Handgeschreven brief/rapportage (fragment, pagina 2 en 3).
Origineel
Handgeschreven brief/rapportage (fragment, pagina 2 en 3). (Pagina 2)
2
handel op de Markt
verkoopen voor 30 a 40 Gul
de winst aan winkeliers
die het clandestinere
brengen want hoe kan een
winkelier 10 a 20 zak per
week voor en zoo loone hebbe
Ik weet dat zij 30 a 35
cent per pond maken even
zoo goed als met de hand
pere en pruimen die worde
voor 30 a 40 cent per pond
verkocht het zelfde doen
tolhuisen ook die staat
ook in de Kalverstraat
en eenen Gijsper die makt
15 cent winst Rode kars en
dan moeten de mensen
ook nog een komkommer
(Pagina 3)
3
er bij nemen en de stelen
steelen in de ten Kalverstraat
moest een ons dat heb
de Marktmeester nog bij
Liesenbeek gezien met
de N.S.
Ik hoop dat
U daar een eind aan
maakt dan krijgt
een werkman ook zijn
rantsioen in afwacht[ing]
u We G[eb]
Ronken De tekst is een brandbrief of een melding aan een autoriteit (mogelijk de prijsbeheersing of de marktpolitie) over onregelmatigheden in de handel. De kern van de klacht is dat handelaren en winkeliers woekerwinsten maken op schaars fruit (peren, pruimen, rode kersen) door het "clandestien" (buiten het officiële distributiesysteem om) te verhandelen. Er worden specifieke bedragen genoemd (30 tot 40 cent per pond) die als excessief worden ervaren. Ook wordt er melding gemaakt van diefstal in de Kalverstraat en wordt de marktmeester genoemd in relatie tot een zekere Liesenbeek. De auteur sluit af met een moreel beroep: als deze praktijken stoppen, kan de gewone werkman tenminste zijn rechtmatige deel krijgen. Het gebruik van de termen "clandestinere" (clandestiene handel) en "rantsioen" (rantsoenering) plaatst dit document vrijwel zeker in de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan voedsel en werden prijzen wettelijk vastgelegd. De "zwarte markt" floreerde echter, waarbij goederen voor veel hogere prijzen werden verkocht dan officieel toegestaan. Brieven zoals deze werden vaak geschreven door verontwaardigde burgers of bonafide handelaren die zich benadeeld voelden door de illegale praktijken van anderen. De vermelding van de "Kalverstraat" wijst op een stedelijke omgeving, zeer waarschijnlijk Amsterdam. N.S.
Samenvatting
De tekst is een brandbrief of een melding aan een autoriteit (mogelijk de prijsbeheersing of de marktpolitie) over onregelmatigheden in de handel. De kern van de klacht is dat handelaren en winkeliers woekerwinsten maken op schaars fruit (peren, pruimen, rode kersen) door het "clandestien" (buiten het officiële distributiesysteem om) te verhandelen. Er worden specifieke bedragen genoemd (30 tot 40 cent per pond) die als excessief worden ervaren. Ook wordt er melding gemaakt van diefstal in de Kalverstraat en wordt de marktmeester genoemd in relatie tot een zekere Liesenbeek. De auteur sluit af met een moreel beroep: als deze praktijken stoppen, kan de gewone werkman tenminste zijn rechtmatige deel krijgen.
Historische Context
Het gebruik van de termen "clandestinere" (clandestiene handel) en "rantsioen" (rantsoenering) plaatst dit document vrijwel zeker in de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan voedsel en werden prijzen wettelijk vastgelegd. De "zwarte markt" floreerde echter, waarbij goederen voor veel hogere prijzen werden verkocht dan officieel toegestaan. Brieven zoals deze werden vaak geschreven door verontwaardigde burgers of bonafide handelaren die zich benadeeld voelden door de illegale praktijken van anderen. De vermelding van de "Kalverstraat" wijst op een stedelijke omgeving, zeer waarschijnlijk Amsterdam.