Officieel ambtelijk schrijven / Brief.
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven / Brief. 17 augustus 1942. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete - Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (Wirtschaftsreferent). Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). [Briefhoofd met adelaar en swastika]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
AMSTERDAM, den 17. August 1942.
MUSEUMPLEIN 19
TEL. 97101
Ref. Wi.
An das
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m – C.
=========================
Nº 24/71/1 M. 1942 20/8 [stempel met handgeschreven toevoeging]
Der Jude Jacob Aldewereld, Amsterdam, Pretorius-straat 93 II hat sich an die Wirtschaftsprüfstelle mit dem Gesuch um eine Genehmigung, Gemüse für den Joodsche Raad in Amsterdam beziehen zu dürfen, gewandt. Ich bitte um Mitteilung, ob der Genannte ein Gemüsegeschäft führt, sowie ferner um Ihre Stellung-nahme zu dem Antrag des Aldewereld.
Im Auftrag
[Handtekening: A. Gombault]
(A. Gombault)
Wirtschaftsreferent
[Handgeschreven aantekening links onderaan in rood/bruin potlood:]
Aldewereld.
Oproepen – begreep niet
wat de man wil. [initialen]
24/71/2
[Rechtsonder handgeschreven:]
2 c Dit document is een ambtelijke correspondentie vanuit het kantoor van de Beauftragte für die Stadt Amsterdam (onderdeel van het Rijkscommissariaat tijdens de Duitse bezetting). De brief is opgesteld door de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) A. Gombault.
De kern van de brief is een informatieverzoek aan de Amsterdamse dienst Marktwezen betreffende Jacob Aldewereld, een Joodse inwoner van Amsterdam. Aldewereld heeft een verzoek ingediend bij de Wirtschaftsprüfstelle (een instantie die toezicht hield op de economie en de 'arisering' van bedrijven) om groenten te mogen betrekken ten behoeve van de Joodse Raad.
De bezetter hanteert hier de antisemitische categorisering door hem expliciet aan te duiden als "Der Jude". De Duitsers willen van Marktwezen weten of de man daadwerkelijk een groentezaak voert en wat hun advies is ten aanzien van zijn verzoek. De handgeschreven Nederlandse aantekening suggereert dat de Amsterdamse ambtenaar die de zaak behandelde de bedoelingen van Aldewereld niet direct duidelijk vond. In augustus 1942 was de Jodenvervolging in Nederland in een kritieke fase beland; de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren een maand eerder begonnen. De Joodse Raad voor Amsterdam was door de bezetter aangesteld om de Joodse gemeenschap te besturen en de Duitse bevelen uit te voeren, maar hield zich ook bezig met de voedselvoorziening voor de steeds verder geïsoleerde Joodse bevolking.
Jacob Aldewereld woonde in de Pretoriusstraat, in het hart van de Transvaalbuurt, een wijk die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de Joodse wijken (Judenviertel). Voor Joodse ondernemers was het in deze periode vrijwel onmogelijk om legaal handel te drijven, tenzij dit direct ten dienste stond van de Joodse Raad of onder strikt toezicht van de Duitsers gebeurde. Dit document illustreert de bureaucratische controle waarmee de bezetter zelfs de kleinschalige distributie van levensmiddelen binnen de Joodse gemeenschap reguleerde. A. Gombault Marktwezen