Archiefdocument
Origineel
1 mei 1942. [Getypt:]
dat niet eerder voor het opgeworpen denkbeeld kan worden opgekomen, voor en aleer een klaar en duidelijk beeld bestaat op hoedanige wijze het zou kunnen worden uitgevoerd. Om in dit verband slechts een punt aan te stippen, moge ik U er op wijzen, dat toch in redelijkheid vast moet staan, dat er bewindvoerders zouden zijn te vinden, die over de noodige vakkennis beschikken en onmiddellijk beschikbaar zijn. Daarbij mag niet voorbij worden gezien, dat het in vele gevallen slechts zou gaan om eenige maanden in deze hoedanigheid op te treden, hetgeen zeker het bezwaar om geschikte personen te kunnen vinden, nog vergroot.
Ik moge U op grond van het vorenstaande adviseeren niet verder op het opgeworpen denkbeeld in te gaan, alvorens omtrent de wenschelijkheid, doelmatigheid en mogelijkheid meer vaststaat.
De Gemeentelijke Adviseur inzake
Voedings- en Distributieaangele-
genheden,
[Handtekening]
[Stempel links:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies.
A'dam, 1 Mei 1942.
[Groot volgnummerstempel:]
No 20/12/2 M. 1942
[Handgeschreven in inkt onderaan:]
Natuurlijk zijn die te vinden
eenige maanden is meer dan genoeg om publiek die ellende te besparen
Neen Het document betreft een ambtelijk advies van de Gemeentelijke Adviseur inzake Voedings- en Distributieaangelegenheden aan de Amsterdamse wethouder. De adviseur is kritisch over een nieuw plan (een 'opgeworpen denkbeeld'). Hij voert aan dat de uitvoering onduidelijk is en dat het moeilijk zal zijn om voor een korte termijn deskundige 'bewindvoerders' aan te trekken. Hij adviseert dan ook om niet met het plan door te gaan.
Interessant zijn de handgeschreven reacties onderaan de brief. Deze zijn vermoedelijk van de wethouder of een directielid. De auteur van deze aantekeningen verwerpt de bezwaren van de adviseur resoluut: hij stelt dat er wel degelijk personeel te vinden is en dat de korte duur van de maatregel juist gewenst is om het publiek 'ellende te besparen'. Met een krachtig "Neen" onderaan wordt het negatieve ambtelijke advies definitief terzijde geschoven. De datum, 1 mei 1942, plaatst dit document in het hart van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam had in deze periode te maken met toenemende schaarste, strenge rantsoenering en een complex distributieapparaat. De bureaucratie van de gemeente Amsterdam probeerde enerzijds de stad draaiende te houden en anderzijds te manoeuvreren onder de druk van de bezetter. De term 'bewindvoerders' werd in deze jaren ook vaak gebruikt in de context van de 'arisering' (onteigening) van Joodse bedrijven, hoewel de context hier specifiek op de distributie en het 'Marktwezen' lijkt te slaan. De opmerking over het besparen van 'ellende' aan het publiek getuigt van de grote sociale spanningen en de precaire voedsel- en levensmiddelensituatie in de stad op dat moment.