Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 28 juni 1942 Een bewoner namens "vele gedupeerde buurtbewoners" (ondertekend met initialen, mogelijk J.C.) De Veilingmeester der Centrale Markthallen, Amsterdam (Blauw potlood bovenaan:)
behoort thuis bij den Dienst
vh Marktwesen
(Paarse stempel:)
№ 26/43/1 M. 1942 3/7
(Rechtsboven:)
Amsterdam 28 Juni ’42.
(Adressering:)
Aan de Veilingmeester
der
Centrale Markthallen
Amsterdam.
(Kanttekening rechts in inkt:)
M. i. du
in bijlage
(Aanhef:)
Geachte Heer!
(Inhoud:)
Noodgedwongen wend ik mij tot U met een vraag en een verzoek. De zaak is n.l. het volgende: Tot voor eenigen tijd kocht mijn vrouw en vele anderen uit onze buurt groenten van een venter, deze komt evenwel niet meer en is mijn vrouw aangewezen op een groentezaak waar mijn vrouw af en toe ook wel eens wat kocht, want andere zaken wilden haar niet als klant aannemen.
Nu is de vraag, hoe het komt dat deze zaak haast nooit geen groente noch aardappelen heeft, in tegenstelling met andere zaken uit onze buurt, die (deze tijd in aanmerking nemende) haast volop hebben.
Bedoelde groentehandelaar raadde zijn klanten, op hunne klachten, naar de politie te gaan, maar die verwees hun naar U. Het verzoek is dus, kunt U niet zorgen als dat deze groentehandelaar van meer groenten en aardappelen wordt voorzien.
Het adres van bovengem. handelaar is: A. v. d. Pas
Nachtegaalstraat 131
hoek Leeuwerikstraat
A’dam. N.
(Ondertekening:)
Namens vele gedupeerde buurtbewoners.
J C. De brief is een formeel beklag over de scheve verdeling van schaarse levensmiddelen (groenten en aardappelen) tijdens de Duitse bezetting. De schrijver ageert namens een groep buurtbewoners in Amsterdam-Noord.
De kern van het probleem is dat de bewoners afhankelijk zijn geworden van één specifieke winkelier (A. v. d. Pas), nadat hun vaste "venter" (straatverkoper) is weggevallen. Andere winkels in de buurt weigeren nieuwe klanten aan te nemen—een veelvoorkomend verschijnsel tijdens de oorlog, omdat winkeliers hun beperkte voorraden reserveerden voor hun vaste, geregistreerde klantenkring. De schrijver constateert een onrechtvaardigheid: terwijl andere winkels "haast volop" voorraad hebben, blijft de winkel van Van der Pas leeg.
Opvallend is de ambtelijke weg die de klagers hebben bewandeld: eerst de politie, die hen vervolgens doorverwijst naar de Veilingmeester van de Centrale Markthallen, de autoriteit die verantwoordelijk was voor de distributie van versproducten in de stad. Deze brief dateert van juni 1942, ruim twee jaar na het begin van de bezetting. De schaarste in Nederland nam in deze periode snel toe. Het distributiestelsel was inmiddels volledig van kracht. Aardappelen en groenten waren weliswaar nog niet zo schaars als tijdens de Hongerwinter (1944-1945), maar de levering was onregelmatig en sterk afhankelijk van toewijzingen door de centrale overheid.
De locatie van de groentewinkel, de Nachtegaalstraat 131 in Amsterdam-Noord (Vogelbuurt), was een volksbuurt waar de afhankelijkheid van correcte voedseldistributie groot was. De frustratie in de brief wijst op een diep wantrouwen jegens de eerlijkheid van de verdeling: men verdacht winkeliers of instanties er vaak van voorraden achter te houden voor de zwarte markt, of dat bepaalde wijken werden benadeeld. De Veilingmeester was in dit systeem de 'poortwachter' die bepaalde welke hoeveelheden naar welke handelaren gingen. A. v. d. Pas U. Het Politie