Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 520
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage.

17 september 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een verwante gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage. 17 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een verwante gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. vD/HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

2c/56/3 M. 1. 17 September 1942.

klacht C.H.Blanken
over verdeeling
Centrale Markt.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 31 Juli j.l. om spoedig advies ontvangen stuk No. 531 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige klachten een uitgebreid onderzoek heb doen instellen. De klacht, dat de Verwalters van vroegere Joodsche zaken niet of slechts gedeeltelijk aan de vroegere klanten van deze zaken doorleveren, wordt veelvuldig bij mijn dienst aanhangig gemaakt. Het is echter moeilijk om terzake maatregelen te nemen, omdat de kleinhandelaren in de meeste gevallen niet kunnen aantoonen, dat zij klant bij een vroegere Joodsche zaak zijn geweest, aangezien zij van hun aankoopen nimmer kwitanties of nota's hebben ontvangen.

In bijlage dezes leg ik in afschrift over een rapport van den contrôleur Boon van mijn dienst d.d. 28 Augustus j.l., waarin omtrent de drie door adressant genoemde kooplieden, die op de dagmarkt Albert Cuypstraat een plaats bezetten, wordt gerapporteerd; ik moge U kortheidshalve hiernaar verwijzen.

Zooals U bekend is, worden terzake van de verdeeling van groenten en fruit door de Rijksinstanties regelingen voorbereid, ook wat betreft de verdeeling door grossiers aan den kleinhandel.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over de distributie van levensmiddelen (met name groenten en fruit) via de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezetting. De kern van de klacht is dat de zogenaamde 'Verwalters' – bewindvoerders die door de Duitse bezetter waren aangesteld om Joodse bedrijven over te nemen of te liquideren – weigeren te leveren aan de oorspronkelijke (niet-Joodse) klanten van die bedrijven.

De directeur van de dienst stelt dat dit een veelvoorkomend probleem is, maar dat handhaving lastig is. De kleinhandelaren (marktkooplieden, waaronder die op de Albert Cuypmarkt) kunnen namelijk niet bewijzen dat ze vaste klant waren, omdat de handel voorheen vaak informeel en zonder officiële bonnetjes verliep. Dit illustreert de frictie tussen de informele handelspraktijken van vóór de oorlog en de rigide, bureaucratische controle die de bezetter probeerde in te voeren. De brief is gedateerd op 17 september 1942, een periode waarin de 'arisering' van het Nederlandse bedrijfsleven in volle gang was. Joodse ondernemers waren uit hun functies gezet en hun zaken werden onder het beheer van 'Verwalters' geplaatst, vaak NSB'ers of Duitsgezinden.

De brief werpt licht op de economische ontwrichting die deze onteigening teweegbracht. De Centrale Markt in Amsterdam was het hart van de voedselvoorziening; verstoringen in de keten daar hadden direct invloed op de beschikbaarheid van voedsel voor de burgerbevolking. Bovendien verwijst de brief naar de toenemende regeldruk vanuit 'Rijksinstanties' (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening), die probeerden de schaarse middelen via een strikt distributiesysteem te beheersen om zwarte handel tegen te gaan en de Duitse behoeften te waarborgen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over de distributie van levensmiddelen (met name groenten en fruit) via de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezetting. De kern van de klacht is dat de zogenaamde 'Verwalters' – bewindvoerders die door de Duitse bezetter waren aangesteld om Joodse bedrijven over te nemen of te liquideren – weigeren te leveren aan de oorspronkelijke (niet-Joodse) klanten van die bedrijven.

De directeur van de dienst stelt dat dit een veelvoorkomend probleem is, maar dat handhaving lastig is. De kleinhandelaren (marktkooplieden, waaronder die op de Albert Cuypmarkt) kunnen namelijk niet bewijzen dat ze vaste klant waren, omdat de handel voorheen vaak informeel en zonder officiële bonnetjes verliep. Dit illustreert de frictie tussen de informele handelspraktijken van vóór de oorlog en de rigide, bureaucratische controle die de bezetter probeerde in te voeren.

Historische Context

De brief is gedateerd op 17 september 1942, een periode waarin de 'arisering' van het Nederlandse bedrijfsleven in volle gang was. Joodse ondernemers waren uit hun functies gezet en hun zaken werden onder het beheer van 'Verwalters' geplaatst, vaak NSB'ers of Duitsgezinden.

De brief werpt licht op de economische ontwrichting die deze onteigening teweegbracht. De Centrale Markt in Amsterdam was het hart van de voedselvoorziening; verstoringen in de keten daar hadden direct invloed op de beschikbaarheid van voedsel voor de burgerbevolking. Bovendien verwijst de brief naar de toenemende regeldruk vanuit 'Rijksinstanties' (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening), die probeerden de schaarse middelen via een strikt distributiesysteem te beheersen om zwarte handel tegen te gaan en de Duitse behoeften te waarborgen.

Gerelateerde Documenten 6