Archiefdocument
Origineel
30 juli 1942. Departement van Landbouw en Visscherij, Centrale Crisis-Controledienst (CCD), Afd. Algemeene Controle, District IV (Amsterdam). Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ
CENTRALE CRISIS-CONTROLEDIENST. AFD. Algemeene Controle
H.C. District IV
N.O. E/482/674
TE Amsterdam DEN 30 Juli 1942
STRAAT Kuiperssteeg 2 TEL. 46137
AAN:
den Heer Directeur van het Marktwezen te AMSTERDAM
BETR. H. Tibbertsma en C. Scheltus te Amsterdam.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 15 Juli 1942 No. 2C/39/2 M., waarbij was gevoegd een rapport van den agent van politie H. v.d. Berg te Amsterdam, heb ik de eer U mede te deelen, dat dezerzijds tegen H. Tibbertsma, de Clercqstraat 19 huis en C. Scheltus, Argonautenstraat 1 huis te Amsterdam proces-verbaal werd opgemaakt op grond van art. 1 Prijzenbeschikking 1941 Groenten en Fruit j°. de Bekendmaking No. 17/1942 van den Directeur-generaal voor de Voedselvoorziening (Stc. 9 Juni 1942 Nr. 109).
De districtsleider,
(Handtekening: Erdmann)
W. Erdmann
Nº 2C/39/3 M. 1942 31/7 Deze ambtelijke brief van de Centrale Crisis-Controledienst (CCD) uit juli 1942 illustreert de strikte handhaving van de economische regels tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De brief is een reactie op een politierapport van agent H. v.d. Berg.
De kern van de zaak is dat er een proces-verbaal is opgemaakt tegen twee personen: H. Tibbertsma (wonende aan de De Clercqstraat 19) en C. Scheltus (wonende aan de Argonautenstraat 1). Zij worden beschuldigd van het overtreden van de "Prijzenbeschikking 1941 Groenten en Fruit". Dit hield in dat zij waarschijnlijk producten verkochten boven de officieel vastgestelde maximumprijzen, een veelvoorkomend vergrijp in een tijd van schaarste en rantsoenering.
De brief is ondertekend door W. Erdmann, de districtsleider van het vierde district van de CCD. Onderaan is een handgeschreven datum-notatie "31/7" en een administratief nummer toegevoegd, wat duidt op de verwerking bij de ontvangende instantie (het Marktwezen). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiestelsel. Om inflatie en woekerwinsten op de zwarte markt tegen te gaan, stelde de bezetter (en de Nederlandse bureaucratie die onder hen werkte) maximumprijzen vast voor bijna alle levensmiddelen.
De Centrale Crisis-Controledienst (CCD) speelde hierin een cruciale rol. Oorspronkelijk opgericht in de jaren '30 tijdens de economische crisis, werd de dienst tijdens de bezetting fors uitgebreid om toezicht te houden op de naleving van de distributiewetten en prijsvoorschriften. Inspecteurs van de CCD werkten vaak nauw samen met de reguliere politie om "economische delicten" op te sporen.
De Clercqstraat en de Argonautenstraat zijn bekende locaties in Amsterdam; de betrokkenen waren vermoedelijk kleine handelaren of winkeliers die probeerden te overleven of extra winst te maken in de steeds nijpender wordende oorlogseconomie. Overtredingen van deze aard konden leiden tot hoge boetes of zelfs gevangenisstraf.