Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 17 oktober 1942. N.V. De Nederlandsche Confectie-Industrie van L. Troeder (namens de Sub-Beheerder). De Centrale Markthallen te Amsterdam. [Stempel linksboven in paars]: Nº 2ᵃ/95/1 M. 1942 ¹⁹/₁₀
N.V. DE NEDERLANDSCHE CONFECTIE-INDUSTRIE
VAN L. TROEDER
STAMBOEKNUMMER 02047
[Links]:
TEL. 26826, OUDE IJSELSTRAAT 9-17 (KANTOOR & MAGAZIJN)
TEL. 24965, IJSELSTRAAT 22-24 (FABRIEK & VERZENDING)
INCASSO-BANK N.V.
AMSTERDAM
W/ML. AMSTERDAM-Z, 17 October 1942.
Aan de Centrale Markthallen
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m - W.
-----------------------
[Handgeschreven paraaf in grijs potlood/krijt rechtsboven]: in. Dw
Mijne Heren,
Wij hebben een personeel van 240 arbeidsters, waarvoor wij geregeld fruit hebben gekocht en daar dit in de winkels nu niet te bekomen is, zouden wij het ten zeerste appreciëren, indien U ons wekelijks ongeveer 60 kilo appelen of peren of ander fruit kunt toewijzen, daar wij dit hoog nodig hebben voor de instandhouding der vitaliteit onzer Nederlandsche arbeidsters.
Wij vertrouwen gaarne, dat U aan ons verzoek zult willen voldoen en zien met belangstelling Uwe berichten hieromtrent tegemoet, waar wij dit fruit in ontvangst kunnen nemen.
Met een spoedig antwoord verplicht U ons zeer.
Inmiddels verblijven wij, U bij voorbaat dankend voor de te nemen moeite,
Hoogachtend,
NV DE NEDERLANDSCHE CONFECTIE
INDUSTRIE VAN L. TROEDER,
Sub-Beheerder.
[Linksonder]: K 2552
[Rechtsonder handgeschreven]: 202 2C * Onderwerp: Een officieel verzoek om een wekelijkse toewijzing van 60 kilogram fruit voor het vrouwelijk personeel (240 personen).
* Argumentatie: De afzender voert aan dat fruit niet meer regulier in de winkels verkrijgbaar is. Men gebruikt een opvallende retoriek door te spreken over de "instandhouding der vitaliteit onzer Nederlandsche arbeidsters". Dit taalgebruik was in 1942 vaak bedoeld om de autoriteiten te overtuigen van het belang van de productie voor de (oorlogs)economie.
* Administratieve context: De brief is ondertekend door een "Sub-Beheerder" (Winter). Dit duidt erop dat het bedrijf onder beheer was gesteld, wat gebruikelijk was bij Joodse ondernemingen (zoals die van L. Troeder) die tijdens de bezetting door de Duitsers waren "gearianiseerd" of onder toezicht van een Verwalter waren geplaatst.
* Logistiek: De aanvraag is gericht aan de Centrale Markthallen, het hart van de voedseldistributie in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Dit document stamt uit het najaar van 1942, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland dramatisch toenam. Het rantsoeneringssysteem was volledig van kracht en bedrijven moesten speciale aanvragen indienen voor extra rantsoenen om de productiviteit van hun personeel te waarborgen.
De firma L. Troeder was een bekende Amsterdamse confectiefabriek. De eigenaar, Leo Troeder, was Joods. Dat de brief in oktober 1942 door een "Sub-Beheerder" wordt ondertekend, is tekenend voor de systematische onteigening van Joodse bezittingen; op dat moment waren de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de kampen reeds in volle gang. De nadruk op "Nederlandsche arbeidsters" kan gezien worden als een poging van de nieuwe beheerder om de onderneming als essentieel en ideologisch correct te presenteren aan de bezetter.