Typschrift (doorslag) van een officiële brief.
Origineel
Typschrift (doorslag) van een officiële brief. 30 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Assurantie-zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, Raadhuis, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven:] In Müller [?]
[Rechtsboven getypt:]
M/HB.
den Heer Wethouder voor de Assurantie-
zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid,
Raadhuis,
A l h i e r .
3/10/2 N. 2 30 Juni 1942.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 30 Mei 1942 afd. Ass. & W.A. No.V A. 28 heb ik de eer U als bijlage een opgaaf te doen toekomen van bezettingsschade, die het bedrijf van de Centrale Markt heeft geleden van 28 Mei 1940 af tot 1 Juli 1942. Naar mijn oordeel is deze schade te rangschikken onder II a, "andere vermogensschaden", aangezien de vergoedingen, die van de Duitsche Weermacht worden ontvangen, belangrijk lager zijn dan de huren die door andere gebruikers van terreinen en ruimten voor opslag worden betaald.
Ik verklaar tevens dat:
1o. de aangegeven schade niet door schuld of nalatigheid van mijn bedrijf is vergroot;
2o. dat niet op andere wijze vergoeding van de aangegeven schade verkregen had kunnen worden;
3o. dat de aangegeven schade niet op andere wijze is goedgemaakt.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt (te Amsterdam) aan de wethouder over de geleden "bezettingsschade". De kern van het schrijven is een financiële claim: de Duitse Weermacht maakt gebruik van terreinen en opslagruimten van de markt, maar de vergoeding die de bezetter hiervoor betaalt, ligt aanzienlijk onder de normale marktprijs (de commerciële huurwaarde).
Het verschil tussen de normale huuropbrengsten en de feitelijke vergoeding van de Duitsers wordt hier geclaimd als vermogensschade. De directeur hanteert hierbij een formele indeling ("II a") die blijkbaar door de gemeente was vastgesteld in een eerdere circulaire. De drie genummerde punten onderaan zijn standaardverklaringen die nodig waren om voor eventuele compensatie of administratieve vastlegging in aanmerking te komen. Het document dateert uit juni 1942, ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (de Markthallen aan de Jan van Galenstraat) was een essentieel logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening, maar werd ook door de Duitse bezetter gevorderd voor eigen opslag en militair gebruik.
De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting: de gemeentelijke diensten probeerden de financiële schade die door vorderingen van de Wehrmacht ontstond, nauwgezet te administreren. Hoewel de gemeente Amsterdam onder toezicht stond van de bezetter, bleven de interne administratieve processen met betrekking tot aansprakelijkheid en verzekeringen doorlopen, in de hoop op latere verrekening of ter verantwoording van de gederfde inkomsten in de gemeentebegroting. W.A. No Gemeente Amsterdam Wehrmacht