen zoals andere goederen, maakte de afhankelijkheid van de lokale winkelier groter en het sluiten van een zaak problematischer voor de volksgezondheid en de openbare orde. De genoemde "Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij" was in die tijd de hoogste Nederlandse ambtenaar op dat departement, die onder direct toezicht stond van de Duitse bezetter.

Gerelateerde Documenten 6