Doorslag van een getypte brief.
Origineel
Doorslag van een getypte brief. 27 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). VB/HG.
20/12/4 M.
n 2 27 Mei 1942.
Uitgifte standplaatsen
voor gesloten winkels.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 15
April jl. onder No.316 L.M.1942 om advies ontvangen stukken
heb ik de eer U te berichten, dat behalve de in die stukken
genoemde personen door mijn dienst nog een 25-tal, markt-
kooplieden en venters, werden opgeroepen. Een aantal markt-
kooplieden van de Lindengracht, die hun plaatsen niet of
zeer onregelmatig bezetten, maar van wie ondersteld werd,
dat zij wellicht voor een vaste plaats buiten de markten
in aanmerking zouden willen komen, konden niet in aanmer-
king komen, omdat zij niet in het bezit waren van beide
erkenningen,,namelijk die van de Nederlandsche Groenten-
en Fruitcentrale en die van "Centraal Belang"(aardappel-
handelaar). Twee personen, die wel aan de eischen voldeden,
bedankten. Onder een 8-tal venters in groenten en fruit,
naderhand door mij opgeroepen, bleken zich ook geen ge-
schikte personen te bevinden, terwijl ook bij hen geen
animo was.
Gezien dit resultaat moge ik U in overweging geven
een oplossing te zoeken volgens de richtlijnen, zooals
aangegeven in mijn brief d.d. 10 April jl. No.20/12/1 M.,
nader aangevuld met mijn brief d.d. 16 Mei jl. No.20/12/3
M.
De Directeur, In deze brief rapporteert een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder voor Levensmiddelen over een poging om marktkooplieden en venters te interesseren voor vaste standplaatsen ("gesloten winkels" buiten de reguliere markten).
Het document is opmerkelijk vanwege de volgende punten:
* Bureaucratische struikelblokken: Veel kooplieden van de Lindengracht vallen af omdat zij niet over de vereiste "erkenningen" beschikken van zowel de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale als van Centraal Belang. Deze instanties speelden een cruciale rol in de strak gereguleerde distributie-economie tijdens de bezetting.
* Gebrek aan animo: Er blijkt weinig animo te zijn onder de doelgroep om over te stappen op een vaste standplaats. Dit kan te maken hebben met de onzekere economische omstandigheden, de zware eisen die gesteld werden, of een voorkeur voor de traditionele markthandel boven de nieuwe regelingen van de overheid.
* Mislukte operatie: De directeur concludeert dat de huidige aanpak niet werkt en adviseert terug te keren naar de richtlijnen die hij in eerdere correspondentie heeft voorgesteld. De brief dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de handel steeds strakker gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie die onder hun toezicht stond.
De referentie naar de Lindengracht plaatst de situatie in Amsterdam. De markt op de Lindengracht was (en is) een van de bekende markten in de Jordaan. In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de openbare markten; deze brief gaat over de verdere ordening of "sanering" van de overgebleven handel.
De genoemde Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een organisatie die tijdens de oorlog toezicht hield op de teelt, aanvoer en distributie van producten. Zonder de juiste papieren van dergelijke centrale organen was legale handel vrijwel onmogelijk. De term "gesloten winkels" verwijst hier vermoedelijk naar de transformatie van ambulante handel (venten en markt) naar meer gecontroleerde, vaste verkooppunten om de distributie van schaarse goederen beter te kunnen beheersen.