Ambtelijke correspondentie (geleidebrief/memo).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (geleidebrief/memo). 14 september 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). S/HG.
Verzonden 14/9
2C/88/1 M. 1 14 September 1942.
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
Ingevolge Uw verzoek d.d. 13 dezer heb ik de eer U hier-
bij te doen toekomen gegevens betreffende winteropslag van aardappelen,
stapel- en vatgroenten seizoen 1942/43, te weten opslagplaatsen en
hoeveelheden.
De Directeur, Dit document is een formele begeleidende brief bij een (niet getoond) overzicht van de voedselreserves van Amsterdam voor de komende winter. De taal is uiterst beleefd en ambtelijk ("heb ik de eer U hierbij te doen toekomen"). Het tempo van de correspondentie is hoog: de brief reageert op een verzoek van de burgemeester van slechts één dag eerder (13 september). Er wordt specifiek melding gemaakt van "stapel- en vatgroenten", wat duidt op producten die geschikt zijn voor langdurige opslag (zoals kool of ingemaakte groenten). De afkorting "A l h i e r" bij het adres geeft aan dat de geadresseerde zich in dezelfde gemeente bevindt als de afzender. De brief dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening in de grote steden was een precaire aangelegenheid waarbij nauwkeurige administratie van voorraden en opslaglocaties essentieel was voor de overleving van de bevolking en de handhaving van de orde. Edward Voûte was op dat moment de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. De winter van 1942/43 was een periode waarin de rantsoenering steeds nijpender werd. Dit document is een direct bewijs van de logistieke inspanningen van het stadsbestuur om de voedselzekerheid in kaart te brengen aan de vooravond van het winterseizoen.
Samenvatting
Dit document is een formele begeleidende brief bij een (niet getoond) overzicht van de voedselreserves van Amsterdam voor de komende winter. De taal is uiterst beleefd en ambtelijk ("heb ik de eer U hierbij te doen toekomen"). Het tempo van de correspondentie is hoog: de brief reageert op een verzoek van de burgemeester van slechts één dag eerder (13 september). Er wordt specifiek melding gemaakt van "stapel- en vatgroenten", wat duidt op producten die geschikt zijn voor langdurige opslag (zoals kool of ingemaakte groenten). De afkorting "A l h i e r" bij het adres geeft aan dat de geadresseerde zich in dezelfde gemeente bevindt als de afzender.
Historische Context
De brief dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening in de grote steden was een precaire aangelegenheid waarbij nauwkeurige administratie van voorraden en opslaglocaties essentieel was voor de overleving van de bevolking en de handhaving van de orde. Edward Voûte was op dat moment de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. De winter van 1942/43 was een periode waarin de rantsoenering steeds nijpender werd. Dit document is een direct bewijs van de logistieke inspanningen van het stadsbestuur om de voedselzekerheid in kaart te brengen aan de vooravond van het winterseizoen.