Handgeschreven ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie. 18 december 1941. de appelen van hr. Bruns zijn door den Burgemeester
voor een ander doel bestemd.
Th. Breitingh heeft den heer Faber op 17-12-41 telef.
medegedeeld, dat van een ander niets kan komen.
18/12-41
[paraaf] Deze notitie betreft de toewijzing van een partij appelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document legt twee zaken vast:
1. De beslissing: De burgemeester heeft de bestemming van de appelen van een zekere heer Bruns gewijzigd ("voor een ander doel bestemd").
2. De communicatie: Th. Breitingh heeft dit op 17 december 1941 telefonisch doorgegeven aan de heer Faber. Daarbij werd expliciet vermeld dat er geen andere voorraad ("van een ander") meer beschikbaar zou komen.
Het handschrift is een vlot zakelijk cursief, typerend voor de administratieve praktijk van die tijd. De notitie zelf is op 18 december geschreven als dossierbevestiging van het gesprek van de dag ervoor. De datum van deze notitie, december 1941, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland bevond zich onder Duitse bezetting. Voedselvoorziening en distributie waren onderhevig aan strikte overheidscontrole en rantsoenering. Burgemeesters hadden in deze periode vaak de taak om lokale voorraden te beheren en toe te wijzen, soms onder druk van de bezetter voor bijvoorbeeld de Winterhulp of voor militaire doeleinden.
De schaarste is duidelijk merkbaar in de zin "dat van een ander niets kan komen". Dit suggereert dat er geen alternatieve leveranciers of partijen fruit meer te verkrijgen waren. Dergelijke notities zijn typerend voor de dagelijkse beslommeringen van distributie-ambtenaren die probeerden de beperkte middelen te beheren in een tijd van toenemende tekorten. Winterhulp
Samenvatting
Deze notitie betreft de toewijzing van een partij appelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document legt twee zaken vast:
1. De beslissing: De burgemeester heeft de bestemming van de appelen van een zekere heer Bruns gewijzigd ("voor een ander doel bestemd").
2. De communicatie: Th. Breitingh heeft dit op 17 december 1941 telefonisch doorgegeven aan de heer Faber. Daarbij werd expliciet vermeld dat er geen andere voorraad ("van een ander") meer beschikbaar zou komen.
Het handschrift is een vlot zakelijk cursief, typerend voor de administratieve praktijk van die tijd. De notitie zelf is op 18 december geschreven als dossierbevestiging van het gesprek van de dag ervoor.
Historische Context
De datum van deze notitie, december 1941, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland bevond zich onder Duitse bezetting. Voedselvoorziening en distributie waren onderhevig aan strikte overheidscontrole en rantsoenering. Burgemeesters hadden in deze periode vaak de taak om lokale voorraden te beheren en toe te wijzen, soms onder druk van de bezetter voor bijvoorbeeld de Winterhulp of voor militaire doeleinden.
De schaarste is duidelijk merkbaar in de zin "dat van een ander niets kan komen". Dit suggereert dat er geen alternatieve leveranciers of partijen fruit meer te verkrijgen waren. Dergelijke notities zijn typerend voor de dagelijkse beslommeringen van distributie-ambtenaren die probeerden de beperkte middelen te beheren in een tijd van toenemende tekorten.