Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en instructies.
Origineel
Getypt rapport met handgeschreven kanttekeningen en instructies. Controleur G. Felthuis. Bedrijfschef van het Marktwezen te Amsterdam. [Bovenaan het document, in paarse stempel en inkt:]
No 20/54/1 M. 1942 24/7
R A P P O R T
Ingevolge Uw opdracht heb ik, ondergetee kende, controleur
Felthuis, op 22 Juli 1942, des voormiddags omstreeks 10.30 uur
in de Tuinstraat alhier gecontroleerd en aldaar voor perceel
142 aangetroffen een mij bekend persoon genaamd Gerardus
Bernardus van der Wurf,,geboren te Amsterdam 12 Januari 1902,
groentenverkooper, wonende Tuinstraat 142 per adres Jansen,
terwijl hij aldaar kleinhandel in groenten en fruit uitoefende.
Van een handkar welke voor genoemd perceel stond, verkocht van
der Wurf aan een mij onbekende juffrouw andijvie. Op deze hand-
kar bevond zich zes sloffen aardabeien, een kist halfgevuld met
tuinboonen en een kist half gevuld met andijvie. Bij gehouden
controle bleek mij, dat van der Wurf niet in het bezit was van
een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Van der
Wurf was wel in het bezit van een toegangskaart voor de Centra-
le Markt als personeel van grossier J.de Haas, huurder van pak-
huis A.14. De Haas verklaarde mij evenwel, dat hij van der Wurf
reeds eenigen tijd geleden uit zijn dienst had ontslagen.
De toegangskaart van Van der Wurf als personeel bij J.de Haas
heb ik ingehouden en bij dit rapport gevoegd.
Amsterdam 23 Juli 1942
Controleur.
[Handtekening: G. Felthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Handgeschreven toevoegingen onderaan, in blauwe en rode inkt:]
[Links:] In Procureur? [onleesbare paraaf]
[Midden, rood:] 20/54/217
[Onderaan rechts:]
af C.C.D.
In bijlage dezer doe ik U toekomen
afschriften van rapport van de controleur
G. Felthuis van mijn dienst inzake clandestiene
verkoop van groente & fruit, met beleefd verzoek
de behandeling daarvan op U te willen nemen.
[Initialen/Paraaf] Dit document is een officieel proces-verbaal, opgesteld door een controleur van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het rapport is de vaststelling van illegale straathandel ("clandestiene verkoop").
De verdachte, Gerardus Bernardus van der Wurf, werd op heterdaad betrapt bij het verkopen van andijvie vanuit een handkar in de Tuinstraat (Jordaan). Hij beschikte niet over de noodzakelijke vergunning ("erkenning") om als kleinhandelaar te opereren. Bovendien bleek hij onrechtmatig in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt op naam van een voormalige werkgever, grossier J. de Haas.
De handgeschreven toevoeging onderaan wijst op de doorsturing van de zaak naar de C.C.D. (Centrale Controle Dienst), de instantie die tijdens de oorlog belast was met de opsporing van economische delicten en zwarte handel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland streng gereguleerd via een distributiestelsel. Om schaarste te beheersen en woekerprijzen te voorkomen, mochten alleen erkende handelaren producten verkopen. Handel buiten deze officiële kanalen om werd beschouwd als zwarte handel of "clandestiene verkoop".
Het misbruik van een toegangskaart voor de Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een ernstige overtreding, omdat dit iemand de mogelijkheid gaf om direct bij de bron (de groothandel) goederen te onttrekken aan het officiële distributienetwerk. Dit soort rapporten geeft een scherp beeld van het dagelijks leven en de repressieve economische maatregelen in bezet Amsterdam in 1942.