Archiefdocument
Origineel
VD/HG.
20/12/1 M.
10 April 1942.
Maatregelen tegen overtreders
der maximumprijzen van groen-
ten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder verwijzing naar hetgeen werd besproken omtrent de te treffen voorzieningen in de gevallen, dat groentenhandelaren door de Prijsbeheersching werden gestraft met sluiting van de zaak en stillegging van de bedrijfsmiddelen acht ik het gewenscht het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Tot nu toe was de voorziening der klanten van gesloten zaken op de volgende wijze geregeld. Van de sluiting van een zaak werd dezerzijds mededeeling gedaan aan de Vebena (voor aardappelen) en aan de Groentegrossierscombinatie (voor groenten); deze waren dan in staat om eenerzijds maatregelen te treffen, dat de uitgeslotenen niet meer door middel van derden in het bezit kwamen van aardappelen of van "gedistribueerde" groenten, terwijl anderzijds de hun toekomende rantsoenen c.q. toewijzingen werden verdeeld over de in hun omgeving gevestigde zaken, een en ander volgens een dezerzijds met de betrokken combinaties gemaakte afspraak. Verder is thans in voorbereiding het uitgeven van standplaatsen voor aardappelen en groenten vóór de bedoelde winkels aan kleinhandelaren, die uiteraard reeds in het bezit moeten zijn van de vereischte erkenningen (voor groenten van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale en voor aardappelen van "Centraal Belang") en ook overigens in staat moeten zijn het bedrijf naar behooren uit te oefenen.
Als gevolg van de huidige schaarschte heeft zich voor diverse niet voor officieele distributie in aanmerking komende artikelen de gewoonte ontwikkeld, dat de handelaren hun vaste klanten bij de bediening laten voorgaan; bij het artikel groenten hebben sommige handelaren daarbij als norm aangenomen, dat vaste klanten zijn, degenen, die ook hun aardappelen van dien winkelier betrekken. Voorschriften zijn hieromtrent door de Overheid echter niet uitgevaardigd. Een eventueele verplichting van den winkelier om aan iederen kooper te leveren werkt het loopen van het publiek van de eene zaak naar de andere, met als gevolg het vormen van files, in de hand. (dit beeld heeft zich in de stad voor de groentezaken, die aan iederen kooper leveren, thans ontwikkeld). Het vraagstuk is uiteraard zeer moeilijk en een goede oplossing ligt hier ook niet direct voor de hand. Dit document is een ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Het behandelt de logistieke en sociale gevolgen van de handhaving van de **Prijsbeheersching**. Wanneer een groenteboer de maximumprijzen overtrad (vaak ten gunste van de zwarte markt), werd de zaak als straf gesloten. Dit riep echter een nieuw probleem op: hoe moesten de buurtbewoners die afhankelijk waren van die winkel aan hun rantsoenen komen?
De kernpunten in de brief zijn:
1. Strafmaatregelen: Winkeliers die zich niet aan de prijzen houden, worden uitgesloten van bevoorrading door organisaties zoals de Vebena en de Groentegrossierscombinatie.
2. Continuïteit van de voedselvoorziening: De rantsoenen van de gesloten winkel worden herverdeeld over omliggende winkels. Er wordt geëxperimenteerd met het plaatsen van tijdelijke kramen van andere erkende handelaren vóór de gesloten winkels.
3. Sociale spanningen door schaarste: De brief signaleert dat winkeliers "vaste klanten" (vaak zij die zowel groenten als aardappelen bij hen kochten) voortrekken. Dit was niet officieel geregeld maar werd gedoogd om de vorming van lange wachtrijen ("files") in de stad te voorkomen. In april 1942 was de voedselsituatie in bezet Nederland reeds nijpend. De distributie van levensmiddelen werd strikt gecontroleerd door de Duitse autoriteiten en de Nederlandse bureaucratie. Prijsbeheersing was essentieel om inflatie en de zwarte markt tegen te gaan, maar leidde vaak tot tekorten in de legale winkels.
Dit document illustreert de dagelijkse realiteit van de "oorlogseconomie": de enorme bureaucratische controle over elke kilo aardappelen, de opkomst van de rijencultuur op straat, en de informele regels die tussen winkelier en burger ontstonden om met de schaarste om te gaan. De vermelding van organisaties als de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale toont de verregaande centralisatie van de landbouwsector tijdens de bezettingsjaren (de zogenaamde "ordening"). M. Sieburgh Wethouder voor (De heer)