Officieel schrijven (afschrift/kopie van een brief).
Origineel
Officieel schrijven (afschrift/kopie van een brief). 4 april 1942. Namens de Hoofdcommissaris van Politie, getekend door H. Holsbergen (toegevoegd Commissaris van Politie voor de Administratie). De Burgemeester van Amsterdam. No. 2C/13/2 M. A f s c h r i f t .
No.366a A.Z. 1942. No. 352 L.M. 1942.
Hoofdbureau van Politie.
Amsterdam, 4 April 1942.
Dict. Hs/vdM.
Groep B.
Dossier D.20/42.
Lr.G. 5437/1942.
Naar aanleiding van een onder No. 366 A.Z.
1942 d.d. 17 Maart 1942 van U ontvangen klacht d.d.
15 Maart 1942 van H.Oosterhof, Da Costastraat 89 B
alhier, over den verkoop van groenten, welke door
verschillende groentehandelaren afhankelijk wordt
gesteld van den verkoop van aardappelen, heb ik de
eer, UEdelachtbare hierbij te doen toekomen een
onder No. G. 4983/5437 d.d. 28 Maart 1942 aan het
3e Bureau mijner administratie opgemaakt rapport,
houdende het resultaat van een dezerzijds hiernaar
ingesteld onderzoek, waarbij is gebleken, dat het
hier geen koppelverkoop betreft, als bedoeld bij
artikel 4 van het Prijsvormingsbesluit 1941, op
grond waarvan dezerzijds hiertegen niet met succes
kon worden opgetreden.
De Hoofdcommissaris van Politie
namens dezen De Comm. v.
Politie,
toegevoegd voor de Admini-
stratie,
w.g. H.Holsbergen.
Aan den Heer Burgemeester
van Amsterdam. Deze brief is een formeel antwoord van de Amsterdamse politie aan de burgemeester betreffende een klacht van een burger, de heer H. Oosterhof. De klacht hield in dat groentehandelaren zich schuldig maakten aan koppelverkoop: zij weigerden groenten te verkopen tenzij de klant ook aardappelen kocht.
Na onderzoek door de politie (het 3e Bureau van de administratie) wordt in deze brief geconcludeerd dat er juridisch gezien geen sprake is van koppelverkoop volgens de toen geldende wetgeving (het Prijsvormingsbesluit 1941). Hierdoor stelt de politie dat zij niet effectief tegen deze handelaren kan optreden. Het document weerspiegelt de bureaucratische afhandeling van economische overtredingen in oorlogstijd. Het document dateert van april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan voedsel en andere eerste levensbehoeften drastisch toe. Om de distributie en prijzen te beheersen, voerde de bezetter strikte regels in, zoals het in de tekst genoemde Prijsvormingsbesluit 1941.
Koppelverkoop was een veelvoorkomend probleem; handelaren probeerden hun winst te maximaliseren of van minder populaire voorraden af te komen door deze te koppelen aan schaarse goederen. De politie en de Prijsbeheersing hadden de taak om hierop toe te zien, maar zoals uit deze brief blijkt, waren de juridische definities soms een belemmering voor handhaving. De burgemeester van Amsterdam in 1942 was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De brief illustreert de spanning tussen de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers (zoals de klager Oosterhof) en de formele, juridische kaders van het bezettingsbestuur.