Officiële brief/verklaring.
Origineel
Officiële brief/verklaring. MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. __________
BIJLAGE __________
ONDERWERP: __________
AMSTERDAM (W.)
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
Naar aanleiding van Uw aanvrage aan de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te 's-Gravenhage inzake het verstrekken van een erkenning als kleinhandelaar, deel ik U mede, dat uit een door myn dienst ingesteld onderzoek is gebleken, dat U sedert meer dan 3 jaren bekend staat als kleinhandelaar in groente en fruit.
Deze verklaring kunt U inzenden aan bovengenoemde Centrale.
De Directeur,
A.Z Model No. 8. 10.000-7-'35 Dit document is een formele ambtelijke verklaring, opgesteld door de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De tekst is een standaardformulier (te zien aan de gestempelde of getypte invultekst op een voorgedrukt vel) waarmee de gemeente de beroepservaring van een handelaar bevestigt.
De kern van de boodschap is een verificatie: de betreffende persoon heeft een aanvraag ingediend bij de landelijke koepelorganisatie (de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale) om officieel erkend te worden als kleinhandelaar. De Amsterdamse marktmeester bevestigt hierbij, na onderzoek, dat de aanvrager inderdaad al minstens drie jaar in de branche werkzaam is. Deze termijn van drie jaar was waarschijnlijk een wettelijke of reglementaire vereiste voor professionele erkenning.
Opvallend is het gebruik van de oudere spelling ("aanvrage", "Nederlandsche", "myn"), wat gebruikelijk was in de officiële correspondentie van die tijd. Het adres op de brief, Jan van Galenstraat 14, is de historische locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 werden geopend. Het Marktwezen hield hier toezicht op de handel en de kwaliteit van producten.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC), gevestigd in Den Haag, was een overkoepelend orgaan dat de handel in deze sector reguleerde. Zeker in de jaren '30 (crisisperiode) en tijdens de bezettingsjaren was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd via vergunningsstelsels en erkenningen. Men kon niet zomaar een winkel of markthandel beginnen; men moest aantonen over de juiste papieren en ervaring te beschikken. Dit document diende als bewijsstuk in dat bureaucratische proces.
Hoewel de brief zelf geen specifieke naam van een handelaar bevat, is het een typerend voorbeeld van de wijze waarop de overheid de middenstand controleerde en faciliteerde in de vroege 20e eeuw. De doorschijnende tekst op de achterzijde suggereert dat dit papier hergebruikt is of onderdeel was van een groter dossier met meerdere correspondenties.