Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 november 1942. E. v. d. Graaf. Onbekend (geadresseerd als "Weledele Heer"), vermoedelijk een ambtenaar bij een instantie die de handel reguleerde tijdens de bezetting. [Linkerbovenhoek, stempel:]
Nº 2a/106/1 M. 1942 [met handgeschreven toevoeging] 3/11
[Rechterbovenhoek:]
Amsterdam 2 Nov. 1942
[Middenboven, handgeschreven notitie in grijs potlood:]
Gehoord 17-10 Nov
met h del[aan] v
[Aanhef:]
Weledele Heer [gevolgd door onleesbare paraaf in rood potlood]
[Inhoud:]
Wil u zoo goed voor mijn zijn om mijn
een onderhoud met u Edelle toe te
staan. Reden omdat ik niet aan handel
ken komen
[Midden links, handgeschreven notitie in grijs potlood:]
Oproepen /s
[Links onder, handgeschreven notitie in rood potlood:]
2a/106/2
[Afsluiting:]
Beleefd van u Edelle
in afwachting.
[Ondertekening:]
E. v d Graaf.
2e v Swindenstraat 51 huis (O)
Amsterdam
[Rechtsonder, potloodnotitie:]
37/2 e * Taalgebruik: De brief is opgesteld in eenvoudig, enigszins grammaticaal incorrect Nederlands (bijv. "voor mijn zijn" i.p.v. "voor mij zijn" en "niet aan handel ken komen" i.p.v. "kan komen"). Dit duidt op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een formele toon aan te slaan ("u Edelle").
* Inhoud: De kern van het verzoek is een persoonlijk onderhoud. De schrijver geeft aan dat hij/zij niet aan "handel" kan komen. In de context van 1942 kan dit betekenen dat de schrijver geen toegang heeft tot goederen, grondstoffen of de nodige vergunningen om zijn/haar beroep uit te oefenen.
* Administratieve verwerking: De brief is intensief bewerkt door de ontvangende instantie. De notitie "Oproepen" suggereert dat het verzoek is ingewilligd. De diverse codes en stempels wijzen op een strikte bureaucratische registratie, kenmerkend voor de bezettingstijd. De brief dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam was op dat moment bezet gebied. De Tweede van Swindenstraat bevond zich in de Dapperbuurt. Veel van dit type correspondentie is terug te vinden in archieven die te maken hebben met de economische beperkingen die de Duitse bezetter oplegde, zoals de regels voor markthandel of de inbeslagname van Joodse bezittingen (hoewel de naam van de afzender niet direct op een Joodse achtergrond wijst). De tekst reflecteert de individuele economische nood van burgers die probeerden te overleven binnen het strikte regime van distributie en vergunningen. E. v. d. Graaf
Samenvatting
- Taalgebruik: De brief is opgesteld in eenvoudig, enigszins grammaticaal incorrect Nederlands (bijv. "voor mijn zijn" i.p.v. "voor mij zijn" en "niet aan handel ken komen" i.p.v. "kan komen"). Dit duidt op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een formele toon aan te slaan ("u Edelle").
- Inhoud: De kern van het verzoek is een persoonlijk onderhoud. De schrijver geeft aan dat hij/zij niet aan "handel" kan komen. In de context van 1942 kan dit betekenen dat de schrijver geen toegang heeft tot goederen, grondstoffen of de nodige vergunningen om zijn/haar beroep uit te oefenen.
- Administratieve verwerking: De brief is intensief bewerkt door de ontvangende instantie. De notitie "Oproepen" suggereert dat het verzoek is ingewilligd. De diverse codes en stempels wijzen op een strikte bureaucratische registratie, kenmerkend voor de bezettingstijd.
Historische Context
De brief dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam was op dat moment bezet gebied. De Tweede van Swindenstraat bevond zich in de Dapperbuurt. Veel van dit type correspondentie is terug te vinden in archieven die te maken hebben met de economische beperkingen die de Duitse bezetter oplegde, zoals de regels voor markthandel of de inbeslagname van Joodse bezittingen (hoewel de naam van de afzender niet direct op een Joodse achtergrond wijst). De tekst reflecteert de individuele economische nood van burgers die probeerden te overleven binnen het strikte regime van distributie en vergunningen.