Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie). 7 oktober 1942. De Directeur van de Centrale Markt (vermoedelijk Amsterdam). De Wethouder voor de Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, Raadhuis, Alhier. Extra [handgeschreven]
M/HB.
den Heer Wethouder voor de Assurantie-
zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid,
Raadhuis,
A l h i e r .
3/10/5 M. 1. 7 October 1942.
Ten vervolge op mijn schrijven van 8 September j.l. No. 3/10/4 M,
heb ik de eer U als bijlage een opgaaf te doen toekomen van bezet-
tingsschade, die het bedrijf van de Centrale Markt heeft geleden
over de maand September 1942.
Ik verklaar hierbij, dat:
1e. de aangegeven schade niet door schuld of nalatigheid van
mijn bedrijf is vergroot;
2e. dat niet op andere wijze vergoeding van de aangegeven schade
verkregen had kunnen worden;
3e. dat de aangegeven schade niet op andere wijze is goedgemaakt.
De Directeur, Het document is een formele ambtelijke brief waarin de directeur van de Centrale Markt een claim indient voor "bezettingsschade" over de maand september 1942. De brief is gericht aan de lokale wethouder die verantwoordelijk is voor verzekeringen en aansprakelijkheid.
De tekst bevat drie expliciete juridische verklaringen (1e t/m 3e) die bedoeld zijn om te bevestigen dat de claim rechtmatig is:
1. Het bedrijf heeft de schade niet zelf verergerd.
2. Er waren geen andere verzekeringen of wegen om de schade vergoed te krijgen.
3. De schade is nog niet op een andere manier hersteld of vergoed.
De toon is uiterst zakelijk en volgt de gangbare ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U..."). De aanduiding "Alhier" onder het adres geeft aan dat de ontvanger zich in dezelfde stad bevindt als de afzender. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (oktober 1942). De term "bezettingsschade" verwijst naar schade die direct of indirect het gevolg was van de Duitse bezetting. Dit kon gaan om vorderingen van goederen, schade door oorlogshandelingen of beperkingen opgelegd door de bezetter.
De Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening. Het bedrijf stond onder streng toezicht, maar de normale bureaucratische processen — zoals het afhandelen van schadeclaims via het gemeentebestuur — liepen gedurende de bezetting voor een groot deel door. De brief toont aan hoe nauwgezet de administratie rondom oorlogsschade werd bijgehouden, zelfs in een periode van schaarste en onderdrukking.
Samenvatting
Het document is een formele ambtelijke brief waarin de directeur van de Centrale Markt een claim indient voor "bezettingsschade" over de maand september 1942. De brief is gericht aan de lokale wethouder die verantwoordelijk is voor verzekeringen en aansprakelijkheid.
De tekst bevat drie expliciete juridische verklaringen (1e t/m 3e) die bedoeld zijn om te bevestigen dat de claim rechtmatig is:
1. Het bedrijf heeft de schade niet zelf verergerd.
2. Er waren geen andere verzekeringen of wegen om de schade vergoed te krijgen.
3. De schade is nog niet op een andere manier hersteld of vergoed.
De toon is uiterst zakelijk en volgt de gangbare ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U..."). De aanduiding "Alhier" onder het adres geeft aan dat de ontvanger zich in dezelfde stad bevindt als de afzender.
Historische Context
Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (oktober 1942). De term "bezettingsschade" verwijst naar schade die direct of indirect het gevolg was van de Duitse bezetting. Dit kon gaan om vorderingen van goederen, schade door oorlogshandelingen of beperkingen opgelegd door de bezetter.
De Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening. Het bedrijf stond onder streng toezicht, maar de normale bureaucratische processen — zoals het afhandelen van schadeclaims via het gemeentebestuur — liepen gedurende de bezetting voor een groot deel door. De brief toont aan hoe nauwgezet de administratie rondom oorlogsschade werd bijgehouden, zelfs in een periode van schaarste en onderdrukking.