Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 286
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief)

23 mei 1942

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief) 23 mei 1942 [Stempel linksboven:] № 363 L.M. 1942 23/5
[Groot gedrukt:] GEMEENTE AMSTERDAM

[Rechtsboven:] AMSTERDAM, 23 Mei 1942.

AFD. L.M. (A.V.D.)
No. 9 -1942-
BIJLAGEN

[Rood potlood:] 14/7

[Kader tekst:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

Bij kantstempelafdruk d.d. 19 Mei 1942 deed U mij om advies toekomen den brief van den Directeur van het Marktwezen d.d. 16 Mei j.l. waarin deze een beschouwing geeft over mijn aan U uitgebracht advies in zake een voorstel bij brief van 10 April j.l. No. 2C/12/1 M. door hem aan U gedaan en inhoudende om den Burgemeester in overweging te geven zich tot den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij te wenden met het verzoek om in zeer ernstige gevallen van prijsoverschrijding in groentezaken aldaar over te gaan tot aanstelling van beheerders en daarvoor de noodige wijziging in het Prijsbeheerschingsbesluit te brengen.

De brief van den Directeur van het Marktwezen zou mij aanleiding kunnen geven tot een uitvoerige tegenovergestelde beschouwing; ik meen deze echter achterwege te moeten laten, omdat het er voor U slechts op aan kan komen hoe mijn advies ten aanzien van het gestelde denkbeeld zal zijn.

Slechts ten aanzien van twee punten moet ik een duidelijke tegenspraak stellen om de zaak waarom het gaat niet uit het oog te verliezen.

De Directeur van het Marktwezen heeft U voorgesteld om te komen tot het aanstellen van een beheerder in de hier bedoelde gevallen. Ik sprak de meening uit, dat dit denkbeeld "waarschijnlijk" ontleend was aan den maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen. De Directeur van het Marktwezen merkt nu op, dat dit een misvatting is. De figuur van beheerder die hem voor den geest staat zal optreden als curator in een faillissement, zooals genoemde Directeur opmerkt: het voor de hand ligt, dat zijn taak geen andere behoeft te zijn dan te controleeren.

Ik moge U opmerken, dat krachtens art. 68 der faillissementwet "de curator belast is met het beheer en de vereffening der failliënten boedel"; dat hij op grond van de art. 10, 92, 98, 99 en 104 verstrekkende bevoegdheden heeft, die hem, zoolang de persoon in staat van faillissement verkeert in de plaats van hem stelt. Hij heeft dus allerminst een controleerende taak en zijn taak is ook ten voete uit wettelijk geregeld.

Ten aanzien van het tweede punt moge ik opmerken dat door mij uiteraard niet over het hoofd wordt gezien dat het tot stand brengen van wettelijke maatregelen tegenwoordig minder omslag eischt dan vroeger. Evenwel is dit punt in mijn advies in het geheel niet in mijn overwegingen betrokken. Ik heb U meenen te mogen opmerken, dat voor en aleer U den Burgemeester in overweging zou kunnen en mogen geven zich tot den desbetreffenden Secretaris-Generaal te wenden U een klaar en duidelijk beeld voor oogen dient te staan op hoedanige wijze het denkbeeld doorgevoerd kan worden.

Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen.

[Linksonder:]
Model G.A. 7
25.000-3-'40

--- Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een conflict over handhavingsbeleid tijdens de bezettingstijd naar voren komt. De kern van het geschil is het voorstel van de Directeur van het Marktwezen om 'beheerders' aan te stellen in groentezaken die de prijsvoorschriften (het Prijsbeheerschingsbesluit) overtreden.

De auteur van de brief uit scherpe kritiek op dit voorstel op twee fronten:
1. De juridische analogie: De auteur had eerder gesuggereerd dat het idee van 'beheerders' was afgeleid van de maatregelen tegen Joodse ondernemers (de zgn. Verwalters). De Directeur ontkent dit en vergelijkt de functie met die van een curator in een faillissement. De auteur wijst dit resoluut af door te citeren uit de Faillissementswet: een curator beheert en vereffent, terwijl de Directeur suggereerde dat het slechts om een controlerende functie zou gaan.
2. Bestuurlijke zorgvuldigheid: De auteur waarschuwt dat, hoewel het invoeren van nieuwe wetgeving onder het huidige regime (de Duitse bezetting) sneller gaat ("minder omslag eischt"), er nog steeds een concreet uitvoeringsplan moet liggen voordat de Burgemeester de Secretaris-Generaal hiermee benadert.

De toon is formeel-juridisch, maar de ondertoon is kritisch ten opzichte van de nogal opportunistische of juridisch rammelende voorstellen van de Directeur van het Marktwezen.

--- De brief dateert van mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de grip op de Nederlandse economie en het dagelijks leven steeds verder verstevigde.

  • Levensmiddelen en schaarste: Door oorlogsschaarste ontstond er een zwarte markt. De overheid probeerde via het Prijsbeheerschingsbesluit de prijzen van primaire levensbehoeften, zoals groenten, te controleren. Winkeliers die zich hier niet aan hielden, konden rekenen op zware sancties.
  • De "Joodsche ondernemingen": In de tekst wordt expliciet verwezen naar het aanstellen van bewindvoerders in Joodse bedrijven. Dit verwijst naar de stapsgewijze onteigening en "arisering" van Joods bezit door de nazi's. Dat de auteur deze vergelijking trekt, getuigt van het feit dat deze praktijken in 1942 een bekend ambtelijk precedent waren.
  • Bestuur onder bezetting: De vermelding dat wettelijke maatregelen "minder omslag" eisen, refereert aan het wegvallen van de democratische controle (het parlement was ontbonden). De Secretarissen-Generaal hadden onder toezicht van de Duitsers vergaande bevoegdheden gekregen om bij verordening te regeren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een conflict over handhavingsbeleid tijdens de bezettingstijd naar voren komt. De kern van het geschil is het voorstel van de Directeur van het Marktwezen om 'beheerders' aan te stellen in groentezaken die de prijsvoorschriften (het Prijsbeheerschingsbesluit) overtreden.

De auteur van de brief uit scherpe kritiek op dit voorstel op twee fronten:
1. De juridische analogie: De auteur had eerder gesuggereerd dat het idee van 'beheerders' was afgeleid van de maatregelen tegen Joodse ondernemers (de zgn. Verwalters). De Directeur ontkent dit en vergelijkt de functie met die van een curator in een faillissement. De auteur wijst dit resoluut af door te citeren uit de Faillissementswet: een curator beheert en vereffent, terwijl de Directeur suggereerde dat het slechts om een controlerende functie zou gaan.
2. Bestuurlijke zorgvuldigheid: De auteur waarschuwt dat, hoewel het invoeren van nieuwe wetgeving onder het huidige regime (de Duitse bezetting) sneller gaat ("minder omslag eischt"), er nog steeds een concreet uitvoeringsplan moet liggen voordat de Burgemeester de Secretaris-Generaal hiermee benadert.

De toon is formeel-juridisch, maar de ondertoon is kritisch ten opzichte van de nogal opportunistische of juridisch rammelende voorstellen van de Directeur van het Marktwezen.


Historische Context

De brief dateert van mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de grip op de Nederlandse economie en het dagelijks leven steeds verder verstevigde.

  • Levensmiddelen en schaarste: Door oorlogsschaarste ontstond er een zwarte markt. De overheid probeerde via het Prijsbeheerschingsbesluit de prijzen van primaire levensbehoeften, zoals groenten, te controleren. Winkeliers die zich hier niet aan hielden, konden rekenen op zware sancties.
  • De "Joodsche ondernemingen": In de tekst wordt expliciet verwezen naar het aanstellen van bewindvoerders in Joodse bedrijven. Dit verwijst naar de stapsgewijze onteigening en "arisering" van Joods bezit door de nazi's. Dat de auteur deze vergelijking trekt, getuigt van het feit dat deze praktijken in 1942 een bekend ambtelijk precedent waren.
  • Bestuur onder bezetting: De vermelding dat wettelijke maatregelen "minder omslag" eisen, refereert aan het wegvallen van de democratische controle (het parlement was ontbonden). De Secretarissen-Generaal hadden onder toezicht van de Duitsers vergaande bevoegdheden gekregen om bij verordening te regeren.

Gerelateerde Documenten 6