Ambtelijke brief / intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief / intern memorandum. 28 april 1942. GEMEENTE AMSTERDAM
№ 363 L.M. 1942 28/4
AMSTERDAM, 28 April 1942.
AFD. L.M. (A.V.D.)
No. 9 -1942-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Bij kantstempelafdruk d.d. 20 April 1942 stelde U in mijn handen om advies een brief van den Directeur van het Marktwezen d.d. 10 April '42 No.2c/12/1 M, onderwerp "Maatregelen tegen overtreders der maximumprijzen van groente", waarin deze U in overweging geeft bij den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij aanhangig te maken de vraag of het niet wenschelijk ware om in groentezaken, waar ernstige overschrijding van de maximumprijzen is vastgesteld krachtens een bepaling in het Prijsbeheerschingsbesluit te kunnen overgaan tot het aanstellen van een beheerder, als zijnde een maatregel doeltreffender dan het sluiten van een zaak, omdat hierdoor ook het publiek wordt gedupeerd, dat in dezen tijd zich zeer bezwaarlijk van een anderen leverancier kan voorzien.
De Directeur van het Marktwezen meent, dat, om tot uitvoering van den door hem in overweging gegeven maatregel te kunnen komen, slechts een wijziging van het Prijsbeheerschingsbesluit noodzakelijk is.
Waarschijnlijk heeft de Directeur van het Marktwezen zijn denkbeeld ontleend aan den maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen. Evenwel steunt deze maatregel op een uitvoerige wettelijke regeling, getroffen door den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied. Een gelijksoortige maatregel voor niet-Joodsche ondernemingen zal zeker dus eveneens op een wettelijke regeling moeten steunen. Daardoor wordt het voorstel heel wat minder eenvoudig dan de Directeur van het Marktwezen zich dat oorspronkelijk heeft gedacht. Of de Secretaris Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij gemakkelijk zal zijn te vinden voor het in het leven roepen van een wettelijke regeling als hier is opgeworpen, is moeilijk te voorzien. Om evenwel met kans op slagen bij hem daarvoor op te kunnen komen, moet dan wel vaststaan, dat de maatregel de moeilijkheden mist, waarin juist moet worden voorzien. Het schijnt mij voorshands aan gerechten twijfel onderhevig of dit inderdaad het geval is. De Directeur van het Marktwezen heeft wel met geen enkel woord de uitvoerbaarheid van den maatregel behandeld, doch het wil mij voorkomen.
Aan
den heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-,
bad- en zweminrichtingen. Dit document betreft een intern ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen tijdens de Duitse bezetting. De kern van het schrijven is een voorstel van de Directeur van het Marktwezen om prijsopdrijvers in de groentesector aan te pakken.
In plaats van zaken te sluiten (wat de voedselvoorziening voor de burgerbevolking in gevaar brengt), wordt voorgesteld om een 'beheerder' aan te stellen die de winkel overneemt. De auteur van de brief plaatst hier echter juridische en praktische vraagtekens bij. Hij wijst erop dat de wettelijke basis hiervoor ontbreekt en dat een dergelijke maatregel complexer is dan voorgesteld.
Opvallend is de ambtelijke, bijna afstandelijke toon waarmee de haalbaarheid van het beleid wordt getoetst, terwijl de context van schaarste en distributie in oorlogstijd duidelijk voelbaar is. Het document dateert uit april 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de grip op de Nederlandse economie en voedseldistributie steeds verder verstevigde. Door schaarste ontstond er een levendige zwarte handel en werden maximumprijzen vaak overschreden.
Een cruciaal historisch detail in deze brief is de expliciete verwijzing naar de "maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen". Dit verwijst naar de 'arisering' van het bedrijfsleven, waarbij de nazi's via verordeningen (zoals Verordening 48/1941) bewindvoerders (Treuhänder) aanstelden om Joodse eigenaren uit hun bedrijven te werken en de bezittingen te onteigenen.
De brief laat zien hoe ambtelijke instanties dergelijke discriminerende en onteigenende maatregelen, die oorspronkelijk voor de Jodenvervolging waren opgezet, in overweging namen als model voor algemeen economisch beleid en prijsbeheersing. Het illustreert de doordringing van het bezettingsrecht in het reguliere gemeentelijke apparaat.